Dimphy Janse, door Jip Broeks

drie nederlandse modellen vertellen hoe ze in een burn-out terechtkwamen

Hoewel het werk van buitenaf vaak glamoureus lijkt, vormt het overgeleverd zijn aan de grillen van de markt het perfecte recept voor uitputting.

door Rolien Zonneveld
|
10 oktober 2019, 9:40am

Dimphy Janse, door Jip Broeks

Over modellenwerk bestaan een aantal hardnekkige misverstanden: dat het makkelijk geld verdienen is, en dat het altijd maar een glamoureuze baan vol reizen en interessante mensen is. In realiteit kan dat tegenvallen. Er is met de jaren een groot aanbod van modellen ontstaan, waardoor je nogal vervangbaar bent, en het kan een eenzaam en geïsoleerd bestaan zijn als je veel van hot naar her reist. Bovendien is de industrie door z’n internationale karakter slecht gereguleerd, en kunnen modellen waar het niet zo goed mee gaat tussen wal en schip vallen.

i-D sprak drie modellen die op jonge leeftijd gescout werden, na hun middelbare school ervoor kozen fulltime model te worden, en in die tijd een burn-out kregen. Ze vertellen over hoe het is als je professionele leven volledig afhankelijk is van iets waar je geen controle over hebt – namelijk je uiterlijk – en de rol die agentschappen hierin kunnen spelen.

Fotograaf Jip Broeks legde hen vast.

1570699156113-iD-mental-health8169

Romy de Vries (30)

Toen ik veertien was, werd mijn ouderlijk huis gebruikt als locatie voor een shoot. Ik mocht meedoen, en achteraf liet de fotograaf de foto’s aan een agentschap zien, die mij aannam. Dat was officieel het begin van mijn modellencarrière, maar het zou nog tot mijn achttiende duren voordat ik echt fulltime aan de slag ging – eerst wilde ik het vwo afmaken. Modellenwerk bood kansen: ik kon in een creatieve industrie werken, financieel onafhankelijk worden en veel reizen. Na mijn eindexamens ben ik voor langere tijd naar Barcelona, Londen en Tokio gegaan, maar daar begon ik me in toenemende mate ongelukkig te voelen. Het werk was hard, en er werd van mij – ondanks dat ik meestal aan de ideale maten voldeed – telkens gevraagd om dunner te worden. Ik had het gevoel dat ik daarin alles gaf, maar geen resultaat boekte, en besloot terug te gaan naar Amsterdam om te studeren.

De zomer nadat ik mijn propedeuse haalde werd ik opnieuw gescout – ditmaal door een van de voornaamste modellenbureaus van Amsterdam, die gericht was op de high fashion-markt. Ik voelde me trots en vereerd, stopte met mijn studie en ging weer fulltime aan de slag. Dat eerste jaar leek veelbelovend, alleen waren mijn maten nog steeds net niet goed genoeg. Na dat jaar ontwikkelde ik een vrij ernstige eetstoornis, en werd ik door mijn agenten op non-actief gesteld. In een eetstoorniskliniek ben ik onder begeleiding aangekomen, en na een jaar genezen verklaard. Maar om vervolgens weer succes te kunnen behalen als model, moest ik weer vijf kilo afvallen. Dat was wrang.

Na vijf jaar te hebben gewerkt – met de nodige successen en plezier in het werk – gebeurde er iets wat de katalysator zou zijn voor mijn burn-out. Na een half jaar voor een aanzienlijk bedrag bijna exclusief te hebben gewerkt voor één klant, gingen ze failliet. Als zzp’er had ik geen poot om op te staan, en ik zag niets van het geld terug. Ik kan het moment dat het tot me doordrong dat ik geen controle had over mijn financiën nog goed herinneren. Ik had zes maanden lang alles opzij gezet voor deze ene klant, met het vooruitzicht dat het goed zou betalen, maar kreeg niets terug voor die enorme inspanning. Het was de eerste keer dat ik een paniekaanval kreeg.

