Fotografie: Olly Geary

camiel fortgens kleedt liever zijn buurman dan kanye west

De 27-jarige Nederlandse ontwerper is in de luwte groot aan het worden – en dat is precies de plek waar hij zich comfortabel voelt.

door Lianne Kersten
|
04 mei 2019, 11:00am

Fotografie: Olly Geary

Als we Camiel Fortgens op een dinsdagochtend opzoeken in zijn studio in Slotervaart is er een heel team druk bezig met voorbereidingen voor de lente/zomercollectie van 2020. De drukte is voor Fortgens even wennen, vertelt hij. Het jonge merk heeft het afgelopen jaar een enorme groeispurt doorgemaakt: een half jaar geleden zaten ze hier nog met z’n drieën. Inmiddels ligt de kleding van Fortgens in veertig winkels over de hele wereld, en dat zijn niet de minsten; onder andere Opening Ceremony in New York, LN-CC in Londen en Ware Mo Kou in Tokio verkopen zijn ontwerpen. Een indrukwekkende prestatie voor iemand die vijf jaar geleden afstudeerde – en dan ook nog eens niet aan een modeschool, maar aan de Design Academy in Eindhoven.

“Het gaat inderdaad best goed,” zegt Fortgens lachend. “Ik heb sinds kort eindelijk het gevoel dat we het aan het bijbenen zijn.” Maar, voegt hij meteen toe: “Vaak worden verhalen van opkomende ontwerpers achteraf verteld als een weg vol hoogtepunten naar de top, maar in werkelijkheid zijn er evenveel dieptepunten en gaat die lijn heel langzaam omhoog. Die kant van het verhaal moet ook gedeeld worden.”

De nadruk op transparantie blijkt een terugkerend thema in Fortgens’ filosofie – een radicale benadering in een industrie die imperfectie het liefst wegpoetst. Je ziet het bijvoorbeeld terug in onafgewerkte stiksels en onbewerkte studioportretten. In Fortgens’ lookbooks staan stagiaires, vrienden, buren, en kennissen model. Op Instagram voelen de foto’s van toevallige passanten als een mini-onderzoekje naar identiteit en straatmode. Het maakt het merk net zo toegankelijk als ongrijpbaar. Hoog tijd dus om meer te weten te komen over dit opkomende label uit Amsterdam.

1556966861361-Lookbook-51

i-D: Hi Camiel! Ik heb het internet afgestruind op zoek naar een foto van jou, maar tevergeefs. Ik had geen idee wie ik hier vandaag de hand zou schudden. Dat vind ik knap.
Camiel Fortgens: Goed om te horen, want dat is expres. Ik wil mijn gezicht niet aan het merk verbinden. Het gaat namelijk niet over mij, maar om de kleding en de gedachten daarachter. Ik heb ook geen behoefte om in het middelpunt van de aandacht te staan. Eigenlijk was het ook niet de bedoeling dat het merk mijn naam zou dragen. Maar voor ik het wist was dat al te laat, omdat ik gewoon niet zo snel iets anders kon vinden wat ik goed genoeg vond.

Ik vond wel een Volkskrant -artikel uit 2008 waarin jij als zestienjarige vertelt dat je toen al kleding maakte. Wilde je altijd al ontwerper worden?
Gênant om terug te lezen! Ik was veertien toen ik op vakantie ineens begon te schetsen en kleding te vermaken. Maar ik was er ook al jong kritisch op. In mijn laatste jaar op de middelbare school maakte ik een werkstuk over overconsumeren. Het leek me dat er al genoeg mode was, en de modescholen die ik bezocht vond ik daar niks mee doen. Op de Design Academy in Eindhoven wist ik meteen dat ik mijn plek had gevonden. Maar mode bleef me altijd bezig houden. Uiteindelijk kon ik daar niet omheen, dus besloot ik een collectie te maken als afstudeerproject – tegen de wil van alle leraren in. Op basis van die show werd ik in 2015 uitgenodigd om op Amsterdam Fashion Week te staan.

1556966058684-Lookbook-22-e1549971815232

Dat klinkt als een start waar iedere jonge ontwerper van droomt. Voelde dat ook zo?
Het was eigenlijk nooit een droom van me, maar het voelde wel als een kans. Alleen merkte ik al gauw dat dat geen omgeving was waar ik me echt fijn in voelde. Daar schrok ik wel van. Ik moest op zoek naar een manier om met mode bezig te zijn die wel bij me paste. Zo besloot ik te focussen op verkoop in plaats van shows. Ik heb in 2016 tijdens fashion week in Parijs een Airbnb geboekt, een kledingrek met mijn collectie naast mijn bed gezet en alle winkels waarin ik geïnteresseerd was gemaild met een uitnodiging. Uiteindelijk kwamen er drie in een week en hield ik er één klant aan over. Daarna ben ik nog drie keer op eigen houtje gegaan, en zo bouwde ik langzaam een klantenbestand op. Dit betekende in de praktijk vooral heel veel wachten, ‘nee’ te horen krijgen en investeren zonder enig resultaat te zien.

