Self-portrait, 1995, Gail Thacker

uitbundige polaroids van kunstenaars uit new york in de jaren negentig

De nieuwe expositie van Gail Thacker laat de unieke, levendige portretten zien van haar vrienden en geliefden van de jaren tachtig tot nu.

|
nov. 17 2017, 3:28pm

Self-portrait, 1995, Gail Thacker

Bond Street in New York is slechts twee blokken lang. De straat begint bij Broadway en eindigt op de Bowery, en op nummer 24 bevindt zich het Gene Frankel Theater. Al meer dan zestig jaar biedt het onafhankelijke theater onderdak aan het soort experimentele optredens die ooit de binnenstad tekenden. Sinds 2005 staat het theater onder leiding van kunstenaar Gail Thacker.

Eerder deze maand opende Thacker een expositie in de Daniel Cooney Fine Art-galerie op 26th Street in Chelsea. In Between the Sun & the Moon zijn haar uniek gemanipuleerde polaroids verzameld, die ze in een periode van meer dan dertig jaar maakte. Thacker fotografeert vrienden, theatermakers, straten. Daarna pakt ze de polaroids in en laat ze ze met rust. Soms legt ze ze in haar kast, soms onder haar matras, soms buiten. Soms weken, soms maanden of zelfs jaren. Elke polaroid reageert op verandering en toeval. “Ik zie ze als levende dingen,” zegt ze.

Rafael at Home, 1997, Gail Thacker

Je kunt Thackers foto’s waarschijnlijk vinden op Bond Street. Fotoboekparadijs Dashwood Books bevindt zich aan de overkant van het theater, en Thacker is onderdeel van de veelbesproken Boston School. De invloedrijke groep bestond uit kunstenaars en fotografen (waaronder Nan Goldin, David Armstrong, Jack Pierson, Mark Morrisroe, Philip-Lorca diCorcia en Tabboo!) die allen studeerden aan de kunstacademies van Massachusetts in de jaren zeventig, voordat ze naar New York verhuisden.

Het is een enigszins misleidende naam. Hoewel een aantal kunstenaars van de Boston School samen les hadden, elkaar kenden, of zelfs met elkaar dateten, deden velen dat niet. Goldin, bijvoorbeeld, had Boston al verlaten tegen de tijd dat Thacker naar de School of the Museum of Fine Arts (SMFA) ging. “We worden vaak in een groep gezet, alsof we elkaar allemaal kenden en tegelijkertijd in Boston waren. Maar dat was niet zo,” legt Thacker uit. “We waren allemaal in kleine groepjes, die elkaar overlapten. We kenden elkaar allemaal uiteindelijk pas toen iedereen naar New York kwam.”

Self-portrait, Boston, 1982, Gail Thacker

Toch is deze mythe over de vroege jaren in Massachusetts blijven bestaan. Misschien omdat (hoe verschillend het werk van de kunstenaars ook is) een groot deel van het werk van de groep ging over gemeenschap, verlangen, vindingrijkheid, obsessie, speelsheid, seks, experimentatie, hartzeer, verdriet, pijn en liefde. Het gaat over het leven en over de dood. Een van de belangrijkste foto’s die Thacker exposeert is een portret van Morrisroe — de wilde proto-punker die ze haar beste vriend noemde — in bed. Ze maakte de foto in 1989, kort voordat Morrisroe op 30-jarige leeftijd stierf aan aids, met film die hij haar had gegeven.

i-D sprak met Thacker over de eerste ontmoeting met Morrisroe, waarom ze nooit door Bond Street liep en de magie van het manipuleren van polaroids.

Roma Jumping in SoHo, 2000, Gail Thacker

i-D: Waarom ging je naar de de kunstacademie?
Gail Thacker: Toen ik mijn diploma van de middelbare school had, wilde ik eigenlijk naar de clownschool gaan! Ik schreef me in voor Ringling in Florida, maar mijn moeder betaalde me om naar de kunstacademie te gaan. De grap is dat ik nu een theater run. Het gaat goed samen met mijn kunst, omdat mijn werk erg theatraal is. Hapi Phace, een kunstenaar in Massachusetts, vroeg me eens: “Gail, wil je deel uitmaken van een van mijn optredens? Het is een auto vol met clowns.” Ik zei: “Ja!” En was ik uiteindelijk toch een clown. Ik weet niet wat er gebeurd zou zijn als ik naar de clownschool was gegaan. Waarschijnlijk was ik ermee gestopt.

