febo-fash: waarom eigenlijk?

Vrijdag kwam de kledinglijn van de FEBO uit en ik vroeg me af waarom mensen dat eigenlijk zouden willen hebben.

door Tim Fraanje
|
29 augustus 2017, 11:59am

Na de Kentucky Fried Chicken en de McDonalds kreeg vorige zomer ook de FEBO een eigen kledinglijn. Er waren Slippers te koop in alle filialen en ook kon je via internet t-shirts (met een zak voor een frikandel en een aangenaaid lapje waar je je vette vingers aan af kunt vegen) en korte broeken bestellen. Vanmiddag om 12.00 uur launcht een tweede collectie, die de 'pro-snackers' klaar zou moeten maken voor het festivalseizoen. De collectie bestaat uit een 'snackshirt' (rood, grijs en wit) en een 'snacktasje' in de vorm van een fannypack. Als reclamestunt is het zeker geslaagd: de media duiken er bovenop – met resultaat. Zo vertelde FEBO-directeur Dennis de Borst aan Het Parool: 'De Febo Snackslippers vlogen vorig jaar als hete kroketten over de toonbank. Binnen één dag waren ze uitverkocht en op Marktplaats werden ze zelfs voor 175 euro aangeboden." Maar in mijn brein vormde zich vooral een groot vraagteken. Een snack op zijn tijd moet natuurlijk kunnen, maar waarom zou je in vredesnaam zoiets platvloers als fastfood willen promoten door middel van mode, oftewel kunst? Het druist in tegen mijn opvatting van smaak en esthetiek, maar ik ben de kwaadste niet. Ik ga het in dit stuk proberen te begrijpen.

Gek genoeg werd de link tussen mode en fastfood door de mode-industrie zelf gelegd: de herfstcollectie van Moschino uit 2014 bestond uit gestileerde McDonalds-uniformen. Vreetketens zagen dit blijkbaar als een handreiking, en grepen een tijdje geleden het succes van de normcore van Demna Gvasalia – die onder andere een DHL-shirt en een IKEA-tas de catwalk opstuurde – aan als excuus om dan ook maar via cultkleding reclame te gaan maken voor hun eten. Waar Kentucky Fried Chicken de trend nog wel redelijk na-aapte, met een soort retrotruien, maakte McDonalds onesies met een alloverprint van foto's van hamburgers die in mijn maag direct een bepaalde misselijkheid opriepen. De kleding van de FEBO heeft dezelfde print als de papiertjes die om de frikandellen heen zitten en de kenmerkende rode accenten. Esthetisch gezien kan het nog wel enigszins door de beugel, omdat het zo minimalistisch is.

Ik word door de heren een halfuur lang bestookt met termen als "dagvers", '"lokaal", "oer-Hollands" en "een kwalitatief product". Oké, oké.

Toch wringt het bij mij een beetje: je zou zeggen dat vet, ongezond eten zichzelf wel verkoopt, en dat het een guilty pleasure is waar mensen zich uiteindelijk niet mee willen identificeren. Je zou zeggen dat mensen met hun kleding een bepaalde allure willen uitstralen in plaats van een "zaterdagavond, dronken, net gekotst in een steegje en nu op zoek naar nieuwe maagvulling"-vibe. Ik bezocht reclamebureau Natwerk dat het idee voor de eerste FEBO-lijn bedacht, om een antwoord te vinden op mijn brandende 'waarom'-vraag.

Reclamemannen Axel en Frank ontvangen me hartelijk met een bak koffie en maken daarna gehakt van al mijn vooronderstellingen. FEBO is volgens hen geen goedkope, dikmakende rommel die je alleen eet als je gedronken hebt. Ze proberen een ding te maken van FEBO-friday-snacklunch bij bedrijven en vinden het merk zo leuk dat Axel zelfs "ja" antwoordt op de vraag of hij ook ook een FEBO-kledinglijn zou willen ontwerpen als hij niet betaald zou krijgen. Ik word door de heren een halfuur lang bestookt met termen als "dagvers", "lokaal", "oer-Hollands" en "een kwalitatief product". Oké, oké.

Het was dan ook niet de bedoeling om sophisticated fashion te creëeren. "Het moet voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn, en het is gebaseerd op voetbal," zegt Axel. "We kwamen erachter dat er heel veel FEBO-fans zijn, en bij fans hoort merchandise." Natwerk wil inspelen op de snackcultuur die toch al in voetbalkantines aanwezig is. Want als je niet elke dag bij de FEBO eet en voldoende beweegt, past een kroket zo nu en dan prima in een "gebalanceerd dieet." Daarom zouden de kleren ook bedoeld zijn als sportoutfit, hoewel de wijde relaxkleren mij vooral doen denken aan bankhangen en uitdijen. Bovendien lijkt voetbal op slippers me niet handig, maar die blijken bedoeld te zijn voor het douchen ná het voetbal.

