Vivienne Westwood AW19, fotografie @mitchell_sams

wat betekent het om een modeontwerper te zijn in 2019?

De mode-industrie moderniseert en het beeld van de modeontwerper is minder vastomlijnd dan ooit.

door Osman Ahmed
|
20 juni 2019, 12:54pm

Vivienne Westwood AW19, fotografie @mitchell_sams

De modewereld wordt alsmaar groter – alleen al in Nederland is-ie op jaarbasis 14,5 miljard euro waard – en de rol van ontwerpers verandert mee. In plaats van in ivoren torens, wonen ze nu in fragiele glazen huizen, bij wijze van spreken. Een moderne ontwerper moet tegenwoordig meer doen dan alleen kleren ontwerpen – ze worden geacht politicus, milieuactivist en cultureel antropoloog te zijn, en eindeloze samenwerkingen en collecties te onderhouden. En daarnaast is het handig als ze misschien ook nog dj of popster zijn.

Het draait niet langer alleen om silhouetten tekenen, of de lengte van een jurkje bepalen. Al moet worden gezegd dat die verandering al langer op komst is. In 1979 wist Karl Lagerfeld al te voorspellen dat er gigantische veranderingen op komst waren voor de modewereld: “Het is niet modern meer om over een nieuw silhouet te praten... de sfeer die je neerzet is belangrijker geworden. We leven niet meer in de jaren vijftig. Het gaat veel meer om dat je een gevoel weet te vatten.”

Er heeft nog een verandering plaatsgevonden. Een die zelfs Lagerfeld niet had kunnen voorzien: de intrede van politiek in de modewereld. Het wordt steeds belangrijker dat ontwerpers kleding maken die aansluit bij een nieuwe generatie die politiek actiever, meer verbonden en milieubewust is dan ooit, en die diversiteit erg belangrijk vindt.

Is het noodzakelijk om hierin mee te gaan? Niet echt. Is het een bonus? Ja. Is het een spannende ontwikkeling? Dat zeker.

We leven immers in een tijdperk van politieke nachtmerries, waar hoop soms ver te zoeken is en haat de boventoon voert. Het is niet meer dan logisch dat creatieve mensen de behoefte voelen om daar iets over te zeggen. Daar komt bij dat dit nieuwe politieke bewustzijn ook te maken heeft met het duistere verleden (en, in veel gevallen, het heden) van de mode-industrie. Zo is het een van de grootste vervuilers ter wereld. Ook staat de wereldwijde modewereld bekend om het uitbuiten van arbeiders, onbetaalde stages, seksueel wangedrag en beschuldigingen van pestgedrag. Dan zijn er nog de ongezonde schoonheidsidealen en een schrijnend gebrek aan diversiteit die allemaal onlosmakelijk verbonden zijn met de industrie. Het is tijd dat de mode wakker wordt.

Mode heeft door de jaren heen geregeld dingen 'geleend' van politieke bewegingen en uit de tegencultuur, van gemarginaliseerde groepen en niet-westerse culturen. Dat maakt het ook enigszins ongepast als de mode-industrie allerlei politieke ideeën en sociale veranderingen uit te gaan dragen. In de wereld van luxe mode wordt vaak met de term 'democratisch' geslingerd, maar in de praktijk betekent dat weinig, en blijft het een industrie die gebaseerd is op grote ego's en kostenplaatjes. Maar consumenten en trendwatchers hebben veel meer invloed op de richting van de industrie dan ooit, en de vraag blijft waar het werk van een ontwerper precies uit zou moeten bestaan. Is het politieke statements uitdragen via bolero's en manchetknopen? Nee. Is het op autoritaire wijze overbrengen hoe zij denken dat wij ons over zes maanden moeten kleden, en een universum creëren dat zo ambitieus, begeerlijk en toegankelijk genoeg is dat men het op grote schaal wilt kopen en dragen? Wellicht.

1560354433363-1550487501469-gwb
Grace Wales Bonner, AW19, fotografie @mitchell_sams

“De mode-industrie wordt verzocht om statements te maken over andere onderwerpen, politieke onderwerpen, en dat is problematisch,” zei Miuccia Prada na haar herfst/winter 2019 womenswear show in Milaan. Niemand kan Prada ervan beschuldigen dat ze geen goede kleding maken, maar de onderwerpen die ze ermee aansnijden zijn vaak niet meer dan liefdesverhalen, ontworpen om te dienen als romantisch tegengif in een somber politiek landschap. Miuccia Prada maakte het bovenstaande statement na een schandaal over een Prada-sleutelhanger en een Gucci-trui die erg veel op blackface leek. Mensen waren logischerwijs verontwaardigd en beide merken reageerden door diversiteitscomités op te richten, die zulk soort schadelijke gebeurtenissen in de toekomst moeten helpen voorkomen.

“Het kan nogal oppervlakkig zijn om politieke kwesties vanuit een mode-oogpunt te benaderen, en het kan tot kritiek van veel mensen leiden,” legde ze uit, en reflecteerde daarbij op deze tijden van verandering. “Het is een probleem, die dualiteit tussen het politieke, het serieuze, en de dingen die we doen voor entertainment. Kijk, laten we eerlijk zijn, we maken dure kleding voor rijke mensen. Politieke onderwerpen aansnijden in deze wereld die voornamelijk draait om mooie dingen maken … dat heeft maar weinig met echte politiek te maken.”

