seydou keïta is de eerste afrikaanse fotograaf die exposeert in het grand palais

De nieuwe tentoonstelling van de Malinese fotograaf confronteert Frankrijk met zijn koloniaal verleden.

door i-D Staff
|
13 april 2016, 3:25pm

Sans titre, 1949, Paris, Fondation Cartier, © Seydou Keïta / SKPEAC / photo courtesy CAAC - The Pigozzi Collection, Geneva

De levendigheid van de stoffen, de weloverwogen plooien, en de oprechte gezichtsuitdrukkingen: dit zijn de dingen die de zwart-witfoto's van de Malinese fotograaf Seydou Keïta zo uniek maken. De foto's dateren uit het midden van de twintigste eeuw en ze zijn gemaakt in Bamako, de hoofdstad van Mali. Momenteel is er in Parijs een expositie van bijna 300 van zijn foto's. Seydou Keïta is de meest uitgebreide overzichtstentoonstelling van zijn werk tot nu toe.

Keïta werd in 1921 geboren in Bamako, wat toen nog de hoofdstad was van Frans Soedan. Tijdens zijn kindertijd kreeg hij van een oom zijn eerste camera, een Kodak Brownie. Hij werkte een groot deel van zijn leven ook als timmerman, maar in 1939 kon hij eindelijk van zijn fotografie leven. Tien jaar later opende hij zijn eigen studio op een stuk grond van zijn familie. Seydou kon onder meer reizigers uit West-Afrika en jonge, lokale mensen tot zijn clientèle rekenen. 

Sans titre, 1956, Genève, Contemporary African Art Collection © Seydou Keïta / SKPEAC / foto eigendom CAAC - The Pigozzi Collection, Genève

Seydou was gespecialiseerd in zwart-witportretten. Hij schoot onder meer individuen, koppels, groepen, broers en zussen, en gezinnen. Keïta werkte altijd met natuurlijk licht en hij plaatste zijn onderwerpen vaak voor een drukke achtergrond. Met het geld dat hij verdiende kocht hij Westerse kleding, een radio, juwelen, een auto en een scooter. Keïta kende bijna nooit de namen van zijn onderwerpen. De anonieme modellen komen stuk voor stuk krachtig en sierlijk over; de mannen zijn dapper en de vrouwen elegant en expressief.  

Sans titre, 1959, Genève, Contemporary African Art Collection © Seydou Keïta / SKPEAC / foto eigendom CAAC - The Pigozzi Collection, Genève

In de herfst van 1960 riep de Soedanese Republiek de onafhankelijkheid uit en voerde een socialistisch regime in. Twee jaar later stopte Keïta met zijn studio om de officiële fotograaf van de overheid te worden. In 1977 stopte hij met fotografie om zich op zijn andere hobby te storten: het renoveren van auto's.

Pas in de jaren negentig werd Keïta door de Westerse wereld ontdekt. De tentoonstelling vertelt helaas niet hoe dat precies is gebeurd, maar de fotograaf kreeg meteen wereldwijde aandacht. Zo exposeerde hij onder meer in Tokyo, Helsinki en Parijs.

Sans titre, 1949-51, Genève, Contemporary African Art Collection © Seydou Keïta / SKPEAC / foto eigendom CAAC - The Pigozzi Collection, Genève

Veel foto's die momenteel in het Grand Palais hangen, werden gemaakt met een speciale techniek, de zilvergelatinedruk. Nadat hij zijn studio in 1970 definitief sloot, bleven er weinig negatieven over. Sommigen werden in de studio van zijn voormalige lijstenmaker gevonden. "De foto's die we in de expositie tonen - gedateerd van 1949 tot 1962 - zijn eigenlijk maar een klein deeltje van zijn werk," zegt curator Yves Aupetitallot. De rest is vernietigd.

Seydou Keïta wordt vandaag de dag vaak vergeleken met andere fotografen als Richard Avedon en August Sander. Die vergelijking is niet onterecht. Seydou besteedt veel aandacht aan de composities en de esthetiek van zijn foto's. Ook vindt hij het belangrijk om een sociologisch verhaal over te brengen. Tijdens de expositie word je geconfronteerd met het feit dat Europa lang Afrikaanse kunst heeft geweerd en dat de culturele aanpak in musea anders moet.

Sans titre, 1952-56, Genève, Contemporary African Art Collection © Seydou Keïta / SKPEAC / foto eigendom CAAC - The Pigozzi Collection, Genève 

Aupetitallot geeft toe dat de postkoloniale studies in Frankrijk achterhaald zijn. "Onze geschiedenis is onlosmakelijk verbonden met onze voormalige kolonies. We hebben sterke banden met elkaar die moeten we erkennen en onderzoeken," vindt hij.

De expositie in het Grand Palais toont het verleden van de Franse kolonies. Je ziet dat de Afrikaanse cultuur door Frankrijk werd beïnvloed, en vice versa. "Het is een cultuur die werd gevormd door het contact met Frankrijk. De Afrikaanse hoofddoeken kregen Franse namen: à la De Gaulle, à la Marie Claire, à la Versailles. Maar wij Fransen hebben net zo goed dingen uit de Afrikaanse cultuur overgenomen." 

Sans titre, 1952-55, Genève, Contemporary African Art Collection, © Seydou Keïta / SKPEAC / foto eigendom CAAC - The Pigozzi Collection, Genève 

Dit besef is de kracht van cultuur. "In tijden van spanningen en conflicten is het belangrijk dat je dit in je achterhoofd houdt," zegt Aupetitallot. "Elke cultuur behoudt zijn eigenheid, maar verrijkt zich ook door het contact met anderen."

De tentoonstelling is nog tot en met 11 juli 2016 te zien in het Grand Palais in Parijs. 

Untitled, 1949-51, Pariss, Collection Fondation Cartier pour l'art contemporain, © Seydou Keïta / SKPEAC / foto eigendom CAAC - The Pigozzi Collection, Genève

Credits


Tekst Sarah Moroz
Fotografie Seydou Keïta, eigendom Grand Palais

Tagged:
expositie
Cultuur
Grand Palais
seydou keita