astrit ismaili overstijgt het lichaam door een nieuwe samen te stellen

Het speelse werk van de kunstenaar en curator uit Kosovo is vrijdag te zien in de Oude Kerk in Amsterdam. "Mijn vervreemding inspireert me nieuwe werelden en persona's te creëeren."

door Andrew Pasquier
|
18 december 2018, 2:35pm

In het centrum van Pristina, de hoofdstad van Kosovo, staat een beschadigd architectonisch symbool van broederschap tussen Albanezen en Serviërs. De buitenkant van het brutalistische Jeugd- en Sportpaleis is gedeeltelijk afgebrand en heeft de bijnaam 'Boro en Ramiz', vernoemd naar de twee Joegoslavische Partizanen die het tijdens de Tweede Wereldoorlog gebroederlijk opnamen tegen de fascistische overheersers van het land. Hoewel de huidige expositie in MoMA deze architectonische tijd viert, is Boro en Ramiz — samen met vele anderen monumenten ter ere van de 'broederschap en eenheid' van Tito’s Joegoslavië — in verval geraakt door de etnische conflicten die het land in de jaren negentig verscheurden.

In de zomer van 2012 vond een groep jonge artiesten een nieuwe functionele doch radicale invulling voor deze historisch beladen plek. Gedurende 2 maanden vonden er 33 evenementen en optredens in Pristina die allemaal onderdeel waren van een 'interactieve mega-performance'. Er kwamen die zomer zeker 2500 mensen op af. Het project heette PRISTINË—mon amour, en doelde niet alleen op het oplossen van etnische spanningen in de Kosovaarse samenleving, maar stelde ook conservatieve houdingen aan de kaak rondom vrouwen en seksuele minderheden. Als afsluiting van de optredens marcheerde een formatie van zeven cheerleaders met blauwe plekken het podium af waarna ze een tekening van een gepassioneerd tongende Boro en Ramiz openden. Anticiperend op een terugslag zei de destijds 23-jarige curator Astrit Ismaili tegen The New York Times: “Als je hier iets wil doen, moet je je eigen weg uitvinden.”

1545143385283-astrit2
Astrit speelt ‘The New Body’ bij SALTS, fotograaf Nicolas Gysin, eigendom van de artiest en Lambdalambdalambda

Inmiddels is het zes jaar later en woont Astrit in Amsterdam. Astrit ziet hun werk van toen als omslagpunt [Astrit identificeert zich als non-binair en gebruikt het neutrale voornaamwoord 'hun', red]. Niet alleen voor hun artistieke carrière, maar ook voor hun zelfbewustzijn. Het creëren van een artistiek platform om je te uiten als queer jongen in een conservatieve omgeving was een “overlevingsstrategie”, vertelt Astrit me. Op Instagram schrijft de artiest:

In die tijd waren de wonden van de oorlog in Kosovo in 1999 nog niet geheeld. Seksualiteit was geen prioriteit voor de meesten, maar ik groeide op. Ik moest kiezen welke kant ik op wilde gaan. Ik had geen discours en ik wist niet hoe ik mezelf kon verdedigen, maar mijn lichaam vertelde me dat ik verwachtingen los moest laten. Door het hebben van een lichaam van een man, maar het ontbreken van de capaciteit om de rol van een man aan te nemen, protesteerde ik. Ik protesteerde alleen, zonder te weten of er anderen waren die zich hetzelfde voelde als ik.

Ondanks Kosovo’s stappen richting verzoening en ontwikkeling sinds het conflict, domineren conservatieve moralen nog steeds. Omdat men verstrikt is in een stagnerende economie met lage lonen en visumbeperkingen, zijn progressieve sociale kwesties zoals homorechten vaak een bijzaak in het land waar 90 procent van de bevolking moslim is. Maar Astrit wijst me erop dat er een generatie-verschuiving aan zit te komen: Kosovo heeft de jongste bevolking van Europa, maar liefst 70 procent van de bevolking is onder de 35. Hoewel Astrit verlegen is om het toe te geven, was de artiest in 2012 — jaren voor Pristina’s eerste Pride-optocht in 2016 onder toezicht van een grote politiemacht — een van de eersten die openlijk de discussie aanging over gender en seksualiteit.

Performing ‘The New Body’ at SALTS, photography: Nicolas Gysin, Courtesy of the artist & Lambdalambdalambda

Een uitvoering van ‘The New Body’ bij SALTS, fotograaf Nicolas Gysin, eigendom van de artiest & Lambdalambdalambda

Ik zag Astrit voor het eerst optreden in Sociëteit Sexyland. Astrit was vastgebonden aan andere kunstenaars door middel van een witte jurk, droeg een paarse metallic pruik en een neppe zwangere buik — een terugkerend alter ego genaamd The Pregnant Boy. Door me meer te verdiepen kwam ik erachter dat Astrits werk refereert aan traditionele beeldende kunst uit voormalig Joegoslavië. Ongeveer op de helft van de uitvoering van een show genaamd NEMESIS — een “emo-pop ervaring die de kwetsbaarheid van de stem verkent in relatie tot zelf-balans, vernietiging en seksualiteit” — speelt Astrit het messenspel. In het wilde weg prikken met een mes tussen vingers, druipend bloed en 2000-esque emo muziek — een actie die direct doet denken aan Marina Abramović’s Rhythm 10 uit 1973 die op eenzelfde manier de fysieke en mentale grenzen van haar lichaam op de proef stelde in een voorstelling. In het project uit 2011 waardoor Astrit op 22-jarige leeftijd resident werd bij het International Studio and Curatorial Program (ISCP) in New York (“ today I woke up I walked thoughtfully I was calm and free”), poseerde de artiest overdag naakt in Pristina. De sociale grenzen van het lichaam in de publieke sfeer werden op de proef gesteld. Net zoals de streaker-optredens van de Kroatische kunstenaar Tomislav Gotovac decennia eerder, werd Astrit ook opgepakt. Lachend denkt Astrit eraan terug, “Omdat ik de eerste persoon was in de geschiedenis van het moderne Kosovo die naakt werd opgepakt, wisten ze niet hoe ze de zaak moesten aanpakken. Ik kreeg slechts een boete van 500 euro.

