Advertentie

vier je wonden, de pleister is hét nieuwe fashion-item

Blauwe plekken en sneeën hoeven niet meer weggepoetst te worden, maar mogen worden omarmd als oorlogswonden.

door Tim Fraanje
|
30 september 2019, 12:02pm

Links via Instagram Alan Crocetti, rechts via Instagram JimmyPaul

In Trendsplaining ontwart cultuurgoeroe Tim Fraanje de warrige modekluwen en weeft er een samenhangend patroon van. Deze maand: de pleister als statement.

Tijdens afgelopen Paris Fashion Week was één model op de Gucci-show het niet eens met de artistieke koers van haar werkgever (als er tenminste geen opzet in het spel was). ‘Mental health is not fashion’, was op haar handen te lezen terwijl de andere modellen braaf in dwangbuizen over de catwalk paradeerden. Geestelijke gezondheid mag dan geen mode zijn, de confrontatie opzoeken is dat wél. Dat kun je doen terwijl je er onberispelijk uitziet, met een correct geformuleerde slogan. Maar de trend is inmiddels ook in een stadium beland waarbij de hoffelijkheid soms overboord gaat. Iemand een flinke hengst verkopen begint zoetjesaan en vogue te raken.

Dus zien we op catwalks steeds meer fysieke kwetsuren, want wie mept moet vaak ook incasseren. Blauwe plekken en sneeën hoeven niet meer weggepoetst te worden, maar worden gevierd als oorlogswonden, als bewijzen dat je de confrontatie aan durft te gaan.

In 2015 stuurde de Chinese ontwerper Shangguan Zhe al modellen de catwalk op die zo gepoederd waren dat het leek alsof ze een poeier op hun gezicht hadden gekregen. Hij noemde het een speelse verwijzing naar Fight Club, de iconische film over een middelmatige kantoorpik die ‘s nachts recreatieve gevechten organiseert. Brad Pitt speelt zijn stoerdere vriend, en spreekt de gevleugelde woorden die, twintig jaar na dato relevanter lijken dan ooit: “I don’t wanna die without any scar.”

Waar een blauw oog bij een man vaak associaties oproept aan lekker ravotten en rouwdouwen, zijn wonden in de vrouwenmode vaak aanleiding voor controverse. Toen Glee-actrice Heather Morris in 2011 met een blauw oog op de foto ging, zagen velen daarin een zeer ongepaste viering van huiselijk geweld. Een recente shoot op Frankie and Clo, een online platform voor opkomende creatievelingen, leidde tot dezelfde verwijten op Instagram. Toch lijkt het alsof het tij gekeerd is: “I can assure you that the image is not about abuse against women. It is to portray a revolt and a fight for freedom…” was de reactie van het platform. Met iemand op de vuist gaan is al lang niet meer voorbehouden aan gefrustreerde mannen: ook vrouwen gebruiken geweld om los te breken uit het middelmatige bestaan dat het patriarchaat ze toe wil bedelen.

Zo knoopt Miley Cyrus in de clip van Don’t Call me Angel, haar nieuwe single in samenwerking met Lana del Rey en Ariana Grande, in de boksring een gevecht aan met een man, die haar waarschijnlijk “zijn engeltje” genoemd heeft. Anno 2019 kom je natuurlijk niet meer weg met dat soort neerbuigende opmerkingen, dus wordt hij flink in elkaar gerost door de zangeres. De clip heeft het groezelige zweetsfeertje van Fight Club en Miley zelf loopt in de confrontatie een (trouwens zeer esthetische) jaap in haar wenkbrauw op. En omdat je een modieuze wond ook weer modieus moet oplossen, worden de losgescheurde reepjes huid bijeengehouden door een gouden pleister van juwelier Alan Crocetti.

Het deed uw trendgoeroe denken aan de Japanse techniek kintsugi: kapotgevallen servies dat met gouden lijm gerepareerd wordt. De oude breuken in het servies laten zien dat het geleefd heeft. Kintsugi hangt samen met het idee van wabi sabi, een esthetiek waarbij schoonheid als imperfect, incompleet en veranderlijk wordt gezien. In het serviesontwerp is kintsugi helemaal terug, wat misschien ook wel iets te maken heeft met slaande ruzies waarbij de volledige keuken- of restaurantinventaris aan gort gegooid wordt. Met de Alan Crocetti-pleisters kun je de wabi sabi-filosofie ook toepassen op je eigen gehavende huid.

Ook de Nederlandse ontwerper JimmyPaul gebruikte pleisters op een Japanse manier. Zijn zoektocht naar ultieme schattigheid, die hem eerder al in Sesamstraat deed belanden, bracht hem nu in het land van de rijzende zon. Hij putte inspiratie uit de stroming yami-kawaii (‘ziek-schattig’). De modellen van JimmyPaul hadden geen zichtbare fysieke schade: het combineren van vrolijke kleuren, snoezige stoffen met pleisters, mondkapjes en andere medische artikelen is een manier om geestelijke problemen en suïcidaliteit bespreekbaar te maken binnen de kawaii-esthetiek, waarbij het eerder enkel belangrijk was om er lief en knuffelbaar uit te zien.

Yami-kawaii creëert een troostend groepsgevoel. Alsof je oudere zus of broer opgelapt moet worden na een woest gevecht op het schoolplein, en jij, om niet achter te blijven, ook een kleurige pleister plakt. Als dat JimmyPauls opzet is, zijn we weer terug bij de intentie van de fashionpleister zoals Nelly hem ooit populariseerde. Nelly droeg hem om zijn rap-collega City Spud te steunen, die tien jaar de bak in vloog voor een, volgens Nelly, niet gepleegde roof. Ook als je niet zelf de confrontatie aan durft of wilt gaan, kun je een pleister plakken uit solidariteit naar anderen die wel gehavend raken.

Het is in ieder geval duidelijk dat de pleister voor het eerst sinds Nelly een verdiende comeback beleeft. Jezelf verbergen achter een plamuurlaag van glamour is uit: al je zichtbare en onzichtbare beschadigingen mogen gezien worden. En misschien is geestelijke gezondheid dan stiekem toch ook wel fashion.