In de nasleep daarvan vond ik het, ondanks dat dit me was overkomen, moeilijk om te stoppen met modellenwerk. Ik was er financieel van afhankelijk, en had het gevoel dat ik door mijn eigen onoplettendheid dat geld was kwijtgeraakt. Ik bleef doorwerken, en op de dagen dat ik geen klussen had, sliep ik. Ik was overprikkeld en niet in staat om überhaupt nog te communiceren.

Het klinkt misschien gek, maar ik denk dat ik die burn-out nodig had om tot bepaalde inzichten te komen. Hoe slecht de industrie gereguleerd is, hoe weinig transparant de financiën zijn en hoe kwetsbaar je bent. Ik zag in dat veel bureaus een soort familiale sfeer creëren, waardoor je het idee krijgt dat je geen vragen mag stellen – zoiets basaals als hoe het zit met bepaalde kosten die met je loon verrekend worden, bijvoorbeeld. Ook realiseerde ik me dat ik het in al die jaren erg lastig had gevonden om mijn grenzen aan te geven, omdat je daar als model in je dagelijkse werk erg in ontmoedigd wordt. Dat je bijvoorbeeld met bepaalde mensen die je slecht hebben behandeld op een set niet meer wilt werken, maar dat niet durft aan te geven bij je agent omdat je het risico loopt als diva weg te worden gezet, of als onprofessioneel.

Ik denk dat je als model vrij makkelijk een burn-out kunt krijgen – het feit dat je op elk moment oproepbaar moet moet zijn, je eigen leven niet kunt plannen, geen gevoel van controle ervaart en teams op sets weinig rekening met je houden, draagt daar aan bij. Ik heb zelf ervaren hoe je dan op zoek kunt gaan naar mechanismen om de controle terug te krijgen, en dat kan erg schadelijk zijn.

Voorlopig heb ik afscheid genomen van modellenwerk op de traditionele manier, en ben ik aan het experimenteren met andere artistieke uitlaatkleppen, zoals muziek en design – iets wat ik vroeger nooit naar buiten durfde te brengen. Ik heb het gevoel dat ik weer zeggenschap heb over mijn creatieve output, en dat ik weer ruimte in mag nemen – en dat voelt fijn. Ik sluit modellenklussen in de toekomst zeker niet uit, maar dan wel op mijn eigen voorwaarden.

1570706976931-iD-mental-health8499

Dimphy Janse (27)

Ik was veertien toen mijn zus met het idee kwam om me in te schrijven voor de Fancy-modellenwedstrijd. Ik was lang en dun, maar ik had zelf nog nooit over modellenwerk nagedacht. Ik hield me liever bezig met andere dingen, zoals drummen en musicals. Ik won de wedstrijd uiteindelijk niet, maar werd wel uitgenodigd bij een bureau, Max Models. Zij vonden dat ik op dat moment nog niet klaar was voor modellenwerk. Een jaar later deed ik mee aan de Elite Model Look, waar ik derde werd. Op dat moment zag ik modellenwerk vooral als een welkome ontsnapping aan school, waar ik mij altijd een beetje opgesloten voelde. Toen ik eenmaal mijn schooldiploma haalde verhuisde ik dan ook direct naar het buitenland: eerst anderhalf jaar Parijs, toen een half jaar Londen, en uiteindelijk New York.

In New York begon het pas echt: ik had veel klussen, en alle reisjes waren zo aantrekkelijk dat ik geen nee kon zeggen. Achteraf denk ik dat ik in dat eerste jaar de controle over mijn leven al kwijt begon te raken. Mijn dagen waren in die tijd extreem hectisch: ik reisde van Brazilië naar Berlijn, en door naar Marokko, allemaal achter elkaar. Op de piek van m’n carrière zat ik zes keer per week in het vliegtuig.

