Anton Perich

foto’s van de new yorkse legendes tijdens hun wildste nachten in de jaren zeventig

Anton Perich legde underground beroemdheden vast, waaronder Patti Smith, Salvador Dali, en Cyrinda Foxe die regelmatig Max’s Kansas City en het Chelsea Hotel bezochten.

door J.L. Sirisuk
|
20 april 2018, 2:18pm

Anton Perich

“In de achterste kamer was de kerk van het neonroze kruis,” vertelt fotograaf Anton Perich over de beruchte achterkamer van Max’s Kansas City. De kamer van de legendarische nachtclub zou de doop betekenen voor de creatieve underground scene. Het was 1970, een tijdperk dat bol stond van de kunstenaars, muzikanten, fotografen, schrijvers en ontwerpers en het was de lens van Perich die al die persoonlijkheden onsterfelijk maakte – van Andy Warhol tot Salvador Dali en Patti Smith, zowel inn Max’s Kansas City tot Studio 54 en het Chelsea Hotel.

Perich verhuisde naar Manhattan na de revolutie in Parijs in 1968 waar hij onderdeel was van de avantgardistische Lettrist-groep onder leiding van Maurice Lemaitre, tot hij naar New York gelokt werd. “Maar ik nam een kiezelsteentje mee in mijn zak als een herinnering aan de barricades en de revolutie,” vertelt hij. Dit vrije gevoel van rebellie en creativiteit injecteerde hij in het artistieke landschap van de stad. Hij ging in dienst bij Max’s om tafels af te ruimen, en kreeg toegang tot beroemdheden, glamour, rauwe punk en underground. Perich bracht ook zijn eerste underground tv-programma uit in 1973, met de naam Anton Perich presents, wat vaak gecensureerd werd vanwege de provocatieve inhoud zoals een topless dansende Apollonia van Ravenstein en Jerry Hall die in een kast sliep. Niet alleen was hij filmmaker, fotograaf, en videokunstenaar, ook ontwierp hij een elektrische schildermachine in 1977, lanceerde hij NIGHT magazine waarin hij het nachtleven van Studio 54 toonde, en maakte hij regelmatig foto’s voor Warhol’s Interview Magazine.

“Het opnieuw bekijken van die vastgelegde momenten verschaft me een gevoel van rust. Het brengt een gevoel van respect en adoratie, en verering teweeg,” deelt Perich over zijn foto’s. Door zijn werk maakte Perich hij vele kunstenaars en legendarische figuren onsterfelijk en hij vierde elke persoon die hij fotografeerde. Hij sprak met i-D over zijn werk en deelde een paar klassieke en aantal zeldzame foto’s.


Je hebt wel eens gezegd dat beroemdheden toeristen werden genoemd door de stamgasten van Max’s.
Ja, Max’s bestond uit de ‘stamgasten’ en ‘toeristen’. De grote John Chamberlain was er elke nacht, zittend aan de bar of hij ging naar de achterkamer. Niet iedereen kon daar komen. Niet iedereen was gelijk in de ogen van Candy Darling. Er was veel vriendschappelijk vuur. Mensen gingen geïntimideerd weer weg. Jagger was de perfecte toerist. Zijn vrouw niet. Ze was een perfecte stamgast. Dat kon je zien aan de kledingstijl. Zij was punk en hij was Sinatra.


Wat trok je zo aan in New York?
Ik ben geboren in Joegoslavië, een niet bestaand land. Het is niet terug te vinden op een landkaart. Het is verdwenen, net zoals het Romeinse Rijk. Ik heb geleefd tijdens de Franse Revolutie van 1968, heb eerst een paar nachten bij de Odeon geslapen, heb door de brandende barricades van Parijs gelopen. Dat was het eind van het spektakel. Na de revolutie werd Parijs monotoon. Op een prachtige dag nam een wonderlijke wind me mee naar New York.

Hoe ben je begonnen als fotograaf?
Niet als een oorlogsfotograaf in Parijs. Ik heb ooit 36 foto’s gemaakt van een meisje in Parijs, een heel oud rolletje vol. Maar misschien waren dat mijn beste foto’s ooit. Ik merkte de gevechten op straat niet op. Ik was een radicale Lettriste, een lid van de kunststroming opgezet door Isidore Isou. Isou zei: “Er is vreugde in de revolutie.” In New York wilde ik heel graag de Rimbaud van de fotografie zijn. Het was gekte dat ervoor zorgde dat ik naar dit instrument greep. Ik bracht een camera mee voor mijn eerste paar dagen in New York. Fotografie kan met een hand het hele universum omarmen. Ik ervaarde het als een poëet, die nooit ‘thuiskomt’ van zijn reis. Maar op de een of andere manier werkte het. Ik vond het in het oogcontact. De meeste foto’s zijn gebaseerd op oogcontact.

