preuts is een ode aan de normcore

Voor zijn label laat de Amsterdamse Rouzbeh Teymouri zich liever inspireren door Japanse omaatjes dan door de rusteloze hypecultuur.

door Robin Alper
|
11 april 2016, 2:30pm

Fotografie David Meulenbeld

Het was op de middelbare school de bijnaam van Rouzbeh Teymouri, maar inmiddels is Preuts meer dan een naam. Rouzbeh was klaar met de overdreven, schreeuwerige mode-industrie, die mensen dwingt om constant met de trends mee te gaan, en hij besloot zelf tijdloze stukken te gaan maken. Zo ontstond het Amsterdamse label Preuts.

Preuts is zeker niet beschaamd, maar wel toepasselijk ingetogen en strak. Met zijn monochrome driedelige pakken laat Teymouri zien dat het niet nodig is om te overdrijven om vernieuwend te blijven. Hij steelt liever zijn stijl van mensen op straat, dan mee te gaan in de oneindige stroom hypes die de modemachine op ons afvuurt. Wij spraken Rouzbeh over produceren in Amsterdam, het probleem van de mode, en zijn plannen voor de toekomst. 

Fotografie Lieve Brinkman

Hoe is Preuts ontstaan?
Ik heb verschillende studies gedaan, maar was steeds een drop-out. Uiteindelijk ben ik een jaartje naar AMFI gegaan. Ik dacht bij m'n vorige studies dat ik artdirector kon worden door te studeren, maar dat gaat zo blijkbaar niet. Je moet het gewoon zelf doen. Ik vond een paar merken heel hard en dacht: als ik AMFI heb gedaan dan kom ik daar wel. Maar AMFI was naar mijn idee erg gericht op de luxe-industrie, Alexander McQueen, Dior en ga zo maar door. En daar was ik persoonlijk nooit in geïnteresseerd. Ik wilde het liefst wel zelf een labeltje, maar had daar nooit serieuze stappen voor ondernomen. Op AMFI merkte ik dat het veel werk is, maar wel te doen. Toen besloot ik: ja, dit ga ik fixen.

Ik wilde al heel lang zelf kleding maken, want steeds als ik iets vond was het zwaar boven mijn budget of het was vintage met net een paar scheuren of vlekken. Daarom ben ik het zelf gaan doen. Het naaien was alleen niks voor mij, en ook niet iets wat je zomaar even doet. Toevallig had mijn vader een vriendin in Iran die net naar Nederland wilde komen. Zij werkte al van jongs af aan in kledingfabrieken en zei dat ze de kleding wel voor me wilde maken. Ze maakt alles, dat is het leipe. Ik ontwerp kleding door stukken te combineren. Ik neem bijvoorbeeld een mouw van het ene shirt en een kraag van een andere. Maar de coupeuse is het mastermind achter de hele productie. Er is dus ook nog geen webshop, want die productie kunnen we denk ik nog niet aan. Voorlopig is het dus te krijgen bij NHTK en als het niet past kun je mailen, dan maken we het in jouw maat.

Fotografie Bas van Lieshout 

Waarom vind je het zo belangrijk om alles zelf in Nederland te produceren?
Het klinkt een beetje zweverig, maar ik denk dat het kapitalisme waar we in leven nooit was bedoeld om alles uit te besteden naar het goedkoopste land en daar mensen voor een hondenfooi te laten werken. Dan hebben mensen hier minder werkgelegenheid en blijven mensen goedkope troep kopen, die ze na een paar maanden weggooien of niet meer dragen.
Als ik het niet op deze manier kon produceren, was ik bijvoorbeeld naar Portugal of Polen gegaan. Maar toch had ik dan het liefst nog wel naaiers gezocht die het hier hadden kunnen doen. 'Made in Holland' heeft over het algemeen een goede naam, denk ik.

Hoe onderscheid je je als label nu nog van de duizenden andere labels?
Dat vind ik dus wel lastig. Er zijn inderdaad duizenden andere labels die ook doen wat ik had willen doen, maar ook nog niet doen wat ik wil doen. Maar hoe onderscheid ik me? Met Preuts hoop ik een soort tegengewicht te geven aan de hele schreeuwcultuur van sexy moeten zijn en dat "kijk mij"-gedrag, ook online. In die zin is Preuts ook een soort ode aan normcore.

