fashion east lente/zomer 2018 ging over genderrollen, emigreren en het verknipte oriëntalisme in de mode-industrie

We spraken met opkomende ontwerpers Matty Bovan, A Sai Tai en Supriya Lele over hun radicale mode.

door Charlotte Gush; foto's door Anabel Navarro
|
18 september 2017, 3:47pm

"Er ligt een geweldige toekomst achter je", stond er op het briefje uit het gelukskoekje dat op me lag te wachten op mijn stoel tijdens de groepsshow van Fashion East. De persoon hier achter? A Sai Ta, de ontwerper achter ASAI. Het was het startschot van een confronterende show van een van de de meeste prominente modevernieuwers uit Londen. Er was geen sprake van expliciete protest-symbolen of slogans tijdens Fashion East, maar vergis je niet: dit is mode vol vuur.

Matty Bovan
Matty Bovan

Matty Bovan
"Ik ga niet op een zeepkist een scène staan trappen, maar de economie en de wereldpolitiek hebben wel invloed op mijn ontwerpen. Dit is best een agressieve collectie." zegt Matty Bovan backstage. Hij gebruikte dezelfde panelen met gebreide patronen als vorig seizoen, maar hoewel hij er toen truien en cardigans van maakte, leek het nu alsof de gebreide panelen stukken aardkorst waren die tegen elkaar geknald waren. Daaronder droegen de modellen stijve, beschermende broeken, zoals je die bij stratenmakers ziet.

Ook het schaakbord-motorcross-printje herkennen we van vorig seizoen, net als de verwijzingen naar sport, zoals lycrabroekjes en een bergbeklimmotief op een T-shirt. "Sport-elementen die niet echt sportief zijn," noemt hij dat zelf. "Ze hebben altijd wel een functie, maar zien er ook geweldig uit; ik vind het leuk om die associaties te maken in mode." Sportelementen komen normaal gesproken vooral voor in de meer masculiene wereld van 'echte kerels'. Tutu's onder een spinnenwebachtig breisel van glitterdraad waren een andere scherpe tegenstelling, in de collectie die verder erg androgyn was. Een line-up van topmodellen, onder wie Jean Campbell, Winnie Harlow, Georgia May Jagger, Grace Bol en Charlotte Free (die je niet zou verwachten in de show van een opkomende designer) was de kers op de taart.

ASAI
ASAI

ASAI
A Sai Ta beweert ook geen politieke designer te zijn (is dit het mode-equivalent van weigeren jezelf een feminist te noemen?), hoewel hij zeker een sterk standpunt inneemt. De openingsmuziek, Shanzai van Fatima Al Qadiri, maakte meteen duidelijk wat A Sai met deze collectie wil zeggen. Het nummer, dat vernoemd is naar de Chinese term voor vervalste Westerse producten, lijkt voor de toeschouwer die niet ingewijd is in het Mandarijn op een Chinese cover van Sinead O'Connor's Nothing Compares 2 U. Alleen is het dat niet, het is een niet-bestaande taal die Chinees klinkt.

De collectie bestaat uit lieslaarzen in 'porselein' blauw en wit, met draken die omhoog kruipen, tassen uitgerust met nunchuck handvatten, gouden sieraden omgevormd tot bamboe en gedeconstrueerde 'mandarin' kragen die een roodsatijnen voering toonden. "Centraal staat het gebruik van overduidelijke Aziatische motieven en die dan op zo'n manier transformeren dat het weer ver van de originele inspiratiebron af staat. Draken, 'Chineesachtige' dingen. En er overduidelijk mee werken, alsof je zegt: 'Is dit hoe je Chinese mensen ziet?'' De collectie is een reactie op critici die verrast waren toen de vorige collectie er (voor hen) niet Chinees uitzag, terwijl de items als een soort Chinees takeaway-menu geshowd werden," legt A Sai uit.

"Niemand heeft ooit kritiek op culturele toe-eigening van Azië," vertelt de in Zuid-Londen geboren designer van Chinese afkomst. "Dries Van Notens hele merk is gebaseerd op Aziatische esthetiek. Dat geldt ook voor Gucci, dat vol draken zit. Ik zal degene zijn die het 'echt China' maakt. Want die Chinese prints hebben niks te maken met Chinese mensen, maar met het westerse ideaal dat deze vrouwen geëxotiseerd heeft." Moeten westerse ontwerpers stoppen met dit soort prints te gebruiken? "Ik probeer niet te politiek te zijn," dringt hij aan. "Ik probeer alleen de verantwoording op me te nemen en te vragen 'Is dit hoe jullie Chinees-zijn zien?' Het licht op de kwestie te laten schijnen, er aandacht aan te besteden. Ik hou van hoe problematisch dat is." Punk leeft, en dat is duidelijk.

Supriya Lele
Supriya Lele

Supriya Lele
Nadat ze vorig seizoen haar debuut maakte op Fashion East met een presentatie bezocht Supriya Lele haar familie in India voor het eerst in acht jaar. Haar reiservaringen waren terug te zien in de collectie: kleurrijke, op sari's geïnspireerde jurken waren gedraaid aan de zijkant om een stukje blote taille te onthullen; de fragiele nylon jurkjes waren een knipoog naar de goedkope negligeetjes die je van de Indiaase marktkramen kunt plukken en de handgedrukte en daarna geplastificeerde organza broeken, rokjes en jasjes deden denken aan de kleding van bouwvakkers. "Ik werd overdonderd door hoe hard India aan ontwikkeling bouwt. "Het beeld van bouwvakkers die zonder veiligheidstuigje over met dekzeil en vodden bedekte steigers klauterden was een extreem voorbeeld van hoe de toekomst en het verleden kan samenkomen."

Supriya vertelt dat 2017 best een mijlpaal voor haar was. Ze werd dertig en begon haar carrière als onderdeel van Lulu Kennedy's prestigieuze show. Dat ze naar India ging met haar moeder was ook een manier om te reflecteren op haar afkomst, en haar standpunt als ontwerper. "Toen we in India waren bij mijn opa, dacht ik na over mijn moeder, toen en nu," vertelt ze ons backstage. "Ze is nu 54 en verruilde India, dat toen ook nog heel anders was, voor Engeland toen ze 23 was. Ze ging met mijn vader naar Ipswich, een dorpje op honderd kilometer van Londen. Het landschap moet zo compleet anders zijn geweest." Dat contrast zie je terug in deze collectie, met clashende kleurcombinaties (zwart-wit, felroze, rood en blauw, als verwijzing naar Ellen Marks blauwe foto's van Bombay-bordelen uit de jaren tachtig) en strakke silhouetten. "Beeld je in dat je van India naar Ipswich gaat," grijnst ze. "Mijn stijl is denk ik een samenspel tussen die twee plekken."

Tagged:
London Fashion Week
fashion east
Asai
matty bovan
ss 18
supriya lele