in gesprek met de congolees-nederlandse modeondernemer valene lontanga

Haar 'THE FUTURE IS FEMALE AND AFRICAN'-shirt deed veel stof opwaaien, maar Valene is niet van plan een stap terug te doen: “Het enige wat ik probeer te zeggen is: Hé, deze persoon, de Afrikaanse vrouw, is er ook. Maak alsjeblieft ruimte voor haar.”

door Charlotte Simons; foto's door Casper Kofi
|
08 december 2017, 9:09am

i-D spreekt mensen uit de Nederlandse mode-industrie om erachter te komen of we er al echt zijn op het gebied van diversiteit en stelt daarbij misstanden aan de kaak. Lees er hier meer over.

Valene Lontanga richtte het online merk Libaya op, en is daarnaast actief als brandconsultant. Ze focust zich hierbij op het faciliteren van creatieve samenwerkingen tussen Afrika en het Westen. Valenes ouders komen uit de Democratische Republiek Congo, maar zelf groeide ze op in Leusden. In haar werk probeert ze deze twee werelden met elkaar te mengen, en zo ontstaat er een unieke samensmelting van culturen. We spraken haar over girlpower, het beperkte idee van diversiteit dat in het Nederlandse modelandschap wordt nagestreefd en de toekomst, die zich volgens Valene in Afrika afspeelt.

i-D: Als ik je Instagram en site zo een beetje bekijk, ben je niet bang om je uit te spreken over ongelijkheid en het gebrek aan constructieve diversiteit binnen de mode. Hoe is dat zo ontstaan?
Valene: Het is zeker iets dat gegroeid is, maar ik heb me er altijd al mee beziggehouden. Ik ben zelf opgegroeid in Leusden [in Utrecht, red.], wat toch wel een heel wit dorp is. Toen ik ben gaan studeren, kwam ik opnieuw in een heel witte omgeving terecht. In beide situaties werd ik continu geconfronteerd met het feit ik anders was, en voor mezelf probeerde ik uit te vinden hoe ik kracht kon putten uit dat ‘anders zijn’. Op het moment dat je moet gaan bepalen welke kant je op wil gaan en serieus genomen wil worden, ben je toch wel erg bezig met je identiteit. Langzamerhand begon ik te beseffen dat ik me eigenlijk een stuk minder Nederlands voel dan ik altijd gedacht had.

Mijn ouders hebben altijd erg benadrukt dat ik trots moet zijn op waar ik vandaan kom [Valenes ouders komen uit de Democratische Republiek Congo, red.], en dat het prachtig is om donker te zijn. Ze hebben me altijd erg gemotiveerd om een podium voor mezelf te creëren, juist omdat ik anders ben.

Ben je weleens bang geweest dat je potentiële zakenpartners ‘afschrikt’, juist omdat je zo uitgesproken trots bent op waar je vandaan komt?
Nee, totaal niet. Ik vind het juist heel tof om mensen daarin uit te dagen. Laatst heb ik t-shirts geproduceerd met daarop de tekst ‘THE FUTURE IS FEMALE AND AFRICAN’, daar zijn zoveel discussies uit ontstaan, ook op social media – en dat vind ik juist heel interessant. Voor mij fungeerden die shirts als opening om de dialoog aan te gaan met mensen die het niet met me eens zijn, en daarin een soort middenweg te vinden. Zo kan ik die mensen dichter bij mij brengen, of mezelf dichter bij die mensen brengen. Toch zal ik ook niet op een deur blijven bonken waarvan ik weet dat-ie dicht zal blijven, sommige mensen zijn gewoon niet bereid dat gesprek [over de waarde van diversiteit binnen de mode-industrie, red.] aan te gaan.

“Het is in Nederland gewoon nog steeds heel moeilijk om deuren voor jezelf te openen. Ik creëer vanuit mijn eigen kracht, mijn eigen verhaal – en dat blijkt vaak toch nog een te erge ver-van-je-bed-show voor veel Nederlanders.”

