het conflict, de mensen en de landschappen van fotojournalist don mccullin

We spraken de legendarische fotojournalist over het vastleggen van conflicten overal ter wereld.

door Felix Petty
|
06 januari 2016, 10:25am

Don McCullins bekendste foto werd genomen tijdens de straatgevechten van de slag om Hué in Vietnam in 1968. Op de foto staat een Amerikaanse marinier. Hij houdt zijn geweer strak vast en staart angstig en stil de verte in. In zijn doordringende ogen vol emotie kan je de verschrikkingen van de oorlog duidelijk zien. De sterke kant van McCullins oorlogsfotografie is niet de strijd en branie van de oorlog, maar de menselijke gevolgen ervan. De soldaten zijn het onderpand van politici in plaats van actiefiguren. Zijn foto's laten de pijn en het lijden zien, maar ook de kracht en waardigheid van hen die lijden. Het is de oorlog door de ogen van de burgers, de mensen die middenin het geweld zitten. Zijn lens geeft ons een inkijkje in leed van de onschuldige omstander.

Don McCullin is nu tachtig jaar oud. Zijn eerste foto werd bijna zestig jaar geleden afgedrukt in The Observer. Je zou dan ook verwachten dat hij inmiddels met pensioen is. Maar niets is minder waar. Wanneer we afspreken in Somerset, waar hij woont en werkt, is hij net terug van de Iraakse frontlinie en is hij bezig met het opzetten van zijn volgende reis naar India. McCullin zit niet stil en is druk bezig met het uitbrengen van een nieuwe autobiografie en fotoboeken van zijn werk.

Amerikaanse marinier, Hué, 1968 

Zijn eerste foto in The Observer, The Guv'nors uit 1958, laat zien hoe een straatbende rondhangt in een vervallen gebouw in Finsbury Park nadat een van de bendeleden kort daarvoor een politieman vermoordde. Niet lang daarna vertrok de 25-jarige Don naar Berlijn, om de muur te fotograferen. Deze serie, die ook in The Observer werd gepubliceerd, zette de toon voor de rest van zijn werk. Het laat het menselijke element van politiek zien en de nieuwsgierigheid en angst van de mensen die hierbij betrokken raken. Een van de foto's laat zien hoe een Oost-Duitse grensbewaker zijn kans grijpt om over het prikkeldraad heen te springen in de richting van de vrijheid van het Westen. Na zijn bezoek aan Berlijn ging Don verder naar Cyprus om de strijd tussen de Griekse en Turkse legers op het eiland vast te leggen. Dit was zijn eerste keer in een oorlogsgebied, en dat zorgde ervoor dat Don in aanraking kwam met The Sunday Times. Hij reisde de wereld rond en fotografeerde conflicten wereldwijd - van Vietnam tot Noord-Ierland, van de Democratische Republiek Congo tot Cambodja, en van Beiroet tot Biafra.

McCullin staat voornamelijk bekend om zijn beelden uit oorlogsgebieden. Maar dit houdt niet in dat zijn kijk op zijn eigen land minder indrukwekkend is. Hij brengt de verarmde arbeidersklasse en de natuurlijke schoonheid van het platteland van Engeland in dit werk aan het licht. Hij laat de ruïnes van zijn thuisland zien in zijn beelden van het postindustriële noorden en legt de daklozen in Oost-Londen vast. De rode draad in zijn werk is het proberen schoonheid en menselijkheid te laten zien op plekken waar je dit niet zou verwachten.

Dakloze man, Spitalfields, Londen, 1969 

Hoewel hij de afgelopen vijftig jaar veel in oorlogsgebieden was, en zo de eerste fotograaf werd die in een Britse ridderorde werd opgenomen - in 1993 - heeft Don de afgelopen twintig jaar ook veel tijd doorgebracht in het landschap van Somerset. Hier onderhoudt hij zijn fotografietalent door beelden te schieten die losstaan van het brute oorlogsgeweld. We spraken af met de fotograaf om meer te weten te komen over zijn fotografiecarrière.

Laten we beginnen met je meest recente werk - de foto's die je hebt gemaakt van het landschap van Somerset.
Je noemt het recent, maar ik ben er al sinds 1991 mee bezig.

