het werd hoog tijd dat we het duo achter schueller de waal leerden kennen

De modeontwerpers staan bekend om hun humor en persiflages, maar nemen hun collecties en vakmanschap bloedserieus.

|
28 februari 2018, 11:59am

Al een tijdje beschouwen wij bij i-D het ontwerpersduo Schueller de Waal als een van onze favoriete Nederlandse modelabels. En dat is niet onterecht, want vind maar eens ontwerpers in het zich conformerende modelandschap die de draak durven te steken met de conventies van de industrie. Nooit zullen wij het futuristische spektakel van het duo in het Amsterdamse World Fashion Centre vergeten, waarmee zij commentaar leverden op de protserige shows die grote modehuizen als Chanel achteloos uit de grond stampen. En ook hun video’s op Instagram, zoals die van een model dat voor een foto van de New Yorkse skyline een imaginaire catwalk bewandelt, met het onderschrift dat “onze droom om op NYFW te showen is uitgekomen”, zorgen ervoor dat we de twee hoog hebben zitten. Het is een ironische houding die ik in de elf jaar dat ik zelf ooit als model werkte – en niet zoveel op had met al die voorschriften – nogal heb gemist. Ik had het in die tijd best verfrissend gevonden om met modeontwerpers te werken die mode met een beetje humor benaderen.

Ik bewonderde hen dus al een tijdje in stilte, maar wist verder eigenlijk maar nauwelijks iets over ze. Het kwam dan ook als een uitverkoren – maar onverwacht – moment toen ze me vroegen model te staan voor hun A/W ’18-campagne. Deze beelden zullen zij deze week samen met hun collectie tijdens Paris Fashion Week in hun showroom presenteren, en mogen wij hier – wat natuurlijk persoonlijk een beetje raar aanvoelt, aangezien ik zowel model in de campagne als schrijver van dit stuk ben – publiceren.

Hoewel hun bonte label misschien anders doet vermoeden, vonden Rens de Waal en Philipp Schueller elkaar op het hoofdkantoor van Hugo Boss in Stuttgart, waar zij op dezelfde afdeling kwamen te werken. “Dat kantoor was een soort corporate campus van glas, wat wel heel luxe was, maar waar wij ons allebei een soort aliens voelden,” vertelt Philipp. “We waren echt de clowns van het bedrijf,” voegt Rens eraan toe. Samen reden ze in die periode iedere dag naar werk – een uitgelezen moment om te reflecteren op hun werk en te bespreken wat ze zoal misten. Al gauw kwam eruit dat hoewel Hugo Boss een uitstekende leerschool was, ze zich beperkt in hun vrijheid en creativiteit voelden. “We grapten toen dat we de nieuwe Viktor&Rolf moesten worden en we zijn onze ideeën en ons gevoel voor mode naast elkaar gaan leggen.”

Toch bleven ze nog een tijdje bij Hugo Boss werken. Op een gegeven moment besloten ze de knoop door te hakken en te gaan solliciteren bij andere modehuizen. Mocht dat niets worden, zo beredeneerden ze, dan zouden ze terugkeren naar Amsterdam en daar hun mogelijkheden onderzoeken. Zo geschiedde. In 2014 vormden ze Schueller de Waal en spraken ze af het een jaar aan te kijken, en naast hun label zoveel mogelijk creatieve projecten aan te nemen – zo schoten ze onder andere een korte film met Petrovsky & Ramone. Ook doceerden zij allebei geregeld op modeacademies als ArteZ en AMFI.

Inmiddels neemt het duo hun label heel serieus en willen ze, na deze wat experimentele eerste fase, grotere stappen gaan maken. “Het is mij de afgelopen tijd tegengevallen dat het er inmiddels niet echt meer toe doet hoe goed je bent, maar vooral hoe social media-savvy je bent,” vertelt Philipp. “Wij zouden wat dat betreft wat brutaler en minder bescheiden mogen zijn.” Rens voegt daaraan toe: “Natuurlijk drijven we graag de spot met bijvoorbeeld de tijdsdruk die achter shows zit, maar we blijven ook vakmannen en vinden mode echt relevant. Humor en persiflage zijn middelen om te communiceren, maar dat betekent niet dat we niet serieus omgaan met onze collecties. We zijn superfanatiek. We plaatsen onszelf alleen niet op een voetstuk, want dat vinden we ouderwets en irrelevant.”

Het vakmanschap is terug te zien in de nieuwe collectie, die op eerste gezicht maar weinig coherent lijkt, maar schijn bedriegt. Voor A/W ’19 keken ze namelijk opnieuw naar hun S/S ’18-collectie en besloten aan iedere zomerlook een extra winterlaag toe te voegen. Het duo plaatst op die manier vraagtekens bij de strikte seizoensvoorschriften van het modeseizoen – iets wat ze benadrukken met de campagnebeelden, waarin de zomercollectie wordt geprojecteerd over de nieuwe winterlooks. Maar ook de keuze voor footwear stond volledig in het teken van ‘re-purposing’. Voor de shoot ontwierp schoenmaker Marko Bakovic speciaal van een oude leren riem een soort conceptuele sandaal, waar je met een dikke sokschoen een winterschoen van kan maken.

“Kijk, we zijn altijd heel precies met het uitgangspunt van de collectie, maar vervolgens laten we elkaar best wel los,” zegt Rens. “Als je chronologisch naar ons ontwerpproces kijkt, zie je hoe we in het begin supernetjes werkten met een kleurkaart en stoffen – iets dat gaandeweg steeds meer verbrokkelde. Nu vinden we dat we onze techniek hebben gevonden door juist geïmproviseerde oplossingen te omarmen – het is een manier geworden om dat vreemde van onze collecties te kunnen exploiteren,” vertelt Philipp. Dit uit zich onder andere in het feit dat de twee zich niets aantrekken van kleuren die zogenaamd op dat moment in zwang zijn, en dat ze ‘vieze’ kleuren niet schuwen. “Dat iets in de mode opeens niet meer ‘mag’, vinden wij echt bullshit,” zegt Philipp. Rens: “Wij willen mode vieren, maar niet verheerlijken – we nemen het serieus, maar weten dat er ook andere dingen in de wereld zijn.”

Credits

Fotografie: Lonneke van der Palen
Make-up: David Koppelaar @houseoforange
Footwear: Marko Bakovic
Model: Rolien Zonneveld