Dat lijkt me soms best vermoeiend.
Ja, dat is het ook wel. Ik ben dat strijden en mensen proberen te overtuigen vaak ook wel een beetje zat. Ik wil creëren, mensen inspireren en mensen welkom heten – in plaats van dat ik mensen er continu van moet overtuigen dat wat ik doe ook waardevol is. Als het niet lukt, moet je op een gegeven moment verder durven kijken. Dat was ook de reden dat ik me na een tijdje veel minder ben gaan focussen op Nederland: Nederland loopt naar mijn idee erg achter op diversiteit in de creatieve industrie. Ik dacht: terug naar huis, terug naar mijn continent. Daar voel ik me niet alleen meer thuis, maar merk ik ook dat mijn ideeën meer gewaardeerd worden. Het is in Nederland gewoon nog steeds heel moeilijk om deuren voor jezelf te openen. Ik creëer vanuit mijn eigen kracht, mijn eigen verhaal – en dat blijkt vaak toch nog een te erge ver-van-je-bed-show voor veel Nederlanders.

Nog even terugkomend op dat shirt dat je ontworpen hebt, met daarop ‘THE FUTURE IS FEMALE AND AFRICAN’ – wat is het verhaal daarachter?
Ik sta voor de vrouw, voor elke vrouw. Daarin maak ik geen onderscheid: girlpower, daar ben ik helemaal voor. ‘African’ kun je in deze context op twee manieren opvatten: sommige mensen denken dat ik het puur over de Afrikaanse vrouw heb, en dat mag zo opgevat worden. Ik probeer hiermee de Afrikaanse vrouw een podium te geven, een podium dat voorbij gaat aan ‘de Afrikaanse vrouw die verantwoordelijk is voor het huishouden’, of ‘de West-Afrikaanse vrouw die op de markt goederen aan het verkopen is’. Natuurlijk bestaan die vrouwen ook, maar Afrikaanse vrouwelijkheid gaat zoveel verder dan dat. Ik probeer met deze tekst niet-Afrikaanse vrouwen ook helemaal niet uit te sluiten, zoals me wel een paar keer verweten is. Het enige wat ik probeer te zeggen is: hé, deze persoon is er ook, maak alsjeblieft ruimte voor haar.

Je kunt deze tekst ook op een andere manier opvatten, namelijk dat de toekomst zich in Afrika afspeelt. Afrika wordt langzamerhand deel van die global conversation, en ik denk dat de wereld veel kan leren van het continent. Er liggen zoveel kansen voor het grijpen en er zijn zoveel Afrikanen die goede ideeën hebben, superinnovatief zijn – maar vaak is er sprake van een gebrek aan hulpbronnen, geld, ondersteuning en educatie.

“Het woord ‘diversiteit’ komt me inmiddels echt een beetje de strot uit. Die term is inmiddels in een trend veranderd, een hype.”

Op je site las ik in een van je blogposts de volgende zin: “ This same challenging path made me realize that being African in a Western world can be seen as a privilege.” Kun je dat uitleggen?
Misschien dat ik mensen hiermee tegen de schenen ga schoppen, maar in Afrikaanse culturen is storytelling een heel natuurlijk iets, het is ingebed in de samenleving. In Nederland mis ik vaak een bepaalde laag aan betekenis in verhalen en esthetieken, waardoor ik de Nederlandse cultuur een stuk minder inspirerend vind. Natuurlijk kan ik wel geïnspireerd raken door dingen die in het Westen gebeuren en gecreëerd worden, maar juist het mengen van die twee werelden is wat het naar een hoger niveau tilt. Het feit dat ik een ander verhaal heb, anders ben opgevoed, en een ander perspectief heb – dat vind ik heel waardevol in een Westers landschap.

Daarnaast ben ik drietalig opgevoed [Valene spreekt vloeiend Frans, Lingala en Nederlands, red.] en kan ik heel makkelijk switchen tussen verschillende culturen, makkelijker een ‘andere bril’ opzetten. Daarmee kan ik iets nieuws aan dat landschap toevoegen, en dat zie ik inderdaad als een privilege. En als ik bijvoorbeeld voor een heel wit mode-evenement wordt uitgenodigd, zou ik me heel ongemakkelijk kunnen voelen – maar ik kan ook denken: chill, iedereen zal me in ieder geval onthouden. Ik draag mijn afkomst met trots.