In die tijd sprak ik mijn agenten dagelijks over alles wat er gaande was op werk- en privégebied. Deze band werd heel familiaal. Ik was jong en kneedbaar en keek tegen hen op – hun mening was heel belangrijk voor mij. De werkweken vlogen voorbij en ik had het naar mijn zin. Toch begon er langzamerhand een verandering op te treden. Ik raakte steeds meer gefixeerd op mijn uiterlijk en de agenten spraken mij soms aan op mijn gewicht of uiterlijke oneffenheden. Deze opmerkingen nestelden zich in mijn hoofd, waardoor ik op een gegeven moment alleen nog maar tekortkomingen zag. Dat zorgde ervoor dat ik een half jaar onzichtbaar wilde zijn voor de buitenwereld en geen klussen meer aannam. Ik vermeed spiegels, omdat ik zo vervreemd van mezelf was geraakt.

Er kwamen in die periode nog steeds opties binnen en uiteindelijk duurde het nog lang voordat ik me kon losmaken van modellenwerk. Ik moest er echt een tijdje uitstappen om erachter te komen wat mij gelukkig maakte. Inmiddels heb ik het modellenwerk weer opgepakt, maar hou ik me vooral bezig met mijn echte passie: muziek maken . Ik ben niet meer het canvas voor andermans artistieke ideeën, maar kan eindelijk zelf creëren, onder mijn eigen voorwaarden. Modellenwerk heeft me daar in vele opzichten in geholpen: ook dat is immers één grote performance. Nu doe ik eens in de zoveel tijd een klus, maar alleen als ik voel dat het een fijn team is en het mij inspiratie brengt.

Ik denk dat het enorm belangrijk is om jezelf te ontplooien voordat je modellenwerk gaat doen, zodat je tijdens en na je modellencarrière meer perspectief hebt op wat je wil gaan doen. Door nu heel duidelijk te voelen dat ik een pad gevonden heb als artiest, heb ik die donkere periode van een paar jaar geleden kunnen afsluiten. Alsof er een nieuw boek geopend is, waarin ik mijzelf elke dag weer opnieuw kan uitdagen in mijn eigen vorm van expressie.

1570699208261-iD-mental-health8599

Milou Maass (28)

Op mijn vijftiende stuurde ik op aanraden van een klasgenoot wat foto’s naar een modellenbureau. Het balletje ging vrij snel rollen. Na wat testshoots deed ik tijdens mijn middelbare schooltijd klussen voor Tommy Hilfiger, Marlies Dekkers, Avantgarde, Elle en andere grote Nederlandse merken en bladen. Mijn bureau vertelde me dat ik het waarschijnlijk goed zou doen in het buitenland – mits ik de juiste maten zou hebben – en stuurde me naar castings voor buitenlandse bureaus. Met name de ontmoeting met een scout van Marilyn Paris is me bijgebleven. De scout vertelde me dat het belangrijk was dat ik ‘in shape’ zou zijn voor de Franse markt. Vanaf toen lag de focus heel erg op mijn heupmaat. Die was nooit goed genoeg. Elke keer werd me verteld dat als ik in het buitenland wilde werken er twee of drie centimeters af moesten.

Na een korte periode fulltime modellenwerk te hebben gedaan na de middelbare school, onder meer in Athene, Seoul en Londen, besloot ik te gaan studeren. Ik was altijd al bezig met tekenen, en nadat ik in Rotterdam met kunstenaars in aanraking was gekomen, wist ik dat ik naar de kunstacademie wilde. Het waren vier fijne jaren, maar de druk die ik mezelf oplegde was gigantisch. Je hele eigenwaarde wordt gekoppeld aan of je wel of geen talent hebt – tenminste, zo voelde dat voor mij. Hoewel ik goede cijfers haalde, had ik altijd het gevoel dat het beter kon. Achteraf gezien denk ik dat daar in combinatie met het modellenwerk de zaadjes van mijn burn-out en eetstoornis geplant zijn.

