het gezicht van rebellie

Janette Beckman legt al sinds de begindagen de rauwe energie van Londens punks in de jaren zeventig en de New Yorkse b-boys in de jaren tachtig vast.

door Tish Weinstock
|
10 februari 2016, 10:55am

Janette wist al van jongs af aan dat ze portretkunstenaar wilde worden. Haar tekenkunsten waren echter niet wat ze ervan hoopte, dus pakte ze de camera op om hem nooit meer neer te leggen. Vanaf 1977 mengde Janette zich in de wilde atmosfeer van de opkomende Londense punkscene en schoot ze de invloedrijkste bands tijdens hun tours en backstage voor culttijdschriften als Sounds,The Face en Melody Maker. In 1983 vloog ze naar de Big Apple, waar ze omver werd geblazen door de energie en het enthousiasme van de New Yorkse hiphopscene; de breakdancers, dj's, rappers en graffitikunstenaars. Ze pakte haar camera weer op en begon vast te leggen wat ze om zich heen zag.

Wat haar het meest opviel waren de overeenkomsten tussen beide subculturen. Hiphop en punk zijn twee genres die je niet in dezelfde zin zou verwachten. En waarom zouden ze ook? Punk ontstond in Engeland in de jaren zeventig en was een voornamelijk blanke beweging met een voorliefde voor hard geluid, veiligheidsspelden en alles waar een metalen stud op zat. Hiphop daarentegen kwam voort uit een groep Afrikaans-Amerikaanse en Puerto Ricaanse kinderen uit de South Bronx.

Toch zijn de twee altijd al met elkaar verbonden geweest. Beide subculturen kwamen voort uit de teleurstelling van de jeugd in de wereld waarin ze leefden. De subculturen delen een bepaalde DIY-stijl; de kinderen werden gedwongen te roeien met die riemen die ze hadden. Voor punkers waren dit veiligheidsspelden en voor hiphoppers waren het neppe Rolexhorloges, of een ritje naar Harlem waar een gast die Dapper Dan heette je voorzag van namaak-Gucci. Deze overeenkomst belicht Janette in haar nieuwe tentoonstelling Punk Rock Hip Hop Mash-Up. We zochten Janette op om te praten over onze favoriete subculturen.

Wilde je altijd al fotograaf worden?
Ik wilde eigenlijk portretschilder worden. Tijdens mijn studie was ik fan van David Hockney. Ik vond mijn tekenkunsten echter niet goed genoeg, dus besloot ik om fotografie te gaan studeren aan LLC.

Hoe kwam je in de punkscene terecht?
In 1977 liep ik op een dag met mijn portfolio naar binnen bij Sounds. Ik had nooit eerder bands gefotografeerd maar ze vonden mijn werk goed. Die nacht mocht ik Siouxsie and the Banshees in de Roundhouse fotograferen. Ik kwam de volgende dag terug met de foto's en ze gaven me een andere band om te fotograferen. Punk was destijds overal. De donkere kamer die ik gebruikte zat op Neal Street in Covent Garden. Naast de bands begon ik ook de fans en de jeugdcultuur op straat te fotograferen.

Waarom wilde je dat vastleggen?
Ik kwam net van de kunstacademie, hield van muziek en de stijlen van jeugdculturen: punk, rockabilly, 2Tone, ska, skins. Het was een jeugdige vorm van rebellie.

Naar welke plekken ging je en wie fotografeerde je?
Ik schoot bands terwijl ze op tour waren, tijdens concerten, Rock Against Racism en festivals. Ik werkte voor Melody Maker en The Face, en mocht van ze fotograferen wat ik maar wilde. Ik vond het vooral leuk om de fans en de bands backstage te fotograferen.

Hoe zou je de atmosfeer omschrijven?
Het was intens, er gebeurde altijd iets nieuws.

Kende je de punkscene in andere steden?
Soms stuurden ze me naar een concert in Birmingham of een festival in Schotland, zo zag ik ook hoe het er in andere steden aan toe ging. We waren geobsedeerd door alle nieuwe bands.

In welke opzichten verschilde deze ervaringen van wat je zag in de hiphopscene in New York?
Toen ik in 1982 voor het eerst een hiphopconcert zag, kon ik mijn ogen niet geloven. Punk werd wat minder populair en hiphop leek zo nieuw, zo spannend. Het was geweldig om de breakdancers, graffitikunstenaars, dj's en rappers allemaal samen op een podium te zien. Dat hadden we nooit eerder meegemaakt.

Waarom besloot je van scene te veranderen?
Ik ging die kerst op bezoek bij een vriend in New York en kreeg er werk. De grote Amerikaans platenlabels wilden me niet inhuren omdat ze mijn werk te rommelig vonden, maar de kleinere raplabels zoals Def Jam, Next Plateau en Sleeping Bag lieten me wel hun bands fotograferen. Ze vonden het cool dat ik foto's had van The Clash, The Police en Boy George. Mijn rauwe stijl paste perfect bij de hiphopgroepen uit Queens, Brooklyn en the Bronx.

Wat viel je het meest op aan die scene?
Het leek op een bepaalde manier een beetje op de begindagen van punk. Kinderen 'zonder toekomst' rapten over hun leven. New York was arm maar opwindend, mensen hadden geen geld. Als je uit je appartement liep, zag je treinen vol graffiti, kinderen die aan het breakdancen waren op stukken karton, overal was muziek. De mensen deden alles zelf. Als je Gucci wilde dragen ging je naar Dapper Dan in Harlem. Hij printte zijn eigen leren jasjes met een Guccipatroon erop. Je gouden oorringen en neppe Rolexhorloges kocht je op Canal Street.

Voelde je je ooit onderdeel van deze bewegingen of was je alleen maar een toeschouwer?
Ik zat er altijd in, ik was erbij betrokken, erdoor geobsedeerd. Ik heb daar nooit over nagedacht. Pas na een lange tijd kon ik erop terugblikken en me realiseren dat ik twee enorme jeugdculturen heb vastgelegd.

Wat vind je zo interessant aan subculturen?
Ik hou van de rebellie en creativiteit die voortkomt uit het leven op straat.

Denk je dat subculturen nog wel echt kunnen bestaan in een tijd waarin door het internet alles wat underground is meteen wordt opgenomen door de mainstreamcultuur?
Het lijkt er wel op dat subculturen niet meer de ruimte en tijd hebben om te volgroeien. Iedereen kan alles altijd meteen bereiken. Ik denk ook niet dat mensen nog zo lang ergens hun aandacht bij kunnen houden; je wordt tegenwoordig overspoeld met informatie.

Waar werk je momenteel aan?
Ik werk nu aan project dat The MashUp heet. Daarvoor heb ik graffitikunstenaars uit New York uitgenodigd om beelden uit mijn hiphoparchief opnieuw te verbeelden. Ik heb Engelse kunstenaars gevraagd hetzelfde te doen met de foto's uit mijn punkperiode. En ik schiet natuurlijk nog steeds portretten van artiesten en muzikanten in New York. 

Credits


Fotografie eigendom van Janette Beckman
CES, Foto van Big Daddy Kane, NYC 1988
Cey Adams, Foto van Keith Haring, NYC 1985

Tagged:
Interviews
New York
Punk
HipHop
Janette Beckman
Muziek
Londen
Cultuur