Je had een beroemde clown kunnen zijn.
Dat had gekund!

Armen Ra, 1997, Gail Thacker

Studeerde je fotografie op de SMFA?
Ik studeerde schilderen en video. Ik deed fotografie als hobby erbij, maar naarmate de groep zich ontwikkelde, ging ik steeds meer fotograferen.

Heb je iedereen op school ontmoet?
Ik ontmoette Mark [Morrisroe] op mijn eerste schooldag, in een videoles die werd gegeven door Jeff en Jane Hudson, die in de punkrockband The Rentals zaten. Ik was overgeplaatst van de Atlanta Arts Alliance, en liet een videoband zien die ik daar had gemaakt. Het was een loop: ik had de film geknipt en aan elkaar geplakt. Het was een man die een hond achterna zat rond een tafel, maar de film raakte verstrikt. Mark vond het hysterisch grappig en barstte in lachen uit.

Die avond stormde Mark mijn appartement binnen met zijn vriendin Lynelle White — zij was zijn sidekick en ze waren onafscheidelijk. Hij ging door mijn notitieboeken en trok lachend mijn kunst van de muur. Lynelle duwde me op het bed toen ik ze tegen probeerde te houden. Ik was heel verdrietig. De volgende dag zag ik Mark op school. Hij zei: “I’m sorrrrry” met zijn zeurderige stem. Daarna waren we vrienden en werden we onafscheidelijk. Mark had een rare manier van vrienden maken. Hij heeft eens gepoept in de brievenbus van Nan.

Caravaggio, 2005, Gail Thacker

Was er iets te doen in Boston?
Niet echt. Maar er waren een aantal goede clubs. The Rat, Spits, Cantones, waar Loui Miami & the Kozmetix vroeger speelden. Sommige mensen hadden feestjes in leegstaande panden of lofts. Maar we hielden ons echt bezig met onze kunst, weet je? We wilden grote kunstenaars worden. Rond die tijd ontmoetten we Pat Hearn, en we begonnen onze eigen scene. We leerden een gast kennen, Steve Stain, die in een magazijn woonde op 38 Thayer Street. Hij had een performancekunstgroep, The Stains. Het was geen punk; het was rare, schreeuwerige New Wave. We speelden allemaal mee en deden optredens. Later ontmoette Mark Jack, ze begonnen met daten, en daarna kwam Tabboo! er nog bij. We lieten zelf dingen gebeuren. We waren speelse jongeren.

Je verhuisde in 1981 naar New York. Hoe was de stad toen?
Ruig. Het was onveilig, het was leuk, het was gewoon anders. Je kon niet door bepaalde straten lopen. Als je naar CBGB liep, liep je niet door Bond Street. Daar was geen verlichting, en er waren overal prostituees, drugsverslaafden en een hoop ratten. Dus liep je door Bleecker. Je moest een beetje van risico’s houden, als je in de jaren tachtig in New York wilde wonen.

Self-portrait with spirit in the sky, 1995, Gail Thacker

Je nam het risico om op een gevaarlijke plek te wonen, maar daarvoor kreeg je als beloning dat je wat van de beste kunst ooit gemaakt hebt kunnen ervaren.
Je hebt gelijk, er kwam hele goede kunst voort uit die periode. David Wojnarowicz, Peter Hujar. Hij werd ondergewaardeerd, net als Mark. Hij zeurde vroeger altijd: “I wanna be faaaamous.” Dat was zijn doel, en hij was er heel eerlijk over. Maar eigenlijk was het een lieverd. Hij deed zich voor alsof hij ruig was, alsof het hem allemaal niks kon schelen. Maar zo was hij niet, helemaal niet. Hij was een echt persoon, een echte kunstenaar.

Ik denk niet dat je werk als dat van hem kunt maken, zonder een ziel te hebben.
Dat is precies wat het is. Marks werk, mijn werk, het komt uit het leven dat we leidden. Letterlijk uit ons leven. Als het iets is wat we beleefden, dan fotografeerden we het. Mark fotografeerde zijn geliefden, hij fotografeerde zichzelf. Dat deed ik ook. Hetzelfde geldt voor Nan en Jack. Wat je leeft is wat je fotografeert. Het is intiem.

