khalid amakran over hoe het is om je nergens thuis te voelen

We spraken de Nederlands-Marokkaanse fotograaf en spoken word-artiest over zijn zoektocht naar identiteit.

door Khalid Amakran; zoals verteld aan Djanlissa Pringels; foto's door Mounir Raji​
|
jul. 10 2018, 11:42am

Ik onderzoek de menselijke psyche, dat is eigenlijk de rode draad in mijn leven. Mijn studie, mijn werk, mijn drijfveer is de mens beter leren begrijpen, weten waarom iemand doet wat hij doet. Ik wil weten hoe het brein in elkaar zit en hoe identiteit zich vormt.

Ik ben zelf heel hard geconfronteerd met mijn identiteit en ik heb me altijd een outsider gevoeld. Ik heb Marokkaanse roots en een opvallend uiterlijk: omdat ik albinisme heb, zie ik er niet echt Marokkaans uit. Ik heb wit haar en blauwe ogen en pas als mensen mijn accent horen, kunnen ze mijn Marokkaanse origine raden. Ik krijg constant reacties op hoe ik eruit zie, en maak weleens mee dat kinderen heel hard schrikken zodra ze me zien. Daarbij ben ik nog eens erg introvert en verlegen. Mensen weten dus niet wat ze met me aan moeten, omdat ze me niet kunnen plaatsen. Vooral als puber is dat echt heftig. Je wilt je spiegelen aan je omgeving, maar beseft: hé, ik pas hier eigenlijk niet bij.

Dit zorgde ervoor dat ik op mijn negentiende in een depressie terecht kwam. Ik studeerde toen communicatie aan de hogeschool. Daarnaast fotografeerde ik graag, en mijn afstudeerdocent raadde me aan om na mijn studie nog naar de kunstacademie te gaan. Maar ik was te bang dat ze me zouden vervormen tot iets wat zij graag wilden zien, maar wat ik niet ben. Ik begon te solliciteren, maar ik had alles tegen me: het feit dat ik een Marokkaanse jongen ben, zorgde ervoor dat ik amper op gesprek gevraagd werd, terwijl klasgenoten met een slechter cv wel werden uitgenodigd. Ik besefte toen meer dan ooit dat er nog steeds sprake is van structureel racisme en dat kleur en herkomst nog steeds uitmaken. Het was vreselijk, maar ik bleef hosselen. Ik bleef foto’s maken en schreef tegelijkertijd voor Wij Blijven Hier – een platform dat het niet-representatieve beeld dat Nederlandse media van de Arabische wereld schetst bestrijdt. Uiteindelijk kreeg ik een opdracht die alles veranderde.

Ik moest een workshop fotograferen van Amir Suleiman, een geniale spoken word-artiest uit Amerika. Tijdens die workshop leerde ik de essentie van spoken word. Ik ontdekte dat authenticiteit cruciaal is tijdens een performance, dat je alles wat je zegt ook echt moet voelen en je jezelf helemaal bloot moet durven leggen.

Niet lang daarna werd ik door Abdelkarim el Fassi gevraagd om mee te doen aan een voorstelling, ‘Mijn vader, de expat + Oumi’, over de Marokkaanse identiteit en de kloof tussen Marokkaanse ouders en kinderen die opgroeien in Nederland. Ikzelf begon ook na te denken over mijn vader. Ik hou van hem, maar ik besefte dat onze relatie eigenlijk best moeilijk was. Hij was de man die brood op de plank bracht, maar voor de rest hadden we geen gesprekken over elkaars leven. Dat vond ik normaal, aangezien hij in een andere wereld opgroeide. Maar ik vond het confronterend om in Nederland te zien hoe jongeren wel een diepe, persoonlijke band hebben met hun vader. Ik besefte meer dan ooit hoe groot afstand tussen mij en mijn vader was. Dat verdriet probeerde ik te vertalen in die voorstelling. En dat was best spannend, aangezien er in Marokko een schaamtecultuur heerst en het je niet altijd in dank wordt afgenomen als je kritisch bent over je ouders. Ik heb zoveel respect voor hen, maar het was fijn om mijn eigen twijfels te kunnen ventileren. Ik hoorde van het publiek, wat voor een groot deel uit Marokkanen bestond, dat ze zich hierin herkennen, en dat ze die behoefte ook voelden. Mensen verlangen naar die representatie van zichzelf. Het is zo welkom als er iemand op het podium staat en zegt: ik voel jou, ik weet precies waar je vandaan komt en wat je meemaakt.

Onlangs kwam ik erachter dat ik ADD heb. Dat verklaart mijn desinteresse op de middelbare school en het is deels mijn motivatie om met geestelijke gezondheid en de menselijke psyche bezig te zijn. Als ik mijn studie opnieuw kon kiezen, dan zou ik iets als psychologie studeren. Gelukkig kan ik via fotografie op een andere manier in de menselijke psyche duiken. Nu maak ik portretten van mensen die ik bijvoorbeeld op Instagram tegenkom en me intrigeren. Via mijn foto’s probeer ik te ontdekken wat mensen drijft, waarom mensen eruit zien zoals ze eruit zien, waarom we bepaalde keuzes maken en hoe mensen zich verhouden tegenover elkaar. Ik werk heel intuïtief. Ik observeer mijn onderwerp eerst een tijdje, let op zijn of haar gezichtsuitdrukking en manier van praten, en begin dan pas met fotograferen.

Op nrc.nl heb ik een rubriek waarin ik pubers in Nederland fotografeer. Pubers zijn vaak super ongemakkelijk, zelfbewust en onzeker. Voordat ik ze fotografeer wil ik de persoon eerst leren kennen; ik wil oprecht weten hoe iemand in elkaar zit. Daarbij kan ik mezelf ook kwetsbaar open stellen en via de kwetsbaarheid kan ik een band opbouwen met iemand. Door mijn fotografie heb ik een excuus om een gesprek aan te gaan. Naast de camera of van het podium ben ik erg introvert, maar mijn fotografie is een stok achter de deur om contact te leggen.

Inmiddels voel ik me veel beter. Ik accepteer mijn goede en slechte kanten. En ondanks die slechte kanten, vind ik mezelf echt de moeite waard. Ik weet nu wie ik ben: iemand met talent, iemand die zorgt voor de mensen om me heen. En ik besef dat ik me niet per se hoeft te identificeren met een groep. Ik hoop dat ik dat met mijn fotografie duidelijk kan maken: je kunt je in iedereen herkennen, maar bent toch een eigen en mooi individu. Voor mij zijn al mijn foto’s samen, mijn zelfportret.