zoenende gabbers, hardcore warriors en gamenerds

Fotograaf en voormalig gabber Boris Postma reisde af naar Italië en Japan om daar de lokale hardcorescene en diens kleurrijke karakters te fotograferen.

|
okt. 16 2017, 10:02am

De eerste keer dat ik fotograaf Boris Postma in een gabbercontext meemaakte, was vijf jaar geleden toen we samen naar Thunderdome in de Amsterdamse RAI gingen. Ik had voor de gelegenheid nogal aanstellerig mijn haar strak naar achter gegeld en een Aussie aangetrokken, om een beetje LARP'end op te kunnen gaan in de menigte. Van Boris wist ik echter dat zijn band met hardcore niet slechts een pose voor de avond was, maar dat hij een daadwerkelijke geschiedenis met de subcultuur had. Zo was hij in zijn tienerjaren zelf gabber geweest – eentje die niet alleen met een kaalgeschoren hoofd en een bomberjack obscure raves bezocht, maar die ook onderzoek deed naar de internationale kruisbestuiving van gabbertrends en voor publicaties schreef. Ik was die nacht dan ook getuige van het gemak waarmee hij zich door deze wereld van snoeiharde hardcore, esthetische codes en caleidoscopische lichtspektakels navigeerde.

Die fascinatie voor gabbercultuur is hij nooit kwijtgeraakt, en dus besloot hij naar Italië en Japan af te reizen om daar de lokale gabberscene te onderzoeken en diens kleurrijke karakters te fotograferen. Het resultaat is een fotoserie die niet alleen de extreme, sensationele kanten van de hardcore-esthetiek belicht, maar ook diens zachte kanten verkent. Ik sprak Boris over gamenerds, brandende treinen en kitscherige hardcorefestivallocaties en mocht nog niet eerder getoond werk exclusief op i-D publiceren.

i-D: Hi Boris. Allereerst, waarom Italië en Japan?
Boris: Zo rond het millennium kwam ik voor het eerst in aanraking met Japanse hardcore. Ik schreef toentertijd als enige gabber voor een tijdschrift over anime, manga en Japanse popcultuur. Op een gegeven moment kreeg ik wat Japanse hardcore-cd'tjes toegestuurd waar ik dan een recensie over moest schrijven – dat was de eerste keer dat er in Nederland iets over dat genre bekend werd, en dat is altijd blijven hangen. Daarnaast had ik ook wat foto's voorbij zien komen van een Japans meisje met een gigantische 'Hardcore For Life'-tattoo op haar rug. Gezien het taboe op tattoo's in Japan, nodigde die foto natuurlijk direct uit tot onderzoek.

Maar tijdens dat onderzoek kwam ik ook een video tegen uit Italië vol prachtige mensen met crazy hairdo's, mooie kleuren, gekke outfits en ik dacht: dit is echt heel anders dan hoe ik de Nederlandse scene ken – hier moet wat mee gebeuren. En dus werden Italië en Japan de startpunten van dit project.

Een tattoo van het logo van Pengo, een Nederlands record label, op een Italiaanse jongen.

De gabbercultuur verschilt per land heel erg. Kun je daar iets over vertellen?
In Japan is J-core de grootste stroming. Het wordt gekenmerkt door een beetje een nerdcultuur – dat zeggen ze zelf overigens ook – en is dan ook met name populair onder gamers. Zij zijn vaak hoogopgeleid en audiofiel, zo maken ze bijvoorbeeld soundsystems voor Sony. Je ziet ze vaak tijdens hardcoreshows in het publiek staan met een grote rugzak op en een iPad in hun handen. Maar je hebt ook werknemers die uit hun werk in pak naar zo'n feest komt en op hun loafers staan te dansen op hardcore. Ze dragen dan van die nep piercings, want ze hebben een goede baan. In dat opzicht verschilt het dan ook erg van de Nederlandse hardcorescene, die toch vaak geassocieerd wordt met de arbeidersklasse en voetbal.

Mitake is een Japans meisje en hardcore fan. In haar hand heeft ze een Nederlandse 100% Hardcore-waaier.

