Tilda Swinton zegt nee tegen fast-fashion

Cloakroam is de derde en laatste performance van Tilda Swinton en Olivier Saillard in hun onderzoek naar de betekenis van kleding. Het stuk plaatst op intense wijze vraagtekens bij ons consumptiegedrag en onze fetisj voor het nieuwe.

door Anders Christian Madsen
|
16 januari 2015, 2:00pm

In with the old, out with the new. Het was de les die we leerden van Cloakroom, de derde modeperformance van Tilda Swinton en Olivier Saillard. Het stuk werd gisteren in Florence opgevoerd en sloot een trilogie af die het duo vier jaar geleden begon. "Het draait vooral om de huidige fetisj voor het nieuwe en het uiterlijk. Het draait niet zozeer om het uiterlijk zelf, maar om de geest en om het leven dat we leven in deze kledingstukken", zei Swinton na de uitvoering, waarin ze een garderobemedewerkster speelt die de kledingstukken die haar door het publiek worden toegereikt imiteert en onderzoekt. Een intens anderhalf uur lang bewoog Swinton haar elfachtige lichaam over het podium, leven blazend in de levenloze kledingstukken die ze bestudeerde, liefkoosde en waar ze tegen praatte. "Ze is er toch niet", verzekerde ze een sjaal, "doe niet zo gek!"

"Een paar van de ideeën voor dit stuk kregen we toen we Impossible Wardrobe maakten", vertelde Swinton, refererend aan het eerste stuk van Saillard en haar. "Het is als een afronding van dat onderzoek naar de ziel van kleding." Het stuk was een studie naar hoe mensen hun kleding zien - het liet het belang zien dat we aan onze lievelingsstukken hechten door gasten op het podium uit te nodigen met hun favoriete jassen en accessoires. Je kon zien hoe sommige mensen dachten dat hun kledingstuk heel speciaal was, wanneer ze richting Swinton liepen met een onmogelijke jas of gigantische sjaal, ervan overtuigd dat hun bijdrage de performance ging veranderen.

De performance richtte de spotlights op de alledaagse man en vrouw en hun stijlkeuzes, in plaats van op de gebruikelijke stijlgoden. Sinds haar moeder, Lady Swinton, twee jaar geleden overleed, is Swinton bezig met een ontdekkingsreis door haar garderobe, waarbij ze het belang ontdekte van de levensduur van kledingstukken die ons ons hele leven bijblijven. "Kleding overleeft ons heel vaak - het lichaam is weg, maar de kleding is er nog. Kleding erven is als een traditie, zeker in Schotland waar mensen de kilts van hun opa dragen. Onze fetisj voor nieuwe dingen is relatief nieuw", aldus Swinton, zelf een fan van designers als Haider Ackermann, wiens seizoenloze werk een tijdloze garderobe biedt die een leven lang meegaat.

"We worden allemaal tot minder stukken aangetrokken dan we toe willen geven, omdat je met die kledingstukken een natuurlijke relatie hebt. Hoe meer tijd ik aan deze performance besteedde, hoe meer ik me realiseerde dat het gaat over het opbouwen van relaties", zei Swinton. "We hebben allemaal wel een oude jersey waar we een band mee hebben, terwijl mensen ons zeggen dat we het weg moeten gooien. Dat zullen we nooit doen, omdat we een relatie met dat ding hebben." Voor sceptici, die zichzelf te serieus vinden om iets te geven om de kleding die ze dragen, kan de performance van Saillard en Swinton geleken hebben op een gekke intellectualisering van mode. Maar hoewel je inderdaad een beetje open-minded moest zijn om hun bijzonder lange interpretatie van de betekenis van kleding te accepteren, was het juist een anti-mode statement tegen de nog altijd groeiende cultuur van consumptie en een mode-industrie die geobsedeerd is met het nieuwe. Swinton was in elk geval bijzonder oprecht. Toen haar gevraagd werd of ze zelf dan niet van mode houdt, lachte ze subtiel, waarop ze antwoordde: "Ik weet eigenlijk niet eens wat het is. Ik loop op elk gebied altijd een beetje achter."

Credits


Tekst Anders Christian Madsen
Fotografie Alessio Costantino

Tagged:
tilda swinton
florence
mode interviews