sandder lanen roept in zijn foto's de sfeer van een mysterieuze thriller op

De fotograaf bundelde zijn werk in een boek dat hij vrijdag op Unseen Amsterdam zal signeren. “Fotoboeken hebben iets magisch, je duikt in een soort microkosmos.”

door Rolien Zonneveld
|
19 september 2018, 11:20am

De Amsterdamse fotograaf en filmmaker Sandder Lanen studeerde in 2000 af aan de Rietveld Academie, maar zag voor zijn foto’s aanvankelijk nooit echt een einddoel. "Ik maakte in die tijd wel eens platenhoezen voor vrienden, waar ik dan een bepaalde sfeer probeerde te zoeken via de fotografie," vertelt hij. "Pas later realiseerde ik dat fotografie ook echt op zichzelf kon staan, en niet per se muziek nodig had." Hij ging meer experimenteren en bedacht zich dat zijn foto’s een mooie bestemming hadden in de vorm van fotoboeken, die hij poëtisch ‘tekstloze romans’ noemt.

Sandder besloot een selectie van zijn foto’s te bundelen in een fotoboek dat hij de naam l'Appèl du vide gaf, oftewel ‘de aantrekkingskracht van het niets’. “Dat is een term uit de psychiatrie,” legt hij uit, “en eigenlijk een eufemisme voor zelfmoordneiging. Maar ik wilde niet een loodzwaar themaboek maken. Een bepaalde afstandelijkheid en onthechting is fotografie eigen. De foto’s verkennen een beetje de randjes van de verschillende betekenissen.”

i-D: Dit is niet het eerste fotoboek dat je hebt uitgegeven. Zo maakte je in 2010 bijvoorbeeld al Everywhere. Hoe heb je je sindsdien ontwikkeld als fotograaf?
Sander: Ik heb inderdaad een heleboel pogingen ondernomen tot het maken van een fotoboek. Everywhere was een van de eerste, maar dat zie ik echt als een dummy, een soort schets. Sindsdien ben ik denk ik technisch beter geworden. Ik heb eindeloos lopen zoeken naar de juiste lenzen en de juiste manier om een soort gecontroleerde spanning in mijn beeld te krijgen, maar dat maakt nog steeds geen goed fotoboek. Uiteindelijk is l'Appèl du vide dus echt een zoektocht geweest naar wat ik wel en niet wilde en wat er voelde als een kloppend geheel. Het is dus zeker niet een verzameling van mijn beste foto's.

Wat trekt je zo aan in het samenstellen van fotoboeken? Is het iets wat je verkiest boven expo’s?
Fotoboeken hebben iets magisch. Het is een soort microkosmos waar je even induikt. Je hersenen zijn zo gewend om beelden te verwerken dat ze, als alles in een boek in balans is, ermee aan de haal gaan. Net zoals van zichzelf abstracte letters in een leesboek beelden oproepen, roepen foto's ook beelden op; ze plakken die op een vreemde manier aan elkaar. Ik ben het langste bezig geweest met de sequentie van de beelden, het uitzoeken van tienduizend goede foto's was niet zo'n punt. Terugbrengen tot precies voldoende is het moeilijkste wat er is; je wordt zo uit je beleving gegooid. Maar als je het goed hebt gedaan overstijgt het geheel de onderwerpen die afgebeeld staan op de foto's. Datzelfde geldt in zekere zin natuurlijk ook wel voor een expo, maar daar is schaal en je verhouding tot de print weer belangrijker dan de intimiteit. Een boek is een soort papieren cinema.

Je foto’s hebben inderdaad een sterke cinematografische ondertoon, en eigenlijk ook een beetje iets duisters. Kun je wat vertellen over hoe je te werk gaat?
Dat heeft een klein beetje te maken met de manier waarop ik werk. Ik gebruik voor het grootste deel analoge lenzen, waar ik vaak lang naar op zoek ben geweest, tussen heb vergeleken en waarvan ik de karakteristieken heb leren kennen. Op die manier zijn ze onderdeel geworden van een bepaalde rust die in mijn foto’s zit. Ik moet handmatig scherpstellen, en het licht instellen zoals ik wil, dus het ’decisive moment' is in mijn geval vaak allang voorbij voordat ik de foto neem. Het fijne daaraan vind ik dat het dichter bij het gevoel van een schilderij of een tekening komt te staan dan bij bijvoorbeeld documentaire of conceptuele fotografie. Toch is er vaak vrijwel niks geënsceneerd, gek genoeg. Ik probeer echt op plekken te komen die dit soort foto's mogelijk maken. Een eerder experiment waar ik de boel echt ging ensceneren voelde een beetje vreemd. Het verhaal kreeg dan ineens een veel te zware lading. Een fotograaf als Gregory Crewdson vind ik bijvoorbeeld echt helemaal doodslaan. Daarna ben ik tijdens het fotograferen meer gaan letten op de mogelijkheden van beelden in een sequentie.

Door welke fotografen word je wel geïnspireerd?
De eerste fotograaf waarbij ik me bewust werd dat het juist hij was die een soort eigen wereld neerzette en daarmee ver voorbij het onderwerp op de foto's ging, was denk ik Anton Corbijn, in tijdschriften als Oor. Ik was sowieso een behoorlijke tijdschriftenfreak op de middelbare school, vooral de Engelse, waarin een hoop geëxperimenteerd werd. Face en later i-D en zo. Ik heb nog een paar i-D's uit het begin, die toen nog op A5-formaat geniet waren. Later ontdek je dan dat je ook door een heleboel films en ordinair jatwerk met heel veel fotografen kennis hebt gemaakt, alleen niet wist dat het bijvoorbeeld door William Eggleston geïnspireerd was. Een beetje zoals gesamplede muziek.

Onlangs heb ik Todd Hido ontmoet, waar ik heel veel van geleerd heb. En Ryan McGinley – hij is heel goed in het steeds op een nieuwe manier ogenschijnlijk simpele taferelen in zijn wonderbaarlijke universum trekken. Een heel toffe Belgische fotograaf vind ik Geert Goiris, en wat Dirk Braeckman doet vind ik te gek – een soort abstracte schilder bijna. En in Nederland kijk ik graag naar Awoiska van der Molen.

Behalve door fotografen ben ik ook zeker heel erg beïnvloed ben door schilders en striptekenaars als Yves Chaland, Will Eisner en Joost Swarte, en zeker door platenhoezen en kunstenaars als Edward Kienholz en Matthew Barney.

Sandder zal zijn boek op vrijdag 21 september om 14.00 uur signeren op de fotografiebeurs Unseen Amsterdam. Kijk hier voor meer informatie en het volledige programma.