maison the faux presenteert hun visie op wol tijdens de woolmark prize

Afgelopen dinsdag vond in Londen de halve finale plaats. i-D was erbij en sprak met jurylid Gert Jonkers en Maison the Faux over hun deelname.

|
jul. 13 2018, 12:11pm

De International Woolmark Prize werd in 1953 in het leven geroepen om ontwerpers te stimuleren om op een creatieve en innovatieve manier Australische merinowol te gebruiken in hun ontwerpen. Eerdere winnaars van de prijs zijn niemand minder dan Karl Lagerfeld en Yves Saint Laurent, en vorig jaar was Nederlandse ontwerper David Laport de winnaar van de Europese halve finale.

Ook dit jaar was er talent van Nederlandse bodem genomineerd voor de halve finale: Tessa de Boer en Joris Suk, oprichters van het Arnhemse modehuis Maison the Faux. Het duo mocht onlangs nog een Dutch Design Award in ontvangst nemen en staat vooral bekend om hun uitzinnige collecties en bijbehorende spectaculaire shows, waarmee ze zowel de nationale als internationale modewereld op zijn kop zetten. De keuze van het duo om mee doen aan deze wedstrijd kwam vooral door de verdiepingsslag die ze moesten maken, zowel op het gebied van materiaal, als de presentatie van de kleding. “Je zoomt heel erg in op het materiaal,” vertelt het duo. “Dat was voor ons interessant. Normaal gesproken vertellen we met zoveel meer elementen dan alleen kleding een verhaal. Nu wordt dat gereduceerd tot slechts een collectie. Dan moet je dus nadenken hoe het idee en concept overeind blijven op het moment dat al die andere facetten wegvallen. Het was voor ons een goede leerschool om daar op de focussen en te ontdekken hoe zo’n collectie dan nog steeds de essentie van het label kan dragen.”

Het concept wat ze presenteerden kreeg de naam ‘Primitive Powerdressing’. “Onze ontwerpen gaan altijd over uitersten en contradictie,” vertelt Joris. "Dus op het moment dat we hoorden dat we genomineerd waren gingen we op zoek naar de tegenstellingen in wol. We hebben gekeken naar de manier waarop wol past bij wat wij willen vertellen en bij onze conceptmatige manier van werken,” vertelt Tessa. “Toen zijn we bij het oorsprong van wol uitgekomen. Het is rauw, kan vers van het schaap geschoren zijn, of juist heel verfijnd en slick in de vorm van merino. Dat is het uitgangspunt geweest.” Het resulteerde in een concept dat draaide om de tegenstelling van typische jaren tachtig powerdressing en de kleding van herders uit de jaren vijftig.

Tijdens de halve finale van de prijs afgelopen dinsdag presenteerden vijftien ontwerpers uit Europa hun collecties en concepten aan de vakjury, die bestond uit vele grote namen uit de modeindustrie – waaronder Jefferson Hack (oprichter van Dazed Media), Christiane Arp (hoofdredacteur van de Duitse Vogue) en de Nederlandse Gert Jonkers (uitgever van o.a. Fantastic Man en The Gentlewoman). Gert vond het een bijzondere ervaring: “Het dwingt je om heel intensief en geconcentreerd naar het werk van de deelnemers te kijken. Het is vaak gemakkelijk om een oordeel klaar te hebben, maar wanneer je zo’n functie hebt dan bereid je je beter voor en doe je langer over je afweging. Dat vind ik grote waarde toevoegen.”

Gert Jonkers links, foto via Woolmark Prize.

CMMN SWDN, Daniel w. Fletcher, Edward Crutchley en Nicholas Daley zijn door naar de finale, die in 2019 zal plaatsvinden. Opvallend was volgens Gert dat het overgrote deel van de winnaars een menswearcollectie presenteerde: “Iedereen van de jury was het er over eens dat die collecties op dit moment het interessantste waren. Ik weet niet hoe het komt, maar de spannendste dingen in de mode gebeuren nu op het gebied van menswear.”

Het concept bezorgde Maison the Faux helaas geen plek in de finale, maar hun deelname leverde zeker goede dingen op: “Het was fijn om de tijd te hebben om in een onderwerp te duiken. Het forceert je rust te nemen voor een concept, voor ontwikkeling. We hebben nu het voorwerk gedaan en wie weet wordt dit misschien wel de basis van onze volgende collectie. Misschien niet helemaal zoals het nu is, maar ik denk zeker dat we ermee verder gaan.”