Je verhuisde van Londen naar Somerset in de jaren zeventig, toch?
Ja, ongeveer veertig jaar geleden. Toen ik hier voor het eerst kwam was ik echter nog veel aan het reizen, maar dat doe ik eigenlijk nog steeds. In januari ga ik naar India en een maand geleden was ik nog in het oorlogsgebied in Irak. Voor veel mensen van mijn leeftijd is het onvoorstelbaar om zo veel onderweg te zijn. Als je ouder wordt blijf je liever op één plek.

Ziekenhuis, Phnom Penh. 1975

Waren de foto's van Somerset een manier voor je om tot rust te komen na al dat reizen?
Ja, maar op een bepaalde manier geven ze ook onrust. Het zijn er inmiddels zo veel dat ze enorm veel ruimte in mijn huis in beslag nemen. Ik ben begonnen met het doorspitten van mijn archief. Ik weet niet hoe lang ik nog heb, dus ben ik alvast bezig om alles op orde te krijgen.

Geniet je nog steeds van reizen?
Naar het vliegveld gaan is voor mij inmiddels een soort straf geworden. De bewaking ontneemt me zo veel van het reisplezier. Het enige goede dat is veranderd, is dat je niet meer mag roken in het vliegtuig.

Je reist naar andere landen om dingen te leren over de cultuur. Ik stopte met school toen ik 15 was en had geen opleiding. Reizen en fotografie zijn daarom een zegen voor me geweest. Ik heb er heel veel door geleerd.

Somerset, vlakbij Glastonbury, 1994 

Wat fotografeerde je in Irak?
De oorlog natuurlijk! Ik had jammer genoeg maar één goede dag aan het front. Ik werd constant heen en weer geschoven en probeerde aan het front te komen. Als je daar eenmaal bent is het echter niet alsof je een eersterangs ticket voor het theater hebt geboekt. Je weet niet wat er gaat gebeuren. Sommige dagen blijft het stil, wat fijn is omdat je weet dat er niemand is vermoord. Maar de dag dat ik er kwam waren er 6000 militairen bezig met het aanvallen van een olieraffinaderij. Dat was best opwindend.

Je bent al meer dan vijftig jaar bezig met het vastleggen van conflicten, wat vindt je van het werk van de nieuwe generatie fotojournalisten? Gaan ze anders te werk dan jij?
Ze zijn niet veel aan het werk omdat ze nergens heen worden gestuurd. Je kan niet zonder verzekering naar een oorlogsgebied gaan. Kranten willen niet dat je daar vermoord wordt en ze daardoor worden aangeklaagd door je familie. Ze leggen je uit hoe je een knevelverband moet aanleggen nadat je been eraf is geblazen, hoe dramatisch dat ook klinkt.

Dew Pond, Somerset, 1988

Was dat niet zo in de jaren zestig en zeventig, toen je werkte voor The Times?
Nee, we waren toen echte buitenbeentjes. We zwierven rond terwijl we de wereld en haar problemen minachtten. Ik denk dat ik ben geboren om de regels te ondermijnen. Vandaag de dag wil niemand je nog betalen om naar die gebieden te gaan. Ze willen je niet verzekeren of betalen voor je hotel. Ze willen niet dat je vermoord wordt, want dat levert veel papierwerk op. Daarnaast zijn mensen nu meer geïnteresseerd in beroemdheden dan in arme kinderen die sterven in oorlogsgebieden.

Je hebt eens gezegd dat je niet denkt dat jouw beelden de visies van mensen op de conflicten hebben veranderd…
Je verandert misschien de gedachten van een of twee mensen, maar over het algemeen spreek je alleen de mensen aan die al betrokken zijn. Een beeld dat wel de publieke opinie veranderde was de foto van Aylan Kurdi, de overleden vluchteling op het strand in Turkije. Die foto wint dit jaar zonder twijfel de World Press Awards. Dat was een aangrijpend beeld. Het herinnert ons eraan dat we de afgelopen jaren weinig dingen met zo'n enorme impact hebben gezien. Waar komt dat door? Doordat fotojournalistiek niet langer wordt gewaardeerd, het wekt zoveel woede op. Ik wil niet dat mensen me zien als een oude, chagrijnige man. Dat ben ik ook helemaal niet. Ik heb gewoon een uitgesproken mening over het onrecht op aarde. Deze problemen beginnen vaak aan de top, bij de politici.