Liep je er in die beginperiode tegenaan dat je geen modeopleiding had?
Dat heeft me denk ik meer opgeleverd dan gekost. Niemand heeft ooit tegen me gezegd: zo moet je een kledingstuk maken. Dat is goed, want nu vraag ik bij alles eerst: hoe zit iets in elkaar? Waarom zit het zo in elkaar? En vind ik dat het anders moet? Je gaat alles opnieuw bekijken en bevragen. En dat is de basis geworden van mijn werk. Waarom is iets zoals het is? Mode is een medium om die vraag te stellen. Nu denk ik ook nooit: ik kan het niet, maar: ik ga het gewoon proberen. En dan krijg je soms hele rare, imperfecte dingen, maar dat brengt je ook weer uit het ‘zo hoort het’-idee van kleding. Zo ga je op zoek naar het nieuwe.

1556966886106-Lookbook-96-e1549965625246

Wat trok je zo aan tot mode?
De rol die mode speelt in de vorming van onze identiteit. In hoe we op elkaar reageren, naar elkaar toe trekken en van elkaar af bewegen, op basis van wat we dragen. Met mijn ontwerpen wil ik een tijdsgeest vangen. Ik ga op zoek naar de iconische elementen of silhouetten in trends, tijden en culturen. Daarom kijk ik ook naar archetypische kleding uit verschillende tijdsperiodes. Een postbode-jas van nu, gemixt met een seventies flares bijvoorbeeld. Zo hoop ik, door te mixen en te kneden, iconische items en stoffen niet alleen te archiveren met mijn collecties, maar ook de identiteit van die tijd, cultuur of samenleving ter discussie te stellen.

Je vertelde eerder dat je ervoor wilt waken om in interviews een te mooi plaatje te schetsen van mode.
Ja, daar geloof ik heel sterk in. Het onrealistische beeld komt overal in de mode terug. In het alleen laten zien van bepaalde lichaamsvormen, het ontbreken van ongemakkelijkheden, het volledig wegwerken van de menselijke hand in kledingstukken. Die dingen wil ik juist laten zien. Dat doe ik dus door te vertellen dat ontwerper zijn soms een gevecht is, dat je eerst weinig verdient en afhankelijk bent van mensen die geloven in je merk en bereid zijn gratis werk te leveren. Maar ook door in Parijs geen chique ruimte te huren maar gewoon een crappy appartement, want buyers mogen best zien dat we geen geld hebben.

1556968098992-Lookbook-73

Het lijkt me ook ingewikkeld om kritiek te leveren op een industrie waar je van afhankelijk bent.
Dat is de constante uitdaging. Ik ben ervan overtuigd dat als je de spelregels wil veranderen, je wel mee moet doen met het spel. Je moet eerst gezien worden en zorgen dat je gehoord wordt. Het heeft niet zoveel zin om vanaf de zijkant mee te kijken. Dan val je niet meer op tussen de gevestigde orde en kun je ook geen kritiek erop geven. Maar dat gezegd hebbende: het blijft altijd aan me knagen. Hoe je omgaat met overproductie als je winst wil maken, de vervuiling van de industrie, en of het wel nodig is om nog meer kleding te maken. Hoe kun je rede en zingeving vinden in een kapot systeem? Ik vind het in de culturele verantwoording van mode: de beelden die ik neerzet en de ontwerpkeuzes die ik maak hebben invloed op de samenleving. Daarom stel ik mezelf constant vragen hoe we hiermee een positieve impact kunnen maken.

Is het lastig om als merk te schipperen tussen commercie en niche?
Zeker. Ik vind het interessant om enigszins onbekend te blijven en een merk te zijn dat alleen bekend is in de scene. Maar als je eerlijk wil produceren hangt daar ook een prijskaartje aan, en mensen moeten bereid zijn om dat te betalen. In Europa en Amerika willen mensen liever een logo, als er dan toch zoveel voor betaalt. Dat is ook een van de redenen dat we zo aanslaan in Japan: op de Aziatische markt zijn mensen altijd op zoek naar iets wat niemand anders nog heeft, en is het cool als dat merkloos is. Vaak is mannenkleding of saai en draagbaar, of heel extreem en lastig te dragen. Ik denk dat wij ertussenin zitten, wat goed werkt.

1556966934802-Lookbook-26

Het verbaasde me toen ik Famke Louise in Linda Meiden en Jet van Nieuwkerk op de cover van Volkskrant Magazine Camiel Fortgens zag dragen.
Ja dat vond ik wel geinig. Misschien dat het achteraf niet helemaal bij ons paste, maar dat is een kwestie van uitproberen, kijken hoe het voelt en wat het oplevert. We werden ook benaderd door de stylist van Pusha T, voor wie we uiteindelijk een ontwerp hebben gemaakt dat hij tijdens een concert droeg. Toen kregen we er een paar honderd hipster-volgers bij, maar dat is niet per se het trouwe publiek dat je wil bereiken. Daar leer je van. Uiteindelijk wil ik liever dat mijn buurman het draagt dan Kanye West.

Zo groot mogelijk worden is dus niet de droom?
Zeker niet. Zolang ik mijn ideeën kan uitwerken en dingen daarmee ter discussie kan stellen heb ik een goed leven. Met een beetje een normaal salaris – dat we sinds kort eindelijk verdienen – meer heb ik niet nodig. Ik heb geen ambitie om rijk te worden, dan had ik een ander vak moeten kiezen. Maar ik heb nog heel veel plannen. Een eigen winkel bijvoorbeeld, van Camiel Fortgens, maar ook een waarin ik andere merken, boeken en tijdschriften kan cureren. Als ik dat soort projecten in de toekomst werkelijkheid kan laten worden, dan is dat de ultieme luxe.

Tagged:
Amsterdam
Design Academy
camiel fortgens