Sommige van de meest legendarische foto’s van culturele iconen uit de jaren zeventig zijn door jou gemaakt in Max’s Kansas City. Hoe ben je daar terecht gekomen?
Ik maakte er wat foto’s, en ze hebben onmiddellijk ruimte gemaakt voor mijn werk. Ik was in het gezelschap van Warhol, Chamberlain, Forest Myers, Donald Judd, Flavin, Michael Heizer. Dat was de beste kunstruimte van New York. Al deze kunstenaars waren nog niet te zien bij MoMA. Het was mijn thuis. Mijn ontdekking van Max’s was waarschijnlijk een dag of twee nadat ik in New York aankwam. Een vriend, of vriendin nam me mee.

Wat kun je zeggen over de legendarische achterkamer?
Toen ik die kamer binnen ging, wist ik dat ik op ander terrein was. Er was geen weg terug. Je wist dat er net iets enorms was gebeurd, maar dat je het net had gemist. Dat gevoel hing er. Lou Reed was er. Het was een fantastisch evenement, alleen hij zat er. Aan een andere tafel zat Candy Darling aan haar lege tafel. En Jackie Curtis zat aan een andere lege tafel. Er was een soort chemische symmetrie, een geheime code geperst in de stof van de underground. Richard Sohl was er, amper in zijn tienerjaren. Alle getalenteerde mensen uit de jaren zeventig waren tieners.

Je kende Andy Warhol. Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?
Ik heb Warhol leren kennen rond mijn zevende dag in New York. Ik denk dat mijn vriend, die gertrouwd is met een superster, me daar mee naartoe nam. Dat was in 1970, en Warhol was net begonnen met zijn tijdschrift Interview. Hij zag mijn camera en werd heel opgewonden door mijn fotografie. Hij deed alsof hij nog nooit een camera had gezien. Ik had ook een paar gevouwen, gekreukte foto’s van Cyrinda Foxe in mijn zak. Warhol publiceerde ze in de daarop volgende editie. Ik hield afstand van de mensen van de Factory. Zij waren een andere laag van bureaucratie, en gingen gekleed als begrafenisondernemers. Met Warhol had ik direct contact. Ik ging maandelijks naar hem toe om persoonlijk mijn foto’s af te leveren.

Je bent een van de eerste publieke televisieshows begonnen waar de kapsels van Grace Jones voorbijkwamen en Salvador Dalí te gast was. Kun je iets meer vertellen over dit programma?
Ja, Grace Jones had het kapsel van de eeuw. Het was de eerste underground tv-show. En in die tijd werd de hele show gecensureerd, door de gekke inhoud. Gecensureerd door het onscherpe camerawerk. Gecensureerd omdat het zwart -wit was en niet in kleur. Kleur was een must in de late twintigste eeuw. De commerciële TV was in kleur, rein, ongerept en er was geen sprake van seks of vuile taal. Ik heb daar verandering in gebracht. Je noemde Salvador Dalí, hij was er in gezelschap van naakte vrouwen. Natuurlijk was het een modeshow, zonder de jurken. Danny Fields stak een gloeilamp in de kont van Sami Mellange. Susan Blond was de eerste die haar borsten liet zien op de Amerikaanse televisie. De fantastische performancekunstenaar Victor Hugo vernietigde een schilderij van Warhol op camera. Taylor Mead beledigde herhaaldelijk het publiek. Jerry Hall sliep in een kast en zong vieze liedjes.

Welke observaties kun je met ons delen over de creatieve gemeenschap van de jaren zeventig?
Manhattan in de jaren zeventig barstte van de goedkope, koude, lege lofts die kunstenaars deelden met ratten. Ratten waren de ideale huisgenoten. Ze bleven uit de buurt van kunstenaars, en waren heel erg op zichzelf. De loft-scene was fantastisch. Kunstenaars gaven shows in hun grote ruimtes, theatervoorstellingen, exposities, muziekevenementen. Ze werden geïnspireerd door elkaars werk – en gekheid. Ze deden regelmatig een aantal bars aan, waar ze ‘s nachts het contact opzochten. Iedereen was er. Zeker, de grootste Amerikaanse kunst is ontstaan en gecreëerd in zo’n atmosfeer, we ademden toen ozon in.

Al die diverse persoonlijkheden die je hebt vastgelegd leefden in een hele unieke tijd van de geschiedenis. Hoe kijk je terug op deze beelden?
Mijn fotografie voelde als iets duizend keer schilderen totdat het eindelijk goed is. In dat proces, groeide mijn liefde voor de mensen om mij heen enorm. Beelden zijn anders dan het leven. Het leven is altijd compleet, en beeld is nooit compleet. Soms is dat verschil niet te zien. Soms is het ontwijkend, niet significant.

Tagged:
NYC
Features
70s
Fotografie
anton perich