de politiek van popmuziek

Matthew Collin, voormalig redacteur van i-D, schreef een boek over de muzikale mijlpalen van de afgelopen decennia. Van Public Enemy tot Pussy Riot: bands op het snijvlak van politiek en vernieuwende muziek.

door Scott Oliver
|
08 juni 2015, 2:25pm

Op het moment dat de popmuziek zichzelf weer eens overstijgt, staat hij op de eerste rij. Als buitenlandcorrespondent en als redacteur van i-D was en is Matthew Collin altijd als geen ander op de hoogte van wat er speelt in Europa. Hij weet alles van muziek en door zijn voorliefde voor radicale muziek en zijn progressieve politieke voorkeur, volgt hij altijd de artiesten bij wie politiek en muziek samenkomen. Dit zijn niet geheel toevallig de muzikanten die de status quo uitdagen. De muziek die zij maken heeft de potentie om hele volksstammen te inspireren en sleurt de realiteit aan de haren de toekomst in.

In zijn eerste boek, Altered State, onderzocht Collin de acid house- en ecstasycultuur. In dit boek trekt hij een parallel tussen de bewustzijnveranderende eigenschappen van MDMA en sociale veranderingen in Europa. Volgens de schrijver is dat dezelfde strijd. In zijn laatste werk, Pop Grenade, verzamelde Collin zes essays die de opruiende en strijdbare energie van muziek het best belichamen. "Dit boek is gebaseerd op mijn eigen reportages", zegt Collin. "Ik heb geluk gehad dat ik in mijn carrière als journalist een aantal inspirerende en bizarre situaties heb meegemaakt. In mijn boek wilde ik geen verhalen neerzetten over dingen waarmee ik geen persoonlijke ervaring heb gehad. Daarom is dit boek heel subjectief geworden. Verwacht dus zeker niet een genuanceerde geschiedenis van muziek en politiek."

De ondertitel van het boek is From Public Enemy to Pussy Riot, Dispatches from Musical Frontlines. Hierdoor wordt duidelijk dat het boek van Collin een verzameling is geworden van iconische, maar zeer verschillende activisten binnen de popcultuur. Over de fascinerende opkomst van het dappere Pussy Riot zegt hij: "Deze band is het meest opruiende art-punkcollectief van deze tijd. Wegens het publiekelijk uitschelden van de leider van het grootste land van de wereld, werden de leden gearresteerd en onderworpen aan een Sovjet-achtig showproces." We zijn volgens de schrijver terecht onder de indruk van hun moed en verontwaardiging.

Het hoofdstuk over Public Enemy heeft Collin overduidelijk geschreven als een enthousiaste fan, maar hij schuwt kritiek op deze hiphop-groep niet. Collin is ervan overtuigd dat het radicalisme van een band veel verder gaat dan het zingen van protestliederen. "Het opvallende aan bands zoals Public Enemy is dat ze misschien wel net zo muzikaal vernieuwend waren als dat ze radicaal waren op politiek gebied. Dat maakte ze speciaal. Het is heel belangrijk dat de muziek net zo sterk is als de boodschap. Public Enemy's PR-man bij Def Jam Records, Bill Adler, zei eens tegen me 'als Public Enemy niet zo revolutionair was op muzikaal gebied, als de muziek saai was geweest, dan hadden mensen ook geen interesse gehad voor hun politieke boodschap'."

Het radicalisme van de acid house waar Collin in de primitieve nachtclub Garage in Nottingham mee opgroeide, draaide natuurlijk niet om de songteksten. Maar het heeft destijds wel het zaadje van zijn idealisme geplant: "Ervaringen in het acid house- en ravetijdperk voelen vaak als een vluchtig moment van extatisch geluk, en veel van ons willen graag dat het iets meer heeft betekend dan het daadwerkelijk heeft gedaan. Maar voor mij heeft die tijd echt veel betekend. En dat doet het eigenlijk nog steeds. Het opende voor mij de deur naar mijn journalistieke carrière. Dat tijdperk heeft ervoor gezorgd dat ik de afgelopen jaren fantastische dingen heb mogen meemaken. Een paar van die ervaringen heb ik nu dus gebundeld in mijn nieuwe boek Pop Grenade. Ik citeer de DJ Paul Oakenfold niet vaak, maar hij had gelijk toen hij zei dat acid house je doet geloven dat je iets significants kan betekenen voor deze wereld."

Hij heeft zich gerealiseerd dat radicalisme in muziek niet exclusief bij een bepaald genre of een specifieke subcultuur hoort, maar juist een implicatie is van wat Marxisten de conditie van muzikale productie en consumptie noemen. "Er waren zeker sociaal-radicale elementen van die scene die verder gingen dan de behoefte om door te dansen tot ver na 02:00 uur 's nachts", herinnert hij zich. "Vooral toen mensen het meer als een counterculture (subcultuur die zich afzet tegen de norm) gingen zien, en minder als een technologisch geavanceerd entertainmentconcept."