Het ligt misschien aan mijn sceptische houding ten opzichte van snacken of mijn gebrekkige kennis van de voetbalcultuur, maar ik ben nog niet helemaal overtuigd. Ik besloot te wachten totdat de kleding ook echt in omloop was, zodat ik kon kijken of de marketingideeën van Axel en Frank ook resoneren bij de gemiddelde FEBO-klant. Ik hing afgelopen vrijdag, op de releasedatum van de kledinglijn, een tijdje rond in de lokale vestiging (aan de Vijzelstraat in Amsterdam) en stoorde mensen bij het eten van hun kroketje.

Voor het filiaal loop ik tegen een vrouw aan die maar liefst vier paar slippers [à 17,50 euro per paar] heeft aangeschaft. Maar het eten geniet niet haar voorkeur: ze omschrijft zichzelf als een non-FEBO-food-loving-fan. Het gaat haar vooral om de cultstatus. "Ik vind het heel geestig. We gaan ze aan vriendjes van mijn kinderen geven." De voetballink snapt ze ook: "Na het voetbal zit iedereen friet te vreten, en bier te drinken. Een gouden greep!"

Binnen zitten tieners Tom en Luc aan een bak patat. Ze zijn fan, maar geen trouwe. "We eten gewoon wat we tegenkomen." Tom: "Het lijkt me een beetje onnodig, FEBO-kleren aantrekken." Luc: "Daar zijn we niet genoeg fan voor." Ze hebben een abonnement op de sportschool, maar zien de link met voetbal niet zo.

Naomi is wel echt fan. "Al van kleins af aan, ik eet bijna nooit bij een andere snackbar." Ze heeft vijf paar slippers gekocht: voor haar vriend, voor haar vader en voor zichzelf - en twee paar om te verkopen. Ze vindt de kleding mooi en gaat het zeker op straat dragen. Maar ook zij snapt niet zo goed wat de FEBO met sport te maken heeft. "Ik zat op de dansschool naast de Ferdinand Bolstraat. We gingen altijd in de pauze snel een kroketje eten bij de FEBO daar. Dat was geen goede combinatie met sport, maar wel lekker."

"Ik sta bekend als FEBO-liefhebber onder mijn vrienden. Ik zou de kleding zeker dragen, in een casual setting."

Hoewel de FEBO zich vooral richt op een Nederlands publiek, zouden ze zeker ook buiten Nederland kunnen gaan kijken. Drie Britse meisjes zijn sinds vijf dagen in Nederland, en zijn elke dag naar de FEBO geweest. "Echt iets van vijf keer per dag." Ze zouden de kleren zeker dragen in Engeland, maar ze vinden het te duur: de shirts zijn 35 tot 40 euro. "Zeker omdat de kroketten maar 1,80 kosten."

Dan kom ik Harmen en Maria tegen. Harmen is copywriter en Maria zelfverklaard (of eigenlijk door Harmen verklaard) foodie. Harmen: "Ik sta bekend als FEBO-liefhebber onder mijn vrienden. Ik zou de kleding zeker dragen, in een casual setting. Als ze mooie stropdassen hadden ook wel in een formele setting. Ik hoop op een cocktaillijn." FEBO geeft Harmen houvast in onzekere tijden. "De stad verandert constant, maar de FEBO blijft." Ook voor Maria zou het Amsterdamse karakter van FEBO een reden zijn om de slippers te kopen. "Leuk voor op de camping, iedereen ziet dat je Amsterdammer bent. Met het eten heb ik niet zo heel veel. Behalve dat het toegankelijk is." Harmen: "En vers." De marketingtaal van Frank en Axel blijkt flink ingesleten te zijn bij de consument.

Er zijn dus wel degelijk oprechte FEBO-fans, en hoewel de meeste mensen die ik gesproken heb de link met voetbal niet echt snappen, is het toch een groot succes: de lijn is inmiddels bijna uitverkocht. Fastfoodfashion is nog steeds niet echt mijn ding, en je zult me nooit in nuchtere toestand naar een snackmuur zien rennen. Maar ik ben blij dat mijn snobistisch onbegrip en aanvankelijke chagrijn er toch toe hebben geleid dat ik nu wat meer snap waarom andere mensen het wél leuk vinden. Misschien zou FEBO na dit enorme succes een kledingwinkel kunnen worden die toevallig ook kroketten verkoopt. Maar dan wel met die cocktaillijn.

Tagged:
Snacks
voetbal
fastfood
FEBO