het afstoffen van oubollige iconen is precies waar de modewereld naar snakt

Zanger Barry Manilow was onlangs bij de modeshow van Michael Kors niet het eerste figuur dat ineens weer opdook uit de nevelen der tijd.

door Tim Fraanje
|
01 maart 2019, 2:01pm

In Trendsplaining ontwart cultuurgoeroe Tim Fraanje de warrige modekluwen en weeft er een samenhangend patroon van. Deze maand: feelgood-iconen afstoffen.

Ik wist even niet waar ik naar zat te kijken. Zijn lichaam bewoog wat stram, en ook zijn gezichtsspieren leken niet helemaal ontwaakt. Was dit een geestverschijning, een robot of gewoon een grijsgedraaide video uit de oude doos? Nee, het was Barry Manilow die over mijn telefoonscherm danste, vers gefilmd tijdens de show van Michael Kors op New York Fashion Week. Voor een gouden glitterdecor en met zijn arm in die van Bella Hadid gehaakt, zong hij zijn tijdloze hit Copacabana. De mondhoeken van het publiek en van de complete telefoonstarende wereld krulden oncontroleerbaar omhoog.

Barry Manilow, 73 jaar oud, was opeens weer de it-boy van de wereld. Het was voor mij de grootste verrassing van de afgelopen modemaand, juist omdat het niet echt een verrassing was. Tot bloedens toe waren mijn ogen gestreeld met de felste neonkleuren, bomber- en smokingjurken, uit zijn verband getrokken silhouetten en heftige zonnebrillen die uit de toekomst leken te komen. En toen was daar opeens dat vriendelijke gezicht dat ik toch vooral kende uit de twee-euro-bakken in de platenzaak.

De modewereld slurpt aandacht totdat zelfs de beste trendgoeroe niet meer weet waar te kijken. Wat moet je nog doen om hip te zijn als er elke dag tien megatrends gelanceerd worden?

Misschien wel helemaal niks dus.

Barry Manilow bewees met zijn herrijzenis: music and passion are always in fashion. Vaste waarden in een snel veranderende wereld, daar zijn we het ook met zijn allen over eens. En daarmee worden oubollige feelgoodiconen opeens verfrissend. Al een paar jaar is de mode uitgesproken politiek, maar nu de eerste successen daarvan zichtbaar zijn, mogen er weer wat ouderwets gezellige feestjes worden gevierd. En waar feestjes worden gevierd, daar is Barry Manilow.

De feelgoodicoon-trend is al wat langer bezig, en Barry Manilow was zeker niet het eerste icoon dat ineens weer opdook uit de nevelen der tijd. Vorig jaar kwam Alessandro Michele met een hommage aan de podiumoutfits van Elton John, Celine Dion is alweer een tijdje de ultieme fashionmuze, en tijdens de stapelkater die januari heet bombardeerden de modebladen ons via Instagram met de effortless fitness-video’s van Cher. Maar toch voelt het alsof Barry Manilow vanonder een nog wat dikkere laag stof tevoorschijn gekomen is. Alsof er een nieuw niveau van onwrikbare glamour bereikt is. Glamour van ver voordat je geboren werd, maar die je toch meteen begrijpt.

En als je een beetje door alle neonkleuren en cyborgoutfits heen kijkt is dat tijdloze spektakel ook sterk terug te zien in de mode. Tom Ford had bijvoorbeeld glorieus tijdloze pakken van zijde en fluweel en Gucci liet in hun campagne een enigszins geüpdatete, licht vermoeide maar toch spectaculaire versie van Hollywood in nota bene de jaren veertig en vijftig zien.

Er zal in de mainstream nog wel even verder gegraven worden onder het stof, maar bij de rijke leden van de avant-garde heeft de zoektocht naar oude feelgood-iconen helaas alweer een eindpunt bereikt: de prehistorie. Het schijnt een ware rage te zijn om skeletten van dinosaurussen in je interieur te hebben, sinds Leonardo DiCaprio en Nicolas Cage tegen elkaar opboden om het skelet van een T-Rex te bemachtigen. De koning van de dino’s droeg, voor zover we weten, geen kleren, en vertoonde bovendien enigszins problematisch gedrag. Maar net als Barry heeft hij een charismatische grijns waarbij je niks anders kunt doen dan smelten.

Tagged:
celine dion
barry manilow
iconen
cher