we moeten het eens hebben over onze obsessie met de briljante, getergde kunstenaar

Het beeld bestaat nog steeds en wordt maar al te vaak als romantisch gezien.

|
nov. 7 2017, 4:43pm

Eerder dit jaar nam de veelgeprezen fotograaf Ren Hang op 29-jarige leeftijd zijn eigen leven. Hoewel elk overlijden pijnlijk is, denk je met het verlies van zo'n jong persoon vaak op een specifieke wijze terug aan diegene. Het werk van Ren werd vaak genoemd in gesprekken over seks, censuur, conservatisme en de rol van kunst om de wereld om ons heen uit te dagen. Maar als hij gevraagd werd naar zijn eigen beweegredenen, was hij zelf vaak minder uitbundig. Meestal legde hij uit dat het om niets ging, en dat het eerder een manier was om minder eenzaam te zijn en de leegte die hem achtervolgde te beheersen. Nu we hieraan terugdenken, voelt het essentieel om zijn gedachtegangen te volgen en vraagtekens te zetten bij de manier waarop we verhalen over geestelijke gezondheid verweven met de verhalen van kunstenaars.

Het beeld van de getergde kunstenaar bestaat nog steeds en wordt maar al te vaak als romantisch gezien. De pijn van degenen die een creatief leven leiden wordt anders voorgesteld dan die van anderen. Als een accountant depressief is, is het psychologie; als een kunstenaar depressief is, is het poëzie.

Het is een idee dat we allemaal al eeuwenlang accepteren. Creativiteit en geestesziekten zijn vaak met elkaar verbonden, alsof ze alleen kunnen bestaan in deze delicate balans. Vaak wordt aangenomen dat als je met de ene knoeit, je de andere kunt verwoesten. Kunstenaars wier werk te maken heeft met depressie en angst presenteren het vaak als onderdeel van hun eigen talent. Edvard Munch merkte eens op: "Mijn angst voor het leven is noodzakelijk voor mij, net als mijn ziekte. Ze zijn niet van mij te onderscheiden, en hun vernietiging zou de vernietiging van mijn kunst betekenen."

Scheikundig gezien bestaat er inderdaad een band tussen creativiteit en depressies. Een IJslands onderzoek uit 2015 wees uit dat 25 procent van de creatieve mensen vatbaarder is voor een bipolaire stoornis of schizofrenie, vanwege de specifieke genen die ze hebben. Schrijvers bleken 121 procent meer kans te hebben om met een bipolaire stoornis te leven, en 50 procent meer kans te hebben om zelfmoord te plegen.

Maar het wetenschappelijke bewijs dat deze kwaliteiten van nature samengaan, zou niet moeten dienen als excuus om dit maar gewoon te accepteren zoals het is. Het hardnekkige idee dat iemand ongelukkig moet zijn om echt open te kunnen staan voor het absorberen en op kunstzinnige wijze vertalen van de menselijke conditie is zowel bedacht als gevaarlijk. Francis Bacon, een van de meest gevierde schilders van de vorige eeuw, was niet immuun voor deze angst. Hij schreef ooit: "De gevoelens van wanhoop en ongeluk zijn nuttiger voor een kunstenaar dan het gevoel van tevredenheid, omdat wanhoop en ongeluk je hele gevoeligheid vergroten." We zijn het meestal niet oneens met Francis, maar we moeten nu wel beweren dat er meer achter zit.

Het debat over de vraag of geluk en melancholie eigenlijk cruciale ingrediënten zijn voor creativiteit is van alle tijden en complex. Geluksonderzoeker (ja, dat is een echt beroep) en Harvard-docent Shawn Achor heeft een carrière gemaakt uit het onderzoek en de hang naar warme emoties. Hij zoekt naar een manier om te laten zien dat we op ons creatiefst zijn als we gelukkig zijn. In een interview met Inc vertelde hij dat uit zijn onderzoek bleek dat wanneer we een optimistische gemoedstoestand hebben, onze hersenen makkelijker mogelijkheden kan bedenken. Toen onderzoekers van de Universiteit van Californië in San Francisco scans maakten van jazzmuzikanten terwijl zij muziek maakten, ontdekten ze dat de creatieve delen van hun brein actiever waren als ze tegelijkertijd keken naar plaatjes die hen gelukkig maakten.