Toen ik op mijn vierentwintigste afstudeerde en niet wist wat de volgende stap zou zijn, besloot ik terug te gaan naar Zuid-Korea om weer modellenwerk te gaan doen. Hoewel mijn ambitie er niet per se lag, sprak het sociale en creatieve aspect ervan me aan. Bovendien vond ik Seoul een hele leuke stad. Maar toen de optie er was om naar Tokio te gaan, veranderde mijn houding ten opzichte van modellenwerk. In Japan worden er namelijk andere maten gehanteerd: je moet er dunner zijn dan bijvoorbeeld in Seoul, en ze zijn daar heel streng op.

Het was in aanloop naar mijn mogelijke vertrek naar Tokio dat mijn fixatie op gewicht en maten extremere vormen begon aan te nemen. Dit vertaalde zich eerst in excessief sporten – fitness, hardlopen en bikram yoga – maar later ook in calorieën tellen en heel strikt diëten. Het sporten en afvallen gaf voor mij op dat moment het gevoel alsof ik eindelijk weer controle over iets had – ik kon me weer in iets vastbijten. Zo hield ik mijn calorie-inname nauwkeurig bij in een app en deed ik onder andere een 365 dagen-challenge met bikram yoga, waarbij ik soms zelfs wel twee keer per dag ging. Sporten, eten en mijn lichaam waren alles waar ik in die tijd mee bezig was. In een paar maanden tijd viel ik ruim tien kilo af.

Het was een ontzettend depressieve periode, waarin ik steeds verder geïsoleerd raakte. Aanvankelijk had mijn omgeving niets door, maar naarmate ik steeds meer vermagerde begonnen mensen om mij heen hun zorgen te uiten. In die tijd moest ik langs bij mijn moederbureau om bikini-polaroids te laten maken. Ik was er al een tijd niet geweest en toen ze de staat van mijn lichaam zagen, schrokken ze en zeiden ze dat ik een pauze moest inlassen van modellenwerk om beter te worden. Hoewel dat natuurlijk vanuit zorgzaamheid was, kon ik het zelf op dat moment alleen maar interpreteren als afwijzing. Ik had eindelijk de perfecte maten en nu was het nog niet goed genoeg. Pas later zag ik in dat hetgeen waarvan ik dacht dat het me controle gaf, controle over mij had genomen. Samen met mijn ouders ben ik hulp gaan zoeken.

Inmiddels ben ik een paar jaar en heel wat therapie voor depressie, burn-out en anorexia verder. Ik heb me uitgeschreven bij modellenbureaus en doe af en toe nog freelance een klus, maar dan alleen op mijn voorwaarden. Ik heb het tekenen weer opgepakt en ben fulltime aan het tatoeëren geslagen. Wat ik uit mijn herstel heb kunnen concluderen is dat het enorm belangrijk is dat leert om je autonomie te ontwikkelen, en te weten wie je bent voordat je je in iets intensiefs stort. In mijn geval werd mijn eetstoornis een coping-mechanisme om dat constante gevoel van falen mee te kunnen bestrijden. Zo’n mechanisme is hardnekkig, herstel gaat stapsgewijs en eigenlijk kom je er nooit helemaal vanaf. Je moet het zien als een koortslip: zodra je weerstand naar beneden gaat, heb je kans dat het weer terugkomt.

Door mijn focus te verleggen, en niet meer alleen of te tekenen of alleen modellenwerk te doen, heb ik tot beide een veel gezondere verhouding gekregen. Ik vereenzelvig me niet meer alleen met mijn werk of uiterlijk – ook los ervan mag ik er als persoon zijn. En dat is de belangrijkste realisatie die ik heb gehad.


Credits

Fotografie Jip Broeks
Make-up en haar Amber de Wilde de Ligny