Hoe definieer jij diversiteit?
Eerlijk gezegd vind ik het inmiddels een heel vervelend woord, het komt me echt een beetje de strot uit. Die term is inmiddels in een trend veranderd, een hype. Diversiteit is niets nieuws, diversiteit is ook niet tekenend voor nu – de wereld is altijd al divers geweest, maar niet iedereen heeft blijkbaar de brains om in te zien dat het eigenlijk iets heel normaals is. Diversiteit is inmiddels echt een op zichzelf staand ding geworden, terwijl het onderdeel uit zou moeten maken van het geheel. Als ik nu word uitgenodigd om ergens te komen deelnemen aan een panel, word ik gelijk bij het ‘diversiteitspanel’ neergezet – terwijl ik dan eigenlijk gewoon wil deelnemen aan het ‘normale’ gesprek, over mode in het algemeen. Ik zie het ook niet per se als mijn taak om de mode-industrie diverser te maken; wat ik wel als mijn verantwoordelijkheid zie, is meiden die op mij lijken laten zien dat het dus wel kan.

Heb je het idee dat binnen het Nederlandse modelandschap een beperkt idee van diversiteit wordt nagestreefd?
Zeker. Er heerst ook een bepaald beeld van ‘het Nederlandse modemeisje’ of ‘influencer’, en daar val ik compleet buiten [door mijn afkomst, red.]. Dan heb je nog ‘het zwarte model’, dat weleens op de cover mag staan – terwijl het dan zelden om het model zelf gaat, maar meer om haar huidskleur. Zwarte modellen worden naar mijn idee vaak als props neergezet.

Ook worden er bepaalde associaties bij mensen opgeroepen wanneer ze erachter komen waar ik voor sta en wat voor werk ik doe. Als het over mode uit Afrika gaat, vragen mensen zichzelf vaak af waarom ik dan geen Ankara-prints [uit West-Afrika, red.] gebruik. Wanneer ik het heb over het feit dat ik trots ben op mijn afkomst, wordt er vaak aan me gevraagd: “Waar is je natuurlijke haar dan?” Terwijl ik zoiets heb van: laat een vrouw gewoon vrouw zijn, waarom moet het gesprek altijd over mijn haar gaan? Ik ben mijn haar niet. Er wordt nog zo in hokjes gedacht als het over ‘de zwarte vrouw’ gaat. En dan ben ik ook nog eens niet Surinaams, niet Antiliaans – maar Congolees. Dat staat nog verder van mensen af.

“Er wordt nog zo in hokjes gedacht als het over ‘de zwarte vrouw’ gaat. En dan ben ik ook nog eens niet Surinaams, niet Antiliaans – maar Congolees. Dat staat nóg verder van mensen af.”

Het afgelopen half jaar is er sprake geweest van een ‘diversiteitsgolf’ binnen het Nederlandse modelandschap. Hoe heb jij dat ervaren, zie je het als iets positiefs?
Nee, niet echt [lacht]. Ik ben heel sceptisch over de oprechtheid van de diversiteit die nu wordt nagestreefd. Ik krijg bijna het gevoel dat het vanuit een gevoel van moeten wordt gedaan, omdat “de rest van de wereld het ook doet.” Maar in hoeverre zal er echt sprake zijn van verandering? Gaan er meer niet-witte editors aangenomen worden bij modebladen, gaan tijdschriften vaker gebruik maken van zwarte make-up artists en stylisten? Dat je binnen alle takken van de sector verschillende mensen met verschillende achtergronden gaat zien. Soms worden er zulke stomme fouten gemaakt op het gebied van content. Dan denk ik: als het team hierachter nou diverser was geweest, had dit helemaal voorkomen kunnen worden. Laat die mensen aan het hele beslissingsproces deelnemen. Verhalen worden daar rijker van, content wordt automatisch interessanter.