En in Italië?
Italië heeft zijn eigen hardcore-gabber, de Hardcore Warrior, een soort cyberpunk-achtig figuur met neon stekels en fluo-jasjes. Die is echt uniek voor dat land en is ontstaan in één specifieke club. In Nederland stond de gabber altijd bovenaan de voedselketen, daar waar mensen een beetje bang voor. In Italië waren dat dan de Hardcore Warriors. Op dit moment is de Italiaanse sound de baas binnen de Europese hardcorescene. Je herkent het aan de ontzettende poppy, catchy sound – het is veel melodieuzer en bombastischer. Het is eigenlijk een beetje een soort musical waar je heen gaat, het is toegankelijker.

Was het moeilijk toegang te krijgen tot die scenes?
Wat ik doe op het moment dat ik ergens aankom is dat ik me in contact laat brengen met lokale hardcore-types, en daar ga ik dan mee afspreken. We praten dan over hardcore – over mijn ervaringen, over hun ervaringen. We vergelijken de scenes met elkaar. En dan laat ik me door hen meenemen. Ik was nieuwsgierig naar de mensen erachter, ik wilde verder kijken dan die extremiteit. In Italië is het bijvoorbeeld grappig om te zien dat er heel veel romantiek is, ze willen allemaal met hun vriendje of vriendinnetje op de foto. In Japan was het moeilijker om echt bij mensen thuis te komen, want ze zijn erg privé. Maar zelfs daar ben ik altijd bij de hand genomen, ze lieten me graag hun wereld zien – iets wat je veel bij deze subcultuur ziet.

Een romantisch Italiaans hardcore-stelletje.

Heb je tijdens je reizen extreme avonturen meegemaakt?
Nou, extreem, extreem. De trein stond in brand [lacht]. Ik was op een gegeven moment op weg naar mijn eerste hardcorefestival in Italië en ik zie in de trein een gabberstelletje uit het raam hangen, een jongen en een meisje. Hij had een grote piercing in zijn gezicht, en het meisje had een half kaalgeschoren hoofd. Op een gegeven beginnen ze naar me te gebaren dat ik met ze mee moet rennen, want blijkbaar stond de trein in de brand. Er was overal rook, we renden echt een soort inferno uit. Vervolgens hebben we toen samen een half uur langs de snelweg gelopen op weg naar de festivallocatie. En dat bleek een soort filmset te zijn, supervreemd om te zien. Heel anders dan dat we dat hier kennen. Veel meer disco, veel extravaganter – met palmbomen en Griekse beelden. Een behoorlijk contrast met de hardcorestijl. Dat heb ik ook allemaal vastgelegd.

Je bent dus eigenlijk een soort documentair fotograaf geworden. Want jouw eerdere werk is toch vooral modisch, meer studio-achtig te noemen.
Kijk, ik vind identiteit en lifestyle heel interessant. Maar mijn werk was inderdaad altijd letterlijk gestyled en geregisseerd. Dit keer liet ik het veel meer van het moment afhangen – ik had er veel minder controle over. Een goede oefening ook.

Heb je de smaak te pakken gekregen?
Ik denk dat ik zeker doorga met het vastleggen van subculturen, dus dat is iets wat op de agenda staat.

Dan raken we je wel kwijt als de gabberspreekbuis van het modelandschap.
[Lacht] Ik moet zeggen dat ik wel wat meer een afstand tot de scene voel hoor, ik kan niet meer zo goed mee met het ritme van de jongens van nu. Ik zie er ook inmiddels niet meer uit zoals vroeger. Maar daardoor ben ik juist in staat geweest om er op een eerlijke, frisse en objectieve manier naar te kijken.

De expositie Planet Core was te bezoeken van 18 t/m 22 oktober 2017 in de Melkweg Expo, als onderdeel van ADE Playground.

Een bezoeker van de tiende editie van het jaarlijkse E-Mission Festival. Op zijn linkerbeen heeft hij het logo van het Dominator-festival getattoeëerd, en op zijn rechter een logo van Rotterdam Forze Records.
Twee hardcorefans in Tokyo. Het linkermeisje maakt haar eigen maskers, de jongen op rechts is DJ en is bekend onder de naam '6th.jpg'.
Het contrast tussen de grove hardcore-elementen en de pittoreske festivallocaties is vaak groot.

Credits


Foto's van Press Office © Boris Postma