Het is de sociale dimensie van muziek die het hoofdstuk van de Teknivalscene inluidt. Teknival is een beweging die gratis (en meestal illegale) feestjes organiseert. Ze trekken als nomaden door Europa in hun zoektocht naar een nieuwe idealistische locatie. Collin steekt zijn bewondering niet onder stoelen of banken. "Ik denk dat er veel toewijding nodig is om een dergelijke levensstijl vol te houden," vertelt hij. "Er is bijna een sektarische commitment nodig om een outsider te zijn die naar de meest extreme acid techno luistert en de meest extreme drugs tot zich neemt. De mensen die ik ken uit die scene, Desert Storm sound system, zijn destijds zelfs een paar keer naar Bosnië afgereisd om hulp te bieden tijdens de oorlog in de jaren negentig. Ik heb veel bewondering voor deze mensen. Ze waren echt hardcore. Popcultuur heeft dit soort mensen nodig: de radicalen, de dromers, de individuen die verder durven ten gaan om te kijken wat het uitzicht is op het randje van de afgrond."

Een ander hoofdstuk in het boek belicht de fabelachtige Love Parade in Berlijn en de rol die techno speelde in de destijds net herenigde stad. "De val van de muur in 1989 en de hereniging van Berlijn was een culturele mijlpaal. Het viel in hetzelfde tijdperk als de opkomst van de technoscene, dus mensen zagen die muziek als de muziek van de vrijheid. Er is ook geen twijfel over mogelijk dat techno heeft geholpen om Berlijn weer op de kaart te zetten als vitale broedplaats waar mensen graag samenkomen."

De Love Parade kan gezien worden als het ultieme verhaal van een evenement dat eerst een vrijplaats was voor mensen die anders waren. Inmiddels heeft de kapitalistische vrijetijds-economie om zich heen gegrepen en de Love Parade afgezwakt tot een oppervlakkig evenement. Hetzelfde wordt wel eens gezegd over Berlijn zelf. Al is Collin daar nog niet zo zeker van: "Als je nu naar Berlijn kijkt dan lijkt er een soort succesvolle en houdbare subcultuur te zijn. De stad heeft clubs met normen en waarden die anders zijn dan de hyperkapitalistische superclubs. Berlijn is eigenlijk het tegenovergestelde van de glitter en rijkdom van Ibiza. Berlijn is rauw en smerig en nog steeds relatief goedkoop. Dus ondanks de gentrificatie blijft deze stad een plaats waar gekkie's kunnen overleven en misschien zelfs prima kunnen gedijen.

Toch grijpt de macht van het kapitalisme om zich heen. "Het verandert rebellie in geld", zegt Collin. Het feit dat schijnbaar de meest subversieve muziek gebruikt wordt om tandpasta en Toyota's te verkopen, verandert hoe wij tegenwoordig naar radicale muziek luisteren. "Sponsoring wordt tegenwoordig geaccepteerd in popsubculturen. Kijk maar naar hoe groot Red Bull is geworden in de elektronische muziekscene. Het bedrijf is de grootste beschermheer van de danscultuur geworden. Natuurlijk is dit een marketingstrategie die gericht is om meer energiedrankjes te verkopen door mensen ervan te overtuigen dat drankjes met ladingen caffeïne cool zijn. Bovendien zie ik maar weinig weerstand tegen de rol van deze bedrijven in de elektronische muziek. Het zou tegenwoordig juist eerder opvallen als Red Bull's logo niet metershoog opdoemt zodra je een festivalterrein op loopt. De Berghain in Belijn is één van de laatste plekken waar geen sponsors toegelaten worden, en dat is wat mij betreft veel beter."

Naast het namedroppen van grote namen als Public Enemy, The Clash en Fela Kuti als zijn helden, noemt Collin ook een band uit zijn geboorteplaats die de belichaming is van de krankzinnige energie die hij zo bewondert in bands. "Ik ben helemaal weg van Sleaford Mods," zegt hij glimlachend. "Leadzanger Jason Williamson is extreem opvliegend. Hij heeft een oneindig arsenaal aan krachttermen tot zijn beschikking, die hij elk moment over je heen kan bulderen als je hem tegen de haren in strijkt. Hij doet mij denken aan Arthur Seaton, de oude arbeidersheld uit de roman Saturday Night and Sunday Morning, een klassieker uit de Britse literatuur. Seaton is een ontevreden fabrieksarbeider uit Nottingham. Net als Seaton is Williamson altijd stomdronken en onder de invloed van speed. Jason Williamson is de belichaming van 'de eeuwig gekwelde artiest', maar zo voelde ik me eigenlijk ook precies, nadat bleek dat de conservatieven de verkiezingen in Groot-Brittannië hebben gewonnen."

Pop Grenade is nu te koop in de boekhandel

Credits


Tekst Scott Oliver
Fotografie Igor Mukhin

Tagged:
acid house
Love Parade