Advertentie

we moeten de oplossing voor het ultradunne catwalk-ideaal elders zoeken

Nu de modemaand weer achter de rug is, is het tijd om eens te reflecteren op de afgekondigde maatregelen in de strijd tegen onrealistische schoonheidsidealen.

door Rolien Zonneveld
|
09 oktober 2017, 10:07am

Er is de afgelopen maand behoorlijk wat strijd geleverd tegen de onrealistische schoonheidsidealen in de mode-industrie. Zo maakten allereerst de luxeproducten-conglomeraten LVMH en Kering vlak voor alle grote internationale modeweken bekend geen minderjarige en 'maatje nul'-modellen (de Franse maat 32) meer te zullen gebruiken, zowel op de internationale catwalks, als in hun advertentiecampagnes. Groot nieuws, aangezien onder deze twee giganten modehuizen als Saint Laurent, Louis Vuitton, Christian Dior en Gucci vallen. Daarnaast deed het stockfoto-agentschap Getty Images digitaal dunner gemaakte modellen in de ban en introduceerde Frankrijk een nieuwe wet die duidelijk zal moeten maken dat geprinte foto's geretoucheerd zijn – dit als een soort relativerende boodschap aan jonge mensen.

Hoewel het belang van al deze drie maatregelen niet onderschat moet worden, is het toch met name het modellenverbod dat mijn aandacht trok. De kritiek dat modellen op de catwalks ongezond dun zijn en jonge vrouwen aan zou zetten tot anorexia – is bekend en echoot dan ook praktisch elke modemaand weer. Dat een belangrijke speler binnen het modelandschap zich zo expliciet uitspreekt tegen een hardnekkige norm, lijkt aan te geven dat de wereld van haute couture daadwerkelijk een nieuwe weg is ingeslagen.

Maar ligt het zo simpel? In mijn ruim elf jaar ervaring als model heb ik al een behoorlijk aantal 'model-bans' voorbij zien komen. In april 2015 nog, toen Frankrijk in navolging van onder andere Israël (2013) en Italië (2006) een nieuwe wet aannam die voorschreef dat modellen een medisch certificaat moesten kunnen presenteren waarin stond dat hun BMI een gezonde 18 was. Modellenagentschappen die deze wet negeerden en alsnog 'ultramagere' modellen in hun bestand opnamen konden forse boetes riskeren. Als fulltime werkend model rond die tijd, eentje die zich nogal verzette tegen de extreme standaarden die werden opgelegd, was deze boodschap verfrissend en hoopvol.

Het voorstel werd jammer genoeg alleen nogal schamper ontvangen, want ook al stelt een regering rigoureuze richtlijnen op, zonder strenge inspecties en daadwerkelijke vervolging door de autoriteiten zou het gebruik van dunne modellen niet snel afnemen. Daarnaast stribbelden de agentschappen en andere mode-executives flink tegen. Zij beriepen zich op onderzoeken die aantoonden dat deze index niet een betrouwbare graadmeter is van iemands gezondheid. De wet die uiteindelijk werd aangenomen hield niet veel meer in dan dat modellen een doktersbriefje moesten kunnen presenteren die hun gezondheid onderschreef. Maar op de catwalks en in de tijdschriften veranderde er niets.

Dit was weinig verrassend. Want hoewel veel agentschappen, ontwerpers, modellen en moderedacteurs al jarenlang het probleem van te dunne modellen erkennen, wilde tot voor kort niemand verantwoordelijkheid nemen. Het is het bekende vingertje-wijzen: modellen zeggen dat er ongezonde maten van hen verlangd worden vanuit hun agentschappen en van de casting directors. Die zeggen op hun beurt weer dat ontwerpers hun samples voor de catwalk niet willen aanpassen, en dat ze dus gedwongen worden magere modellen aan te leveren. De consument levert kritiek op tijdschriften en adverteerders dat modellen te dun zijn, waarop moderedacteurs reageren dat modellen die afwijken van de schoonheidsnorm geen goede verkoopcijfers opleveren.

In tijden waarin de roep om inclusiviteit en diversiteit steeds luider wordt, is het blijven vasthouden aan achterhaalde idealen iets waar je genadeloos op afgestraft kan worden.

Dat belangrijke modeconglomeraten zich beseffen dat een eerste stap in de goede richting vanuit de ontwerpers moet komen, presenteert dus wel echt een andere aanpak. Veranderingen opleggen vanuit de overheid heeft namelijk tot nu toe in zowel Italië, Frankrijk als Israël nog maar weinig zoden aan de dijk gezet. Maar door de aandacht te verleggen en de prestigieuze merken het voortouw te laten nemen, is de kans dat de achterban het voorbeeld volgt, aanzienlijk groter.

Toch ben ik ook nu weer sceptisch. Want wat er ook deze keer weer gebeurt is dat het de modellen zijn die geweerd worden vanwege hun dunne lijven, terwijl de kledingstukken die hen dwingt zo dun te zijn, helemaal niet uitgebannen worden. Te makkelijk – en te vaak! – wordt de oplossing voor het onrealistische schoonheidsideaal gezocht in het verbieden van broodmagere modellen. Maar dit soort openlijk afdanken van te dunne modellen begint een beetje een bekend riedeltje te worden – een riedeltje dat bovendien meer weg lijkt te hebben van geraffineerde politieke correctheid, dan van daadwerkelijke betrokkenheid. In tijden waarin de roep om inclusiviteit en diversiteit steeds luider wordt, is het blijven vasthouden aan achterhaalde idealen iets waar je immers genadeloos op afgestraft kan worden. En laten we daarnaast ook niet vergeten dat tot nu toe elke poging tot verandering precies op deze manier geconstrueerd is geweest – namelijk het keer op keer weer verbieden van te dunne modellen – en dat dat tot nu toe nog maar weinig verandering heeft opgeleverd.

Hoewel er een belangrijke stap gezet is, die zeker toegejuicht moet worden, zou een nog grotere stap zijn dat ontwerpers gezamenlijk de verplichting aangaan om een radicaal ander ontwerpbeleid door te voeren, één waarvoor modellen zich niet uit hoeven te hongeren, maar die modellen de ruimte geeft hun natuurlijke fysiek te behouden. De sample sizes moeten dus op de schop, en niet de 'maatje nul'-modellen – alleen dan kan er eindelijk het soort kettingreactie optreden dat voor een duurzame verandering kan zorgen.

Tagged:
Catwalk
verbod
modellen