Tibetaanse vluchtelingen, Delhi, 1965 

Waardoor ben je nog steeds geïnteresseerd in fotografie?
Ik hou ervan. Het is een passie die ik nooit kwijt zal raken, ik ben ermee geboren. De reden waarom ik naar Irak ben gegaan is omdat ik het met eigen ogen wilde zien in plaats van er via anderen achter te komen. Ik ken het Midden-Oosten, ik weet wat oorlog is, ik begrijp politiek… Fotojournalistiek is als het bakken van een taart. Ik ben de beste taartenbakker omdat ik precies weet welke ingrediënten je nodig hebt. Ik weet hoe oorlog in elkaar steekt, welke gevolgen het heeft en hoe de politici ons voorliegen met slappe excuses in plaats van iets positiefs en eerlijks te doen voor de wereld.

Wat ik heel mooi vind aan je werk is dat er heel veel overeenkomsten zijn tussen de verschillende plekken en problemen.
Ja, de problemen zijn overal hetzelfde. Het gaat niet goed met een samenleving als ze haar eigen mensen niet kan helpen. Als ik in Afrika, India of Azië tegen mensen zou zeggen dat er ook armoede is in Engeland zouden ze me niet geloven. Mensen zien Engeland vaak als een succesvol land waar iedereen het goed heeft. Zeggen dat er genoeg mensen in armoede leven is iets wat ze nooit zouden geloven, maar wat we wel zouden moeten zeggen. Nu meer dan ooit, naar mijn idee. De verdeeldheid is namelijk alleen maar groter geworden.

Gebruik je dezelfde aanpak voor al je foto's, of het nu een foto is van het landschap van Somerset, de werkende klasse van Engeland of de oorlog in Vietnam?
Ik voel me wel een stuk meer ontspannen wanneer ik foto's van een landschap maak. Er is dan bijvoorbeeld niemand die zijn wapen op me richt. Ik ben dan alleen.

Ik bedoel meer qua kunstvorm, wat je met een foto probeert over te brengen...
Een fotoboek dat ik onlangs heb uitgebracht had niks met oorlog te maken, maar dat boek werd uiteindelijk ingehaald door de oorlog. Ik had een aantal prachtige tempels in Palmyra vastgelegd, in Syrië. Toen ik aan dat project begon had niemand er vertrouwen in. Uiteindelijk bleek het echter heel belangrijk te zijn, aangezien ISIS de tempels vlak daarna heeft opgeblazen. Ik wist niet dat dat zou gebeuren. Je kan niet voorspellen wat fotografie zal verbeelden.

Het leuke aan het fotograferen van landschappen is dat je met niemand hoeft te praten. Je loopt gewoon een veld in en neemt wat foto's - of juist niet, als het licht niet goed is. Het is voor mij simpelweg een oefening in fotografie. Ik wil overigens wel duidelijk maken dat ik geen kunstenaar ben.

The Guvnors, Finsbury Park, Londen 1958 

Dat is iets wat ik je wilde vragen; hoe voelt het om je werk in galeries te zien, waar ze uit de context van de fotojournalistiek zijn gehaald?
Er zijn vandaag de dag geen andere plekken om fotografie tentoon te stellen. Moet ik het dan maar laten wegrotten in mijn huis? Het is belangrijk dat fotografie voortleeft. Ik probeer het een nieuw leven te geven. Dat het in een kunstgalerie hangt maakt me niet per definitie een kunstenaar. Ik ben tevreden als fotograaf.

Heb je jezelf geleerd hoe je moet fotograferen?
Ik heb het mezelf geleerd door te kijken naar het werk van anderen. Ik denk dat heel veel mensen op die manier vooruitgaan, door te kijken naar het werk van anderen. We stelen en lenen regelmatig dingen van elkaar.

Je hebt een arbeidersachtergrond, groeide op in armoede…
Ja, een heel onartistieke achtergrond ook. Ik ben opgegroeid in de zalige onwetendheid en onverdraagzaamheid van de arbeidersklasse in het noorden van Londen. Het enige waardoor je soms wakker schrok was een klap in je gezicht. Er was veel geweld in de buurt waar ik opgroeide. Het leven als een jonge man in Engeland zit vol tribalisme. Op een bepaald moment komt dat tot uitbarsting, dat is onvermijdelijk. De overgang van dat leven naar een leven vol fotografie, reizen en cultuur was voor mij een redding. Ik kreeg de kans om samen te werken met schrijvers bij The Sunday Times en The Observer. Zij werden mijn leraren.