Maar zelfs deze redenering versimpelt de cadans van creativiteit, en reduceert het tot een som van een aantal variabelen die gecorrigeerd of vernietigd kunnen worden. Welke kant van de discussie je ook kiest, beide schieten tekort en zien creativiteit niet als een innerlijke gave, die ongelofelijk moeilijk is om daadwerkelijk kwijt te raken of te verstoren. Dus hoewel we voorzichtig moeten zijn om zo'n extreem enigmatisch concept niet tekort te doen, moeten we ook inzien dat het vieren van elke vorm van pijn een nieuwe barrière vormt die men ervan weerhoudt om hulp te zoeken of aan te nemen.

We weten niet of de vrienden van Ren Hang wisten van zijn geestelijke gezondheidsproblemen. Als je nagaat dat zijn werk een liefdesbrief aan hun levens en lichamen was, een viering van hun schoonheid, gepresenteerd als een balsem voor zijn eigen pijn, kun je ervan uitgaan dat ze hem volledig liefhadden en ondersteunden. Maar voor vele andere creatievelingen worden de signalen van mentale nood te vaak genegeerd – of nog erger, ze worden van hen verwacht – door de mensen om hen heen. Hun worstelingen worden verdoezeld door onze eigen veronderstelling over wat wel en niet normaal en acceptabel is; en de collectieve impact van zulke redeneringen is een onderwaardering van geestelijke gezondheids- en welvaartsziektes binnen de gehele kunstwereld.

Kunstenaars lijden niet alleen omdat zij de begunstigden zijn van een soort mythische last die geeft en neemt naar eigen inzicht. Ze lijden omdat ze in een industrie werken die grote stress met zich meebrengt, met minimaal zicht op een vast werkverband of financiële zekerheid op de lange termijn. Door ons altijd maar te wenden tot het beeld van de getergde melancholische kunstenaar, negeren we echte gezondheidskwesties op de werkvloer en veiligheidsproblemen die hen meer dan eens eenzaam laten voelen. Cal Strode van de Mental Health Foundation zei vorig jaar in een gesprek met The Standard dat de omstandigheden in de kunsten meermaals de mentale gezondheid van medewerkers ondermijnden door "onzekere contracten, lage lonen en antisociale werktijden." Daarnaast zei hij dat deze problemen tot stand kwamen door de verwachting om gratis te werken of voor de zogenaamde "exposure", waardoor kunstenaars het gevoel kunnen krijgen dat hun werk gedevalueerd wordt of helemaal niet belangrijk is.

Kunstenaars lijden niet alleen omdat zij de begunstigden zijn van een soort mythische last die geeft en neemt naar eigen inzicht.

Een rapport van de Victoria University in Australië uit 2015 laat ook zien dat mensen die werkzaam zijn in de podiumkunsten tien keer zoveel kans hebben om angststoornissen te ontwikkelen, en vijf keer zoveel kans om depressief te raken, vergeleken met de gemiddelde bevolking. Deze keer waren de cijfers niet gekoppeld aan een aangeboren aanleg, maar hielden ze direct verband met financiële onzekerheid en armzalige werkomstandigheden.

Wanneer we ons laten leiden door clichés en archetypes, negeren we de realiteiten die zich om ons heen ontwikkelen. Door een getergde kunstenaar te laten vallen in de bekende beelden en veronderstellingen laten we niet alleen een individu in de steek, maar verzwakken we de creatieve gemeenschap in zijn geheel. Al veel te lang hebben echte ziektes binnen de kunsten vrij spel gehad om zich te manifesteren, omdat ons verteld werd dat dit altijd al zo was. Maar als we onszelf toestaan om geraakt te worden door de verhalen over geestelijke gezondheid, moeten we dezelfde ondersteuning en hetzelfde begrip bieden aan kunstenaars. Pijn is tenslotte pijn, hoe mooi het kan zijn.

Credits


Tekst Wendy Syfret
Fotografie Ren Hang, via Instagram.