wordt muziek een hobby voor de rijken?

i-D onderzoekt de afname van muzikanten uit de "arbeidersklasse".

|
17 februari 2015, 4:51pm

De ruzie tussen de particulier opgeleide zanger James Blunt en de particulier opgeleide Britse politicus Chris Bryant had in de verste verte niks weg van 2Pac vs. Biggie Smalls. "Ik ben blij dat Eddie Redmayne de Golden Globe voor beste acteur won", zei Bryant in the Guardian, terwijl hij zich afvroeg of mensen in de creatieve wereld te posh zijn, "maar we moeten geen cultuur hebben die gedomineerd wordt door mensen als Eddie Redmaybe en James Blunt."

Hoewel hij maar één keer genoemd werd, was voor Blunt meteen alles duidelijk: zijn succes was het onverdiende resultaat van privileges en gunsten die niet beschikbaar zijn voor mensen die sociaal gezien minder gunstige posities hebben. Blunt reageerde met een open brief in dezelfde krant, waarin hij Bryant ervan beschuldigde dat hij ouderwets was in de manier waarop hij in sociale klassen dacht. "Ik ging naar een kostschool maar niemand daar hielp me om de muziekwereld in te komen. Niemand op die school had kennis of contacten in de muziekindustrie - men verwachtte van me dat ik soldaat, advocaat of effectenmakelaar zou worden."

Bryant had nooit gesuggereerd dat Blunt niet hard gewerkt heeft voor zijn carrière. In tegendeel, je verkoopt niet 11 miljoen exemplaren van je debuutalbum zonder daarvoor heel hard te werken. Bryant wees ons enkel op het feit dat een onevenredig groot aantal van de vooraanstaande muzikanten uit de 7% van de populatie komt die geboren werd met de middelen om privéonderwijs te volgen.

Soms kan het verschil tussen succes en falen gemaakt worden door de vraag of een bepaalde muzikant wel of niet de middelen heeft om langere tijd na te streven wat hij wil doen zonder daarvoor betaald te krijgen. Bryant stipte nog eens aan dat de muziekwereld steeds meer gedomineerd wordt door mensen die niet per se hoeven te werken om rond te komen. En dit is niet iets dat alleen in de muziekindustrie aan de hand is. Een rapport over onbetaalde stages dat door het Britse Institute of Education werd uitgebracht, toonde aan hoe journalisten in 1990 uit families kwamen die maar 6% rijker waren dan gemiddeld, waar dit percentage tegenwoordig op 42% ligt. Door degenen uit te sluiten die geen ouders hebben die hun appartement in de grote stad betalen terwijl zij van onbetaalde stage naar onbetaalde stage hoppen, wordt een specifieke stem volledig uit de media gewist. Op die manier worden ook de verhalen die verteld worden langzamerhand steeds eentoniger.

Neem de jacht die de muziekpers vorig jaar maakte op Tom Clarke, leadzanger van The Enemy. In september liet Clarke weten dat hij stopte met Twitter omdat hij met toenemende mate persoonlijk werd aangevallen. Deze aanvallen lieten niet alleen een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel bij de muziekjournalistiek zien, ze demonstreerden ook een angst voor de arbeidersklasse - een angst die spot gebruikt als een rookgordijn voor klassenhaat.

"Clarke loopt sinds 1991 op zijn achterste poten", hoonde The Quietus. Een "snotterende straatrat", schreef NME. "Een soort stadsdichter voor mensen met een verstandelijke beperking", zo omschreef Drowned In Sound hem. Elders in laatstgenoemd artikel werd gesuggereerd dat Clarke waarschijnlijk snel terug zou keren naar zijn werk als vakkenvuller. "Dit zijn de mensen die Tom Clarke vertegenwoordigt", ging het verder. "Het type dat denkt dat je met een kopie van Moseley Shoals en een Beatles-kapsel van Toni & Guy het recht hebt verdiend om gitaren te kopen, jezelf muzikant te noemen en bands te beginnen."

Verontwaardigd omdat een jongen uit de "arbeidersklasse" het lef had om iets anders te doen dan in een winkel werken, werd Clarke stelselmatig afgeschilderd als grotesk. Hij kon nooit gewoon een ruimte in "lopen", nee hij "paradeerde". Hij zong niet, maar hij "gromde en snauwde". En hoewel deze vooroordelen maar al te vaak door Clarke zelf bevestigd werden - hij heeft toegegeven dat hij zou willen dat hij zich "iets volwassener had gedragen" - zou een band uit de middenklasse nooit te maken hebben gehad met dezelfde spot. Het feit dat het moeilijk is om een muziekjournalist te vinden die een achtergrond heeft die ook maar iets op die van Clarke lijkt, zorgt er automatisch voor dat de minder bevoorrechte artiesten op een bepaalde manier besproken worden.

Bryants punt was niet dat hij de rijken iets af wilde nemen, maar dat hij de rest meer mogelijkheden wil bieden, zodat de popmuziek haar enorm variërende stemmen, accenten en referentiepunten behoudt. Het is iets dat de artiesten die worstelen om hun stem te laten horen ontzettend hard nodig hebben.

Credits


Tekst Matthew Whitehouse
Fotografie Elaine Constantine
[The i-Disco Issue, No. 294, december '08]

Tagged:
Muziek