Hoeveel tijd breng je momenteel in je archief door?
Ik ben er om de dag mee bezig. Gisteren bekeek ik wat oude foto's uit India en morgen kijk ik misschien wel naar foto's van Finsbury Park. Laatst vond ik een prachtige foto van twee stoere jongens die op een muurtje zaten.

Vind je het fijn om via je oude foto's terug te gaan naar de plekken waar je ze nam?
Ik vind het verschrikkelijk. Het voelt als een bezoekje aan het kerkhof en ik ga nooit naar het kerkhof.

Lumumbist vrijheidsstrijders voor de executie, Stanleyville, Congo, 1964

Hoe was het dan om door je archief te struinen voor de foto's in je tentoonstelling? Viel je iets op? Bijvoorbeeld foto's waarvan je niet meer wist dat je ze hebt genomen?
Ik wil niet arrogant klinken, maar ik vergeet nooit dingen. Alle foto's zijn op mijn netvlies gebrand. De beelden zijn vaak genomen op buitengewone dagen die erg lastig waren om door te komen. Ik heb enorm veel medelijden met de lijdende mensen op de foto's. Ik kon vertrekken uit de situaties, terwijl velen van hen dat niet konden en zijn overleden. Ik denk er zeker niet lichtzinnig over. Het raakt me nog steeds heel diep en het maakt me erg verdrietig. Mijn carrière is een succes geworden dankzij deze foto's, ten koste van andermans levens. Het is lastig om er trots op te zijn. Ik heb veel verschrikkelijke dingen gezien in mijn leven dus ik voel me schuldig om met de eer te strijken.

Is het daardoor lastig om de foto's terug te zien?
Nou ja, dat is waarom ik me nu bezighoud met landschappen. Zo heb ik ook iets rustgevends om op terug te kijken. De landschappen zijn heel prettig, ik ben blij dat ik ervoor gekozen heb. Het is echter wel een uitdaging. Het is mooi, maar het Engelse landschap is wel in gevaar.

Zijn de foto's dan net als de serie van Palmyra? Een soort documentatie van iets dat wellicht zal verdwijnen?
Ja, maar het is ook een manier voor me om mezelf uit te drukken nu het nog kan. Ik klim over prikkeldraad en loop door de heuvels in de kou. Dat vind ik fijn. Mijn favoriete plek op aarde is de muur van Hadrianus tijdens een sneeuwstorm. Dan voel ik me in mijn element. Ik ben dol op de uitdaging die het met zich meebrengt. Maar ja, ik ben boos dat we de schoonheid van het platteland vernielen. Het wordt letterlijk op dit moment verwoest.

Welk advies zou je aan jonge fotojournalisten geven?
Vergeet het! Stop met het gebruiken van het woord fotojournalistiek. Het is dood. Ik ken honderden fotografen die het willen doen, maar allemaal komen ze erachter dat er niks te vinden is. Het is een wildernis. Wanneer ze terugkeren van hun reis wil niemand de foto's hebben. Mensen proberen enorm hard om dingen aan de wereld te laten zien, maar het is lastig omdat er niemand is om ze daarin te steunen. Dat is het gevaar. Alle dingen die ik heb gedaan werden destijds met open armen ontvangen, maar die tijd is voorbij.

Deze beelden worden namelijk niet meer in de krant afgedrukt, dus probeer ik ze op andere manieren te vertonen, bijvoorbeeld in exposities en boeken. Ik laat me de mond niet snoeren. Ik ben tachtig jaar oud, waarschijnlijk heb ik nog maar een aantal jaar te leven. Je verbeelding is als opwindspeelgoed; er is maar een beperkte hoeveelheid tijd voor het stopt met werken. Toen ik jong was had ik zo veel energie, maar die heb ik verspild. Ik heb al mijn energie opgebruikt toen ik jong was. Maar dat doen we allemaal, niet waar? 

Credits


Tekst Felix Petty
Fotografie © Don McCullin/Contact Pers

Tagged:
Vietnam
somerset
Don McCullin
Cultuur
fotojournalistiek
oorlogsfotografie