ook in de jaren tachtig verveelden tieners zich

Fotografe Sage Sohier heeft voor haar fotoserie ‘Americans Seen’ de kinderen van voor het internet vastgelegd.

door Oliver Lunn
|
14 oktober 2015, 1:02pm

In de jaren zeventig en tachtig verveelden tieners zich ook al. Het zag er alleen iets anders uit, niemand had namelijk nog een iPhone. Kinderen hingen wat rond, dronken, rookten, en staarden in gedachten verzonken de verte in. De constante hedendaagse drang om jezelf te vermaken, was destijds een stuk lastiger te vervullen. Ze konden niet de Instagramfeed van hun vrienden bekijken terwijl ze op de bus wachtten; hadden geen WhatsApp om grappige video's naar hun vrienden door te sturen; geen Facebook om ze te laten weten welke evenementen ze echt niet mochten missen; en al helemaal geen Google Maps om ze de weg te wijzen als ze een huisfeestje in de buitenwijken zochten.

De foto's van Sage Sohier geven die verveling een gezicht. Haar serie Americans Seen verbeeldt de dromerige sfeer rondom niets doen in de jaren tachtig. De kinderen staren voor zich uit, teruggetrokken in hun eigen wereld en zonder dingen te doen. Ze bewegen zich sloffend voort, of leunen tegen een hekje, ze drinken een beetje op straat. Sohier zag hier de schoonheid van in, en gewapend met een mediumformat-camera trok ze in haar late twintiger jaren de straat op om het dagelijks leven van die tijd vast te leggen. Wij spraken haar over haar kijk op het fotograferen van verveelde tieners, de onschuld van dit tijdperk, en haar herinnering aan de slechte buurten die ze af en toe bezocht.

Wat was het idee achter Americans Seen?
Ik was een jonge fotografe van eind twintig, en was op zoek naar mensen die ik buiten kon fotograferen. Ik wist niet precies wat ik neer wilde zetten, maar tijdens het bewerken van foto's werd het me wel duidelijk dat bepaalde dingen me aanspraken. Ook al fotografeerde ik allerlei verschillende dingen, het kwam er uiteindelijk wel uit te zien als een samenhangend project. Ik had een heel specifieke kijk gecreëerd op Amerika en mensen die rondhingen. Veel van de buurten in Massachusetts ontdekte ik voor het eerst door mijn fotografie, en ik werd verliefd op hoe ze eruit zagen: de heuvelachtige dorpjes en de kleine flatgebouwen. Het waren allemaal dingen die je niet zag in Virginia, waar ik ben opgegroeid.

Je fotografeerde veel tieners in deze steden, en de verveling straalt er vanaf.
Klopt. Het was een tijdperk zonder digitale technologie en mobieltjes. Kinderen en tieners verveelden zich, en door die verveling gingen ze op zoek naar nieuwe dingen om te doen. Kinderen speelden, tieners hingen rond en dronken of rookten. Vandaag de dag zie je die dingen niet zo snel meer op straat; ze zijn de hele dag veel te druk bezig met hun telefoons en computers, wat zowel iets goeds als slechts is. Het is misschien zonde, maar ergens is het ook wel fijn dat kinderen zich niet meer zo erg vervelen. Het is lastiger om nu een fotograaf te zijn, omdat je niet zomaar rond kan dwalen over straat en de mensen tegenkomt zoals je dat vroeger deed.

De meeste mensen in de foto's zijn nog relatief jong, waardoor ik geïnteresseerd raakte in de performancekant van wat ze deden. Het leek een beetje alsof ze acteerden. Aan de ene kant voelt alles heel natuurlijk, maar aan de andere kant is alles wat ze doen een beetje een toneelstukje voor henzelf. Ik zie de zwoele zomeravonden vol verveelde kinderen als een soort straattheater dat voortkwam uit die verveeldheid. Dat vind ik heel interessant.

Op een foto is een groepje meisjes te zien dat zit te roken in een portiek in South Boston. Ze lijken allemaal heel erg in hun eigen wereldje te zitten, waren ze zich niet bewust van jouw aanwezigheid?
Voor ik de foto nam, zaten ze ook al zo te roken en te praten, en ik denk dat ik vijf à tien minuten heb besteed aan het fotograferen van ze. Bij de derde of vierde foto namen ze vaak een pose aan waarin ze al eerder zaten. Soms zei ik dan dat ze niet in de camera hoefden te kijken, omdat ik ze wilde fotograferen zoals ze echt waren. Maar ik vraag altijd toestemming voor ik iemand fotografeer. Ik werkte namelijk met een mediumformat-camera, die zijn redelijk groot en hebben een flitser. Ik besluip mensen niet, maar vraag gewoon of ze het goed vinden.

