Fotografie Thijmen Doornik

wat er werkelijk gebeurt met de kleding die je doneert

De nieuwe Nederlandse documentaire Goodwill Dumping toont de enorme industrie die schuilgaat achter die containers van goede doelen.

door Lianne Kersten
|
25 september 2019, 8:07am

Fotografie Thijmen Doornik

Van 27 september tot 5 oktober moet je voor alles wat met Nederlandse films te maken heeft in Utrecht zijn, op het Nederlands Film Festival. Kom vooral ook naar de VICE Night @ NFF op donderdag 3 oktober waar we o.a. Goodwill Dumping vertonen en de makers aanschuiven voor een Q&A. Klik hier voor meer info en tickets.

Wat gebeurt er eigenlijk met de afdankertjes die je in inzamelingscontainers op straat gooit? Het antwoord omvat waarschijnlijk veel meer dan je denkt, maar gratis weggegeven aan mensen die het nodig hebben wordt het in ieder geval niet.

Filmmaker Teddy Cherim en modeontwerper Lisa Konno doken voor een nieuwe documentaire in de enorme industrie achter gedoneerde tweedehandskleding. In Goodwill Dumping volg je de wereldreis die een kledingstuk aflegt; van een inzamelingscontainer in Zaandam, naar sorteerhandels in Europa, waar een deel aan tweedehandskledingwinkels wordt verkocht en de rest via containerschepen naar Mombasa wordt verscheept. Daar wordt het verhandeld aan kleinere kledingmarkten in Oost-Afrika, om uiteindelijk in handen van de consument te belanden. “De industrie die zich rond tweedehands kleding heeft ontwikkeld is zo enorm, dat het vanaf hier bijna niet te bevatten is,” vertelt Lisa.

1569332954660-R1-04906-0006

Tijdens een werktrip naar Rwanda twee jaar geleden zag de ontwerper voor het eerst hoe sterk kleding uit het Westen het straatbeeld in Oost-Afrika is gaan bepalen. Iets wat ook Teddy, die twee jaar in Kenia woonde en werkte, fascineerde. De eindeloze toevoer van Westerse kleding levert er soms onbedoeld grappige beelden op, van ‘Meer Bier is Vertier’-shirts tot Unox-mutsen, maar heeft ook een enorme impact op de lokale economie. De textielindustrie van kleermakers en fabrieken in Oost-Afrika is grotendeels weggevaagd; er wordt geschat dat er sinds de jaren negentig nog maar zo’n twintig procent van over is.

Wat er bij is gekomen is een enorme hoeveelheid afval. Er wordt lang niet alleen bruikbare kleding in de containers gegooid, ook veel vodden vinden hun weg naar Afrika. In iedere laag van de industrie wordt er bovendien geklaagd over de dalende kwaliteit. “Met een Primark-shirtje dat iemand hier tien keer draagt, kunnen ze daar ook niks,” vertelt Lisa. “Eigenlijk zadelen we dus andere landen op met ons textielafval, wat daar vervolgens vaak in rivieren en langs de weg terecht komt, of wordt verbrandt, bij gebrek aan een betere manieren om er vanaf te komen.”

1569332911587-Extra-1

Iets wat ooit begon als een heldere en logische industrie is inmiddels compleet op hol geslagen. Een ontwikkeling die bijna gelijk opging met de opkomst van fast fashion. Maar er is ook een andere kant, vertelt Teddy: “We reisden naar Oost-Afrika met het idee dat we een deprimerend verhaal zouden gaan vertellen. Maar eenmaal daar bleek dat het, naast de enorme werkgelegenheid, ook veel andere interessante dingen oplevert.” Rondom de tweedehandskleding is een lokale creatieve industrie ontstaan waarin ontwerpers de overschotten als grondstof gebruiken. “Upcyclen is daar voor veel mensen de basis van hun eigen ontwerp,” vertelt Teddy. En in landen als Kenia is het modieus geworden om tweedehands parels te vinden en zie je rijke hipsters rondneuzen in mitumba, de naam voor balen tweedehands kleding en de outfits die eruit komen. Voor de documentaire maakte Lisa zelf ook een bewerking van de mitumba. Met de enorme hoeveelheid kleding wekte ze haar eigen surrealistische modewezens tot leven: ontwerpen waar ze bijvoorbeeld 300 sokken en 36 bh’s in verwerkte, die in de film langzaam geboren worden uit de benauwende bergen kleding waar ze mee vergroeid zijn.

1569333031077-LICHTER3

Tijdens het maken van de film laaide de discussie over de tweedehandskleding op in de politiek: Rwanda, Tanzania en Kenia wilden een verbod op de import van tweedehands kleding invoeren om hun eigen textielindustrieën weer te laten floreren. Amerika protesteerde en dreigde met sancties, want ook daar levert de industrie rondom tweedehandskleding veel banen op. Critici zeggen dat zo’n ban slechts een tactiek is van de regering om controle uit te oefenen op een industrie waar ze belastingtechnisch weinig grip op hebben, en dat het de lokale industrie niet zal helpen. Uiteindelijk voerde alleen Rwanda, het meest welvarende land van die drie, de plannen door. Daar wordt nu veel tweedehandskleding met tuktuks over de grens met Ethiopië toch het land binnengesmokkeld, hoorden Lisa en Teddy uit verhalen.

1569333047102-R1-04906-0017

Of we moeten stoppen met kleding doneren, daar wil en kan Goodwill Dumping geen antwoord opgeven. Wat ze wel willen is een groter publiek laten zien hoe deze industrie daadwerkelijk in elkaar steekt. “En mensen zo bewust maken van het feit dat het al lang niet meer gaat om liefdadigheid, maar om afval scheiden. Hopelijk zorgt die wetenschap ervoor dat we steeds minder gemakkelijk kleding weg zullen doen,” besluit Lisa.

Bekijk hier de trailer voor Goodwill Dumping:


Credits

Fotografie Thijmen Doornik
Productiemaatschappij Cake Film & Photography

Tagged:
Nederlands Film Festival
lisa konno
teddy cherim