Ga je zo ook een beetje tegen de mainstream mode in?
Mode is naar mijn idee te veel aan het meegaan met de rusteloze hypecultuur. Uiteindelijk krijg je daar een eentonig straatbeeld van. De mainstream mode jat tegenwoordig constant aspecten uit subculturen, die ze dan in een plastic versie namaken en uitmelken. Ik zie wel mensen met een eigen stijl, bijvoorbeeld op straat, hier in Amsterdam. Dat zijn vaker ouderen dan jongeren. Jongeren kleden zich eerder op de angst af niet hip gevonden te worden, terwijl ouderen daar eigenlijk al een beetje klaar mee zijn. Ze zien er juist vet uit doordat ze niet zoveel moeite doen om met die hypes mee te gaan. Soms zie ik bijvoorbeeld een oud Japans omaatje met Ecco schoenen en een ski-achtig pak in blauwgroene kleuren die lijken alsof de stof al twintig jaar in de zon ligt, en dan denk ik: ja.

Fotografie Lieve Brinkman

Je klinkt niet heel positief over mode. Zijn er ook merken die het naar jouw idee anders doen?
Er zijn wel merken die ik echt hard vind, zoals nog steeds Supreme bijvoorbeeld. Ze vertegenwoordigen het straatbeeld op een hele vette manier en adopteren skaters die anders misschien geen kans hadden. Het liefst zou ik eindigen zoals zij. Ze hebben heel goed gekeken naar New Yorkers met stijl in de jaren tachtig en negentig en maken vooral stukken die daarop gebaseerd zijn. Zelfs als ze hype-gevoelige producten maken, maken ze het op hun eigen manier, vaak met een middelvinger naar conformisme. Verder heb ik niet zo veel met de mode-industrie omdat het enorm bijdraagt aan die 'disposable' cultuur. Het feit dat mensen zo snel dingen weggooien en nieuw kopen, en dat de bladen elk seizoen weer vol moeten staan met nieuwe dingen snap ik echt niet. Voor mij hoeft Preuts niet te bestaan uit twee of vier collecties per jaar. De collectie Preuts is één grote collectie, die ik van tijd tot tijd aanvul met nieuwe stukken.

Je kleding is te koop bij NHTK, speel je zelf ook met het idee van genderloosheid in je kleding?
Ik vind het genderloze idee sowieso interessant, maar het was niet mijn voornaamste doel. Ik richt me er zelf niet per se op, maar vind het wel heel vet dat vrouwen mannenkleding dragen en vice versa. Het idee van "no size, no age, no gender" vind ik fijn. Zeker gezien de groeiende ongelijkheid en angstcultuur in deze tijden.

Fotografie Lieve Brinkman

Wat voor nieuwe stukken kunnen we verwachten?
We zijn nu bezig met de zomer. Daarvoor gebruik ik eindelijk iets dunnere stoffen. Ook om geld, tijd en kapotte naaimachines te besparen. En ja, wat het wordt? Eigenlijk weer dingen waarvan ik het idee heb dat [Serge] Gainsbourg het zou waarderen. Gewoon hele bescheiden stukken, nergens een merkje op, nergens een logo. Bescheiden kleding, wat net zo goed ergens in 1920 gemaakt had kunnen worden, maar dan met stoffen uit het nu.

Heb je verder nog plannen voor bijvoorbeeld samenwerkingen?
Ik doe samenwerkingen eigenlijk het liefst met vrienden. Ik vind het al stressvol genoeg als er bijvoorbeeld een shoot moet gebeuren. Soms wil ik dan te veel doen en denken, en kan ik niet meer communiceren met iemand die ik niet zo goed ken. Het is fijn dat je tegen je vrienden dan gewoon kan zeggen van "gast, we doen het nu zo". Een collaboratie lijkt me wel vet, maar voor de zomer heb ik zelf dingen getekend. Ik teken altijd een vinger, dus daar ga ik wat mee doen voor achter op t-shirts. Hoe het er voor de rest uit zal zien, ligt vooral aan de muziek, films en mensen die me inspireren.

Credits


Tekst Robin Alper

Tagged:
Amsterdam
preuts
mode interviews