Brandon, Lance & Robert, 2008, Gail Thacker

In je expositie is er een foto te zien van Nan op de uitvaart van Mark. Ze heeft prachtig geschreven over fotografie en herinneringen. Hoe zie jij de relatie tussen die dingen?
Wat ik zie in Nans werk is het essentiële talent om het licht te zien — de kracht die het leven uitstraalt. Toen ze schreef dat ze haar vrienden fotografeert om ze in leven te houden, smolt ik. Hoe mooi is dat? Je hoeft niet op zoek te gaan naar iets, het zit allemaal al in je.

Ze ging eerder dan Mark en jij naar New York.
Ja. Nan liet een grote leegte achter in de Museum School. Iedereen kende haar naam, Mark was bevriend met haar. Maar hij was maar een semester samen met haar. Ze was al vertrokken tegen de tijd dat ik er kwam. Alleen haar schaduw was er nog.

Er is een geweldige catalogus gemaakt voor een show in Santiago de Compostela in Spanje, waar we in voorkwamen. Het heette Familiar Feelings, The Boston Group. De curator verdeelde ons in groepen van wie het eerst in Boston was, en waar we studeerden. Jack en Tabboo! bij Mass Art, Mark en ik bij de Museum School. Nan en David Armstrong samen. PL [Philip-Lorca diCorcia] en Shellburne [Thurber] aan de Museum School, voordat Nan er was.

Walter, 2012, Gail Thacker

Voelt het gek dat jullie in een soort collectief zijn geplaatst?
Een beetje. De term ‘The Boston School’ was alleen maar de naam van een expositie in het ICA. Nan bedacht samen met Pat en Lia Gangitano die naam. Het sloeg aan en veranderde in iets anders. Maar ik denk dat we in zekere zin hetzelfde voelden. We fotografeerden allemaal de dingen die ons nauw aan het hart lagen. We werkten met dingen die echt waren.

Vertel me over je relatie met polaroids en hoe je die manipuleert.
Ik heb altijd opengestaan voor toeval, ongelukken, het breken van regels, en risico’s nemen met polaroids. Aan het begin ging het per ongeluk. Mijn leven stond op z’n kop op dat moment, dus het was erg symbolisch voor me — de manier waarop dingen voortbewegen en doen wat je het minst verwacht. Je probeert alles te beheersen, maar het doet nog steeds wat het zelf wil. Ik kwam erachter dat de polaroids hetzelfde deden. Dat trok me heel erg aan.

Ik wikkelde ze in plastic, allemaal bij elkaar. Ik spoelde ze niet af en stopte ze in een kast, onder een matras, of op een andere belachelijke plek. Daarna vergat ik ze. Een maand of soms zelfs een jaar later keek ik er nog eens naar. En toen zag ik het. Ik leerde dat als het buiten warm was, de foto’s op een bepaalde manier reageerden. Als het koud was, ontwikkelden ze zich weer anders. Ik begon een beetje te leren hoe ze zouden reageren, maar ik wist het nooit precies. Dat was het mooie eraan, je wist nooit wat er ging gebeuren. Ik fotografeerde wat er om me heen gebeurde, en mijn vrienden zijn erg creatieve mensen. Ik noem het spelen. Ik neem mijn speelgoed mee, zij dat van hen, en we zien wel wat er gebeurt.

Ik zie de polaroids als levende dingen. Ze zijn symbolisch voor de voorbijgaande tijd en ons verval. Ze hebben een soort vergankelijkheid, dat ons laat zien hoe kort en fragiel deze reis is. Ik gebruik dat wat ons vernietigt — waar wij en alle levende wezens van nature tegen vechten: de dood — om schoonheid te laten zien.

Tabboo! as Mae West, 2014, Gail Thacker

Gaf het proces van samenstellen je nieuwe inzichten over het oudere werk?
Ja, de polaroid zelf zegt soms iets heel anders dan het negatief. Als ik interessante polaroids tegenkwam, ging ik op zoek naar de negatieven. Ik begon te werken met kleur, wat ik nog niet eerder had gedaan. Dan nam ik wat gekleurde inkt en beschilderde de foto’s. Mijn werk is nogal duister, weet je. Het is droevig. Het gaat over leven en dood. Ik wilde wat vrolijkheid in beeld brengen, zo van: “Het is zo slecht nog niet! Hier is wat geel!”

‘Between the Sun & the Moon’ is te zien bij de Daniel Cooney Fine Art-galerie tot 22 december 2017. Meer informatie is hier te vinden.

Joey in Brooklyn, 2009, Gail Thacker
Kenny, Gail Thacker
Times Square, Gail Thacker