de rebelse feministische kunstenaressen van de jaren zeventig

We spreken met de oprichtster van een nieuwe show vol werk van vier provocerende kunstenaressen die hun tijd ver voor waren.

door Alice Newell-Hanson
|
14 januari 2016, 1:49pm

Cosey Fanni Tutti, TG Promo A, photograph by Szabo

In een gedenkwaardige scène tegen het einde van seizoen twee van Transparent brengt een oude radicale feminist een toast uit op "de laatst overgebleven extremisten". Die scène doet denken aan tijden waarin het nog anders was gesteld met het feminisme. Vandaag de dag staan onze social media vol met feministische uitspraken en posten jonge actrices essays over intersectionalisme op hun Instagram, maar vroeger was dat wel anders.

Een nieuwe expositie in het Dallas Contemporary kunstmuseum toont een verzameling werk van vier feministische kunstenaressen die niet alleen werden gecensureerd door de kunstwereld, maar die ook werden gemarginaliseerd door hun tijdsgenoten en de mainstream feministische kunstbeweging.

Joan Semmel, Anita Steckel, Betty Tompkins en Cosey Fanni Tutti waren allemaal actief in de jaren zeventig en werden buitengesloten door de kunstwereld wegens hun confronterende werk. "Een cliché [mainstream] feministisch werk uit die tijd is een weefwerkje dat iets wegheeft van een vulva," grapt oprichter Alison Gingeras. De extreem geseksualiseerde schilderijen, collages en foto's van Joan, Anita, Betty en Cosey zijn dat juist niet. Joan schilderde levensechte portretten van koppels die seks hadden, Betty's Fuck Paintings waren gebaseerd op plaatjes uit pornotijdschriften, Anita maakte van New Yorkse wolkenkrabbers enorme penissen en Cosey Fanni Tutti maakte kunst van foto's die men van haar nam als sekswerker.

Cosey Fanni Tutti, Szabo Sessions (2010)

Volgens de orthodoxe feministen uit de jaren zeventig waren vagina's in de kunst goed, maar penissen en seksuele verlangens niet. Steckels soloshow The Feminist Art of Sexual Politics in 1972 leidde tot enorme ophef. Zelfs Semmel was van mening dat Tompkins beelden van penetratie niet volledig feministisch waren. En Cosey Fanni Tutti's werk met COUM Transmissions voor de Prostitution-tentoonstelling in 1976 bracht een debat in het Engelse parlement teweeg en moest daardoor vroegtijdig haar deuren sluiten.

In 1973 vormde Steckel het Fight Censorship-collectief met onder meer kunstenares Louise Bourgeois. Hun doel was om expliciete seksuele kunst te maken. Steckels handgeschreven manifest voor de groep luidt: "Als een penis in erectie niet 'heilzaam' genoeg is om het museum in te gaan, is hij ook niet 'heilzaam' genoeg om een vrouw in te gaan".

Naar aanleiding van de expositie beantwoordde Alison een aantal van onze vragen over deze feministische heldinnen en wat het betekent om hun werk voor het eerst samen te zien.

Hoe kwam je op het idee voor deze show?
In 2010 heb ik een essay geschreven over Jeff Koons' Made in Heaven. Daarvoor maakte ik een soort stamboom van alle kunstenaars dankzij wie hij deze serie kon maken. Er waren zo veel voorgangers die ver voor hem al deden wat hij doet, zoals Betty Tompkins en Cosey Fanni Tutti.

De show is ook een reactie op de eerste pogingen die werden gedaan om een officiële of mainstream feministische kunstgeschiedenis te maken. In 2007 was er een tentoonstelling genaamd WACK! Art and the Feminist Revolution. Die was heel ambitieus en encyclopedisch, maar de curatoren vergaten twee artiesten die ik wel in deze show heb gebruikt.

Joan Semmel, Hold (1972)

Uit wie bestond de 'mainstream' feministische kunstbeweging in de jaren zeventig?
Een van de bekendste voorbeelden is een feministisch kunstprogramma aan CalArts, dat werd geleid door Miriam Schapiro, en er waren heel veel kunstenaressen die werk maakten vol vagina's. Die beeldtaal was destijds erg gebruikelijk. Zelfs de fallus werd gezien als een onderdeel van het patriarchaat. Het zou heteroseksuele verlangens erkennen, wat als erg problematisch werd gezien. Dat is best ironisch aangezien onze maatschappij extreem heteronormatief is. Wie had gedacht dat een heterovrouw die dat onderwerp tot uiting brengt ooit als rebel gezien zou worden? Maar dat was dus wel zo. Misschien is het nog steeds wel zo is.

Anita Steckel, New York Landscape (c. 1970-1980)

Wat denk je dat de hedendaagse feministen kunnen leren van deze kunstenaressen?
Ik heb het gevoel dat deze show een nieuwe generatie vrouwen aanspreekt die zonder problemen het woord feminisme hebben overgenomen. Het zegt: "Hier is jullie geschiedenis die nooit is verteld." De huidige trend van bevrijde en uitgesproken vrouwen zag je ook al in de jaren zeventig, alleen toen leden vrouwen eronder.

Ik denk dat de hele show daar een beetje om draait. Het waren geen passieve vrouwen - ze waren klaar voor de strijd. Ze brachten het debat naar de voorgrond, in plaats van te wachten op een reactie op hun werk. Maar ze moesten wel, ze werden anders niet gezien. Zo stonden Betty Tompkins' stukken van 1975 tot 2002 in haar appartement, tot ze in 2002 door Mitchel Algus werden herontdekt.

Hoe bekend waren de andere drie?
Anita was niet heel bekend. Men kende haar destijds wel, maar ze overleed in onbekendheid. Betty was docente en maakte de kunst enkel voor zichzelf. Joan had wel een soort van carrière, maar ook bij haar is vooral de laatste tien tot vijftien jaar haar werk pas echt bekend geworden. Cosey had een dubbelleven omdat ze zowel een muzikante als cultfiguur was. Haar werk werd wel tentoongesteld in Europa, maar ze heeft nooit echt naam gemaakt. We hebben haar werk eens in een groepsshow in het Tate Modern gebruikt, maar we moesten mensen er echt van overtuigen dat ze er onderdeel van moest zijn.

Anita Steckel, New York Landscape 5 (c. 1970-1980)

Wat vinden Joan, Betty en Cosey van deze hernieuwde interesse in hun werk?
Ik denk dat Betty blij is dat haar werk erkend wordt - beter laat dan nooit. In New York is ze inmiddels een cultfiguur geworden. Jonge kunstenaars zijn dol op haar. Ze is ineens 'cool'! Nate Lowman heeft een show met haar gehouden in zijn expositieruimte.

Het is belangrijk dat we nu naar deze groep kunstenaressen kijken omdat er momenteel zo veel werk wordt gemaakt waarin hun stijl en concepten worden overgenomen. Iedereen heeft een voorganger en helden nodig. We zijn het hen verschuldigd om hun werk te vieren, hoe laat we daar ook mee zijn.

'Black Sheep Feminism: The Art of Sexual Politics' is vanaf 17 januari te zien in Dallas Contemporary.

dallascontemporary.com

Betty Tompkins, Fuck Paintings #2 (1970)

Tagged:
Feminisme&
Cosey Fanni Tutti
Dallas Contemporary
Betty Tompkins
Anita Steckel
Joan Semmel
the art of sexual politics