Verrassend genoeg was het cureren van PRISTINË—mon amour in 2012 niet Astrits eerste optreden in het beschadigde Boro en Ramiz. Vijftien jaar eerder werd er een zangwedstrijd gehouden waardoor Astrit en hun zus even kindsterretjes werden. Tijdens de oorlog waren er ineens heel veel kinderbands in Kosovo — jeugdige stemmen die de bevolking een beetje hoop gaven. “Mijn moeder geloofde dat muziek mensen kon helpen heftige dingen te verwerken uit de oorlog,” herinnert Astrit.

In overeenstemming met hun moeder’s geloof blijft de focus op de menselijke stem een kernelement van Astrits werk. Zoals muziek zalvend werkt voor politieke wonden, kan het ook persoonlijke persoonlijke problemen verzachten en aankaarten, zoals opgroeien met homofobie, seksisme en genderdysforie waar de kunstenaar ervaring mee heeft.

Maar in onze gesprekken spreekt Astrit een subtiele ergernis uit: de manier waarop recensenten een link leggen tussen hun kunst en identiteit. Hoewel Astrit gedreven wordt door het geven van een stem — letterlijk, door te zingen — proberen ze jonge Kosovaren die te maken hebben met soortgelijke identiteitscrises eerder te helpen op een speelse dan een serieuze manier. Sinds een aantal jaar probeert Astrit met hun werk de focus te verleggen van een reactie op de onderdrukking door echte identiteitspolitiek, naar een manier om dit alles te overstijgen. Dit meer esoterische werk komt misschien niet zo direct binnen als zijn eerdere politieke uitvoeringen als We Are Broke, een opmerkelijke publieke choreografie op de markt van Pristina over de “onmogelijkheid van jongeren-activisme om de politieke en economische situatie van Kosovo te veranderen.” Maar, deze verschuiving is misschien wel ontstaan door het meest overtuigende concept in Astrits werk: het recht om ongedefinieerd te zijn.

Astrit Ismaili rehearsing ‘The New Body’, photography: Rinaldo Sata 2018
Astrit Ismaili tijdens repetities van ‘The New Body’, fotografie Rinaldo Sata 2018

Verhuizen naar Amsterdam “zorgde voor druk om mezelf en mijn werk op zo’n manier te labelen dat mijn culturele achtergrond en de politieke situatie in Kosovo intrinsiek onderdeel zijn van mijn kunst,” deelde Astrit onlangs met me.

Vreemd genoeg willen kunstgemeenschappen in het Westen Astrit constant definiëren binnen de slachtofferrollen waar ze juist aan probeerden te ontsnappen. In Nederland ondervindt Astrit misschien geen directe dreiging door seksualiteit of genderexpressie, maar de kunstenaar wordt wel in een eendimensionaal en ongemakkelijk hoekje en narratief geduwd. “Mijn vervreemding”, zegt Astrit, “inspireerde me om nieuwe werelden en persona’s te creëren die verder gaan dan mijn persoonlijke geschiedenis, ze kaarten universele kwesties aan.”

Kijk naar The Pregnant Boy, de zwangere doch glamoureuze alt-diva die me die avond in Amsterdam voor het eerst kennis liet maken met de wereld van Astrit. Volgens de kunstenaar heeft The Pregnant Boy geen naam, ras, baan of gender — het behoort tot geen enkele categorie. Het werk bestaat in een alternatieve werkelijkheid, zonder sociale indeling — zodat we juist de onderdrukkende sociale structuren zien die ons definiëren in het echte leven.

Deze zomer ging Astrit terug naar Kosovo om THE NEW BODY te maken: een soort supersonisch harnas van metaal, blauwe lichten en bewegingssensoren. Door de bewegingen van het lichaam te vertalen in een kakofonie van stemmen, moet het draagbare stukje technologie een “nieuwe en utopische manier van denken over hoe lichamen ruimte innemen” voorstellen.

Wanneer ik Astrit spreek in augustus, blijkt het project in Kosovo tot stilstand gekomen te zijn. Lokale vaklui zijn ontmoedigd geraakt door de technische aspecten van het project, laat staan de progressieve basis van het concept die hen vreemd is. Opnieuw stond er een lichaam op het spel. Na een maand keihard werken in Pristina, wist Astrit de persoonlijke, culturele en politieke tweedeling te overstijgen, iets wat de kunstenaar een aantal jaar geleden nog zou vervreemden van deze oudere Kosovaarse mannen. Een glinsterende en zingende NEW BODY kwam tot leven. Terwijl THE NEW BODY deze herfst door Europa tourde, was het moeilijk, als kijker, om niet eenzelfde soort overstijging te wensen van identiteiten en perspectieven die ons allemaal verdelen.

Op 21 december staat Astrit met THE NEW BODY bij Lost & Found in de Oude Kerk in Amsterdam. Kijk hier voor meer informatie.

Tagged:
Kosovo
Oude Kerk
performance kunstenaar
Astrit Ismaili