hoe beschermen we de integriteit van onze modeontwerpers?

Een jaar geleden moesten de Londense ontwerpers Meadham Kirchhoff noodgedwongen een stap terug doen. Dit seizoen maakt de ene helft van het duo, Edward Meadham zijn comeback en ontwerpt hij voor Sophia Websters show op London Fashion Week. Hij gaat in...

door Edward Meadham
|
16 maart 2016, 2:09pm

Edward Meadham for Sophia Webster fall/winter 16

Mensen staan vaak niet stil bij het intensieve, vermoeiende en creatieve proces wanneer ze naar een foto van een modeshow op het internet kijken of een label in een duur kledingstuk zien. Ze hebben geen idee wat de ontwerper en zijn team allemaal hebben moeten doen om kledingstukken te bedenken, een vooruitstrevende visie uit te werken en een collectie samen te stellen. Het is geen makkelijke opdracht en collecties ontstaan niet zomaar. Maandenlang wordt er geresearcht, worden de juiste techniek uitgezocht en afspraken met leveranciers, fabrieken en producers gemaakt.

Vroeger had ik het label Meadham Kirchhoff. De collecties en de shows werden omwille van de extreme styling en hun theatrale karakter zowel met bewondering als spot onthaald. De collecties waren een ervaring en belevenis op zich. Ik besliste alles: van haar en make-up tot de muziek die voor, tijdens en na de show werd gedraaid. Ik weigerde om compromissen te sluiten over de kleding en de moeilijke technieken die ik gebruikte. Ik weigerde om beroemdheden te kleden of om shows in warenhuizen te houden. Ik ontwierp en presenteerde twee collecties per jaar die met veel bloed, zweet en tranen tot stand waren gekomen.

Wat ik deed en de manier waarop was in strijd met de voortdurend veranderende mode-industrie. Ergens was dat de kracht van het label, maar voor anderen was het een logische verklaring voor de ondergang van Meadham Kirchhoff. Als ik nu om me heen kijk, zie ik dat andere modeontwerpers hetzelfde lot zullen ondergaan. De designers die samen met mij zijn begonnen, zijn ondertussen allemaal vrijwillig of wegens omstandigheden gestopt. Ontwerpers die - in tegenstelling tot mezelf - wel het systeem van de mode-industrie volgden, wiens collecties zo op de rode loper konden en die enthousiast werden onthaald vanwege hun commercialiteit. Zij maakten wel pre-collecties en gingen in op de eisen van kledingwinkels.

Toen ik in 2002 begon te ontwerpen, was de mode-industrie helemaal anders. In die dagen presenteerden ontwerpers twee keer per jaar een collectie en werkten ze gedurende zes maanden hun ideeën en ontwerpen uit. Het werd geaccepteerd als je als ontwerper verlegen, gevoelig en teruggetrokken was. Martin Margiela, Helmut Lang en Raf Simons waren relatief onzichtbare, creatieve geesten die kleding en collecties maakten waar ideeën, codes en betekenis het belangrijkst waren.

De collecties betekenden wel degelijk iets voor de ontwerper in kwestie en voor het publiek. Ontwerpers wilden met hun collecties een statement maken en lieten vanuit hun standpunt en perspectief zien hoe kledingstukken gemaakt en gedragen moesten worden.

Er was een opmerkelijk verschil tussen high fashion en high street, de goedkope en snelle massaproductie die vaak een slechte interpretatie was van collecties die eerder dat seizoen al waren getoond. Maar na een tijd raakten die twee met elkaar verweven en ontstond er een identiteitscrisis in de modewereld: de grote modeketens tonen tijdens fashion week collecties en gaan samenwerkingen met grote modeontwerpers aan. De termen 'high fashion' en 'luxury fashion' staan tegenwoordig voor betekenisloze en goedkope producten die sneller dan het licht worden geproduceerd. De mode-industrie wil iedereen tevreden stellen, maar schijnbaar lukt dat niet.

Op een bepaald moment, rond 2000, ontstond een nieuw fenomeen: de pre-collectie. Dankzij die capsulecollecties hingen er halverwege het seizoen nieuwe items in de winkels en kwam er een rotatiesysteem waardoor de klant goedkoper uit was. Winkels reageerden daarop door zeventig procent van hun budget aan de ontwerpers te besteden, en marginaliseerden zo de ready-to-wear-collecties. We zijn aangekomen in een nieuwe fase in de modewereld, net zoals in 1950, toen de tweejaarlijkse ready-to-wear-collecties de bovenhand namen en haute couture naar de achtergrond werd verdreven. Pre-collecties, die ooit bedoeld waren voor inkopers, zijn volwaardige modeshows geworden, of in ieder geval uitvoerig gefotografeerde en gestylde visuele presentaties.

Modehuizen laten de belangrijkste pers overvliegen voor hun gigantische shows op exotische locaties. De lijn tussen ready-to-wear en pre-collecties lijkt vervaagd te zijn. De oude formule van twee collecties per jaar - lente/zomer en herfst/winter - is irrelevant geworden en alles lijkt op elkaar. Elk label en elke ontwerper biedt hetzelfde product aan. Iedereen heeft die ene leren, metallic rok in combinatie met een oversized trui in zijn collectie zitten.

Er wordt van ontwerpers verwacht dat ze supersterren zijn die de hele wereld rondreizen, met celebrities rondhangen, en bezwijken onder de grote druk. Ook de pers lijkt uitgeput en verveeld te zijn door de ontelbare shows en de betekenisloze, ongeïnspireerde kleding. En waarvoor? De winkels slagen er niet in om de producten die niemand zich kan veroorloven te verkopen. Is het voor de modehuizen zo belangrijk om zoveel mogelijk (te) dure handtassen te verkopen? Handtassen die in China worden geproduceerd, maar afgewerkt in Frankrijk of Italië, zodat ze kunnen doen alsof ze daar zijn vervaardigd.

Klanten worden om de tuin geleid en geloven dat ze exclusieve stukken kopen, maar de realiteit is net even anders. Ooit was de hoge prijs te danken aan de uitstekende stoffen en de goede kwaliteit, maar dat lijkt niet meer zo evident als vroeger. Is het om het merk in de kijker te zetten en de sociale media te voeden? De laatste vijftien jaar heeft het internet een enorme invloed gehad op de modewereld en op onze kijk op mode. De modewereld heeft dat niet alleen omarmd, maar heeft zich ook overgegeven aan de snelle visuele consumptie van het internet.

Verandering is onvermijdelijk en zelfs gezond. Mode is altijd een goede weergave van de cultuur geweest: een visuele en draagbare sociale barometer die vaak sociale verandering voorspelde. Maar voor mij is de verandering te groot en te snel, en zijn we de verkeerde kant op aan het gaan. Ik zou het heerlijk vinden als de modewereld haar plaats heroverweegt en de context waarin er wordt gecreëerd opnieuw bekijkt. Om te beseffen dat creativiteit even hard nodig is als commercialiteit en er een positieve betekenis aan kan worden gegeven.

Credits


Tekst Edward Meadham
Foto eigendom van Sophia Webster

Tagged:
Edward Meadham
Meadham Kirchhoff
London Fashion Week
Sophia Webster
Mode
The Fashion Issue