glenn martens van y/project heeft geen behoefte de mode-industrie te veranderen

De creative director van Y/Project begon naar eigen zeggen ‘zonder iets te weten’ aan de Modeacademie van Antwerpen. Uiteindelijk werd hij de beste van de klas. Vrijdag presenteerde hij zijn nieuwe collectie bij SPRMRKT in Amsterdam.

door Eveline Briand
|
29 maart 2016, 1:40pm

Toen Glenn Martens het diploma van interieurvormgeving op zak had, wilde hij het aan de Antwerpse Modeacademie gaan proberen. Tot zijn grootste verbazing werd hij toegelaten. Nog nooit had hij van Dries Van Noten en Margiela gehoord of achter een naaimachine gezeten. In 2013 benaderde Gilles Elalouf, de CEO van Y/Project, hem om de rol van creative director te vervullen, nadat zijn voorganger Yohan Serfaty aan de gevolgen van kanker stierf. Aanvankelijk twijfelde hij: "Ik was niet de geschikte persoon voor het Parijse label." Toch wilden hij en Gilles een nieuwe weg inslaan en Martens ging in op het voorstel.

Vrijdagavond stelden de modellen, die levende kunstwerken leken, de lente/zomer en herfst/winter '16-collectie voor in de conceptstore SPRMRKT in Amsterdam. i-D vroeg de nuchtere Belg naar zijn passie voor mode, die pas ontstond nadat hij aan de Modeacademie werd toegelaten en de moordende werkdruk in de modewereld. "Working in fashion is not a joke."

Toen je aan de Modeacademie in Antwerpen werd toegelaten, had je nog nooit naald en draad vastgehouden of gehoord van Margiela. Hoe heb je dan toch een passie voor mode ontwikkeld?
Ik had interieurvormgeving in Gent gestudeerd en we bezochten met onze school de Modeacademie in Antwerpen. Het leek me wel leuk om mode te gaan doen, maar ik wist niets. Ik had nog nooit van Margiela of Dries Van Noten gehoord, en was echt een onwetend iemand. Ik kende alleen Karl Lagerfeld en Alexander McQueen, de twee grote kleppers in de modewereld. Toen ik naar het toelatingsexamen ging, had ik enkel een portfolio met schetsen van stoelen en gebouwen bij. Uiteindelijk was ik geslaagd en is die passie er heel snel gekomen.

Veel mensen dromen ervan om aan de Modeacademie toegelaten te worden, en slechts tachtig studenten raken ook effectief binnen. Toen ik werd geselecteerd, twijfelde ik even. Wilde ik dit wel? Maar zo'n unieke kans kan je niet laten liggen en ik ging ervoor. Het eerste jaar was heel zwaar. Vele studenten hadden al enige voorkennis of hadden voordien een andere modeopleiding gevolgd.

Heb je het vak dan aan jezelf geleerd?
Je krijgt wel wat patroonlessen, maar de Modeacademie legt vooral de focus op zelfstudie. Dankzij vrienden en medestudenten leerde ik de basisdingen, zoals een draadrichting.

De lectoren pushen je om door te gaan en het opnieuw te doen wanneer dingen niet lukken. Zo is mijn karakter ook. Als ik aan iets begin, wil het ik afmaken en zeker niet opgeven. De eerste drie jaren was ik er altijd door met de hakken over de sloot, maar op het einde van het vierde jaar was ik de beste van de klas.

Hoe kun je dan worden aangenomen?
Ik vermoed dat ze gewoon een pasmodel voor de andere studenten nodig hadden, want Ik ben een meter tachtig en slank gebouwd. Ik heb me vaak afgevraagd hoe ik in godsnaam in die school ben beland, aangezien ik totaal niet aan het profiel van een modestudent voldeed. Pas op, ik was heel gemotiveerd en nam het serieus op, maar ik had geen bagage of kennis.

Toen Gilles Elalouf jou benaderde om de nieuwe creative director te worden, aarzelde je. Waarom?
Y/Project was toen helemaal niet mijn ding en totaal het tegenovergestelde van mijn stijl en creatieve wereld. Ik had er heel weinig raakpunten en voeling mee. Toen hij mij benaderde voor die functie heb ik meteen gezegd dat ik niet de juiste persoon voor het label was. Maar na lang praten liet Gilles merken dat hij een volledig andere weg wilde inslaan.

Wanneer je de creative director wordt van een bestaand label, moet je ergens rekening houden met de visie en stijl van je voorganger. Hoe leg je toch je eigen persoonlijkheid in de ontwerpen?
Zelf ben ik een heel dual person. Langs mijn moeders kant zit bijna iedereen in het leger, en heb ik geleerd dat structuur heel belangrijk is. In de familie van mijn vader zitten veel kunstenaars. Die dualiteit zit in mij. Ik kan regels en structuur heel belangrijk vinden, en op een ander moment doe ik dingen die ik nooit had verwacht dat ik ze zou doen. Y/Project werkt volgens hetzelfde principe. In de showroom zie je op één kledingrek een avondkleed, een bustier, een bomberjas en een jeans hangen. Heel die mix en die symbiose van verschillende inputs is de rode draad in Y/Project. Ik wil aan elk ontwerp een rare twist geven, die absurdheid is belangrijk.

Je stond ooit model voor Demna Gvasalia toen jullie samen aan de Modeacademie studeerden en Y/Project wordt vaak in één adem genoemd met Vetements. Wat maakt het label zo anders?
Demna en ik zaten op dezelfde school, hebben dezelfde background, zijn kinderen van de jaren negentig, en ik ken hem ook persoonlijk. Dan is het logisch dat we dezelfde visie delen. Momenteel zeggen klanten dat het niets meer met elkaar te maken heeft. De vrouw bij Vetements is een tough iemand, een beetje een rough bitch. Er heerst een lesbian vibe bij Vetements. Bij ons is ze veel romantischer, frivoler en geniet de vrouw van het leven.

Y/Project was oorspronkelijk een mannenlabel en veel designs zijn unisex. Nu ontwerp je ook voor vrouwen. Vanwaar die keuze?
Eigenlijk hebben we altijd voor vrouwen ontworpen, maar enkel voor de lookbooks en presentaties. Die stukken lieten we nooit tijdens shows zien. Ondanks dat we extreem veel succes hadden bij het vrouwelijke publiek, kregen we niet de aandacht die we wilden. Er was niet echt een hype rond Y/Project. We hebben net onze eerste vrouwenshow gedaan en de feedback die we daarop hebben gekregen is echt belachelijk groot.

Je hebt ervoor gekozen om twee collecties per jaar te ontwerpen. Is dat vanwege de enorme werkdruk die er in de mode-industrie heerst?
De mannen- en de vrouwencollectie zijn één collectie. Dat op zich is al een hele andere manier van werken. Veel mannenstukken ga je ook bij de vrouwen terugvinden. Vijftig procent van de collectie is exact hetzelfde. Dat is al zo van in het begin. Yohan Serfaty, de oprichter van Y/Project is op dat idee gekomen en hij wilde dat de helft van de ontwerpen unisex zijn. Zowel bij de mannen als bij de vrouwen worden er dezelfde stoffen en concepten gebruikt. We hebben ons eigen systeem gevonden en dat werkt heel goed. Ik heb totaal geen zin om, zoals de andere merken, de industrie te gaan veranderen.

Credits


Tekst Eveline Briand
Fotografie Jana Gerberding

Tagged:
Interview
antwerpen
y/project
glenn martens
mode interviews
modeacademie