Je was zelf destijds best jong, denk je dat het daardoor makkelijker was om op deze meisjes en andere tieners af te stappen?
Dat is heel interessant, en ik heb er dan ook veel over nagedacht; ik ben ouder geworden. Ik zou nog steeds geen moeite hebben met jonge mensen, maar ik denk wel dat het anders zou zijn. Als je nu op iemand afstapt, zijn mensen zich bewust van het feit dat je het op internet kan delen, terwijl er destijds wat meer onschuld was. De angst en paranoïde gedachten die mensen nu hebben, had je toen nog niet zo erg. Ik zie de foto's als een samenwerking, en mensen wilden graag met me samenwerken. Als mensen aan me vroegen waar de foto's voor waren, zei ik vaak, "Ik ben een kunstfotografe en doe een project over mensen die buiten rondhangen." Mensen wisten vaak niet wat dat betekende, maar deden er verder niet moeilijk over.

Had je het gevoel dat je je kon identificeren met de tieners?
Oh ja, natuurlijk. De foto gaat evenzeer over mij als over hen. Het is een vreemd soort samenwerking waarbij het op een bepaalde manier een oprechte foto van hen is, maar ergens is het ook een foto van mij en hoe ik me voel. En dan heb je natuurlijk nog de interpretaties van anderen zodra je de foto's met de rest van de wereld deelt. Het verbaast me altijd wanneer vrienden een foto zien en zeggen dat het ze verdrietig maakt, terwijl ik het juist helemaal niet zo zie. Foto's zijn een soort spiegel waarin mensen hun eigen ervaringen reflecteren. Dat is de kracht van fotografie.

De foto's dateren uit de late jaren zeventig en de vroege jaren tachtig. Wat zijn jouw meest heldere herinneringen uit die tijd en aan de buurten waar je de foto's nam?
Ik werd destijds altijd gegrepen door de schoonheid van dingen die niet per definitie mooi waren: de oude stenen molens, flatgebouwen, lege stukken grond, boomstronken, basketbalnetten. Ik zag ze als prachtige achtergronden voor mijn portretten. Er was iets wat ik enorm waardeer aan het ronddwalen op zoek naar mensen, en ik was bevoorrecht genoeg om te kunnen verdwalen, wat ik nu niet meer kan. Het is wel grappig dat ik mijn GPS gewoon uit zou kunnen laten, maar wanneer je verdwaald raakt doe je dat niet. Vroeger was je op jezelf aangewezen als je verdwaald was, en vond je onverwachte dingen. Dat was geweldig.

Was je weleens bang als je in je eentje naar zulke slechte buurten ging?
Ja, ik was bang. Er waren een keer een aantal jongens die op me afkwamen en mijn camera wilden afpakken, maar op een of andere manier lukte het me om de camera vast te houden. Toen een ouder persoon zag wat de jongens deden, schreeuwde hij naar ze. Het was bedreigend, maar niet té bedreigend. Tijdens het nemen van die foto waarop jongens bier drinken, voelde ik me ook een beetje bedreigd. Het was onderdeel van mijn project in het zuiden van Boston. Ik zag de jongens drinken en dacht nog, "Sage, doe het niet; dit is niet slim." Maar ik kon het niet weerstaan omdat ze zo interessant waren. Ze waren redelijk onguur, en daar moest ik mee omgaan. Ik was destijds een jonge vrouw dus het voelde niet heel prettig. Desondanks voel ik me enorm aangetrokken tot het gevoel van ergens zijn in je eentje, en je ietwat verdwaald voelen. Zo ontdek je tenminste nieuwe dingen. Het leukste aan fotograaf zijn is voor mij niet het eindproduct, maar de weg er naartoe waarbij je al deze interessante en vreemde mensen ontmoet. Ik ben heel dankbaar dat ik dankzij fotografie uit mijn veilige wereldje ben getrokken, en zo op een prachtige manier een kijkje heb kunnen nemen in de levens van anderen.

Sage Sohiers fotoboek Americans Seens wordt in 2016 uitgebracht door Nazraeli Press. 

Credits


Tekst Oliver Lunn 
Fotografie Sage Sohier

Tagged:
tieners
Cultuur
sage sohier
americans seen