Prada roept een interessante vraag op: is het zinloos om in de oppervlakkige modewereld te zoeken naar diepgaande politieke statements? Net als in de politiek zelf, waar de luidste stemmen vaak winnen, is de modewereld vaak alleen op de meest oppervlakkige manier met politiek bezig. Kijk maar naar de Britse vlaggen en donkerrode paspoorthangers van Burberry, teksten over klimaatverandering op T-shirts van Vivienne Westwood, T-shirts en tutu’s met een feministisch thema bij Dior en Balenciaga-kleding met Bernie Sanders-printjes. Als mode niet meegaat met populisme kunnen ze alleen maar terugvallen op het eeuwenoude idee van escapistische glamour. Maar frivoliteit en mooie, glinsterende dingen worden steeds minder overtuigend in een wereld van terreur en onderdrukking.

En dus komt, zoals wel vaker, de last van het uitdragen van genuanceerde politieke ideeën op de schouders van de onafhankelijke makers in de mode-industrie te rusten. Deze nieuwe lichting ontwerpers slaagt er vaak wel in om weloverwogen werk te maken over onze plek in de wereld en onze toekomst. Bij veel van hen is het persoonlijke ook politiek beladen, en het politieke emotioneel. En dat gaat verder dan een leus op een T-shirt.

Graces Wales Bonner, bijvoorbeeld, toont met haar onderzoek naar zwarte mannelijkheid en spiritualiteit op een beheerste wijze een radicale visie. Ze voorziet haar kleding van talisman-achtige emblemen, sjamanistische motieven en Afro-Caribische symbolen. In een amoreel politiek landschap vormen haar meeslepende shows en tentoonstellingen een warm bad, een prachtige viering van multiculturele geschiedenissen.

Of wat dacht je van Telfar Clemens in New York, die zijn label in de plaatselijke gemeenschap verankerd heeft, met shows die ook dienst doen als optredens, waar mensen samenkomen om een genderfluïde vorm van het principe van black excellence te vieren. “Ons verhaal is dat van hen,” zegt Jeremy O. Harris, de schrijver van het toneelstuk Slave Play, die ceremoniemeester was op Telfars show in februari. Hij leidde een publiek van honderden mensen, velen van hen fans van Clemens’ label, tegen een achtergrond van een gigantische, gerafelde Amerikaanse vlag. “In dit zoete land van straffeloosheid bestaat geen Californië of New York; dit is jullie land. Dit is ons land: Telfar Country.” De kleding was bevatte elementen van westerse Americana, van een Midden-Amerika getekend door rechtse, witte waarden, maar dan met prints van zwarte cowboys.

Mode wordt weleens de op een na grootste vervuiler ter wereld genoemd, dus als een ontwerper erin slaagt om een label te beginnen dat gebaseerd is op sociaal ondernemen en milieubewustzijn, dan is dat bijna een politieke daad an sich. Designer Bethany Williams uit Londen maakt collecties van jersey geweven door vrouwelijke gevangenen in de HMP Downview-gevangenis in Sutton, haar textielen zijn afkomstig van herstellende verslaafden in de San Padriagno-commune op Rimini, de knopen die ze gebruikt komen bij de Manx Workshop for the Disabled op Isle of Man vandaan, en haar spijkerstof is gerecycled uit een vuilstortplaats in Kent. Ze betaalt iedereen die voor haar werkt, en ieder seizoen doneert ze twintig procent van haar winst aan een goed doel.

Dit zijn maar een paar voorbeelden van ontwerpers die de nieuwe politieke geest van de mode-industrie representeren. En op de vraag of het ook genoeg kan zijn om ‘gewoon’ briljante kleding te ontwerpen? Kleren die gewoon mooi zijn, met een goede pasvorm? “Dat is nooit genoeg geweest,” zegt Fabio Piras, hoofd van de masteropleiding Mode op Central Saint Martins, die ook uitwijst dat “je een baan voor jezelf moet ontwerpen voordat je een jurk ontwerpt.” De fabelachtige banen bij grote modehuizen en onderzoeksreisjes naar India zijn niet meer dan dat: een fantasie. Piras dringt er in plaats daarvan bij hen op aan dat ze zichzelf heruitvinden, en kritisch blijven werken. “Je hoeft niet te allen tijde een manifest te hebben; je werk moet het manifest zijn. We hebben ons lang verborgen achter luxe, maar nu moet je dat kunnen rechtvaardigen. De mensheid heeft die uitleg nodig. Ontwerpers moeten verantwoordelijkheid nemen.”

Natuurlijk zijn er nog steeds briljante ontwerpers die niet meer doen dan kleding maken. Als de dominante trend van dit seizoen (klassiekers in bruintinten, doorspekt met de sentimentele warmte van de jaren zeventig, een tijdperk waarin kleding praktisch en flatteus was) iets zegt, dan is het wel dat ouderwetse mode-mode nog wel even de dienst uit zal blijven maken. Net zoals T-shirts met politieke slogans. Maar voor de ontwerpers die bezig zijn met het herdenken van het raamwerk van het mode-ontwerp, om het meer radicaal milieubewust en radicaal persoonlijker en politiek bewuster te maken, is er geen weg terug. Hun tijd is gekomen.

Tagged:
Activisme
ontwerpers
duurzaamheid