orange culture is het unisex merk dat onderzoekt wat het betekent om een man te zijn in nigeria

“Ik kreeg doodsbedreigingen — mensen zeiden tegen me dat wat ik maakte, duivels was.”

door Barclay Bram Shoemaker
|
08 december 2017, 1:48pm

Toen hij zeventien jaar oud was, schreef Adebayo Oke-Lawal een een essay voor een schrijfklas met de titel An Orange Boy. Hij groeide op in Lagos in Nigeria, en ging naar een jongensschool waar hij gefrustreerd raakte van de hypermasculiniteit die hij om zich heen observeerde. Hij wilde een gesprek voeren over wat het kon betekenen om te breken met de vooropgezette ideeën over hoe een Nigeriaanse man zou moeten zijn. An Orange Boy was zijn eerste tastbare stap in die richting, en zijn leraar vroeg hem of het op het internet gepubliceerd mocht worden. Oke-Lawal stemde toe en werd al snel gebombardeerd met brieven van mensen die schreven dat het artikel hen geraakt had — dat ze zich hetzelfde voelde, of hetzelfde hadden meegemaakt. De ervaring bleef hem bij, en na school volgde hij een carrière in mode, en zette hij zijn eigen merk — Orange Culture — op in 2011. Hij kreeg internationale lof voor zijn androgyne stijl en durf om grenzen te doorbreken, en was een finalist voor de LVMH-prijs in 2014 en het eerste Nigeriaanse merk dat tentoongesteld werd bij London Collections Men.

Na een capsulecollectie uitgebracht te hebben bij Selfridges in samenwerking met afrobeats-ster Davido, en de release van hun nieuwe lente/zomer 18 lookbook, spraken we Adebayo over de worstelingen waar hij tegenaan loopt bij het maken van een unisex merk in Nigeria.

i-D: Je nieuwe collectie heet Don’t You Trust Me . Heeft de huidige politieke beweging en ‘post-truth’-politiek daar invloed op gehad, of was het meer persoonlijk?
Adebayo Oke-Lawal: Voor mij is het ontwerpen heel persoonlijk, dus wanneer ik besluit wat ik ga creëren moet het vaak gebaseerd zijn van iets wat ik heb gezien of meegemaakt. Dit jaar was vertrouwen persoonlijk een groot probleem. Ik heb veel situaties meegemaakt waar het niet goed ging met mijn emoties en het vertrouwen van mensen. Dat vloeide door in waar ik met mijn gedachten en hart was. Het voelde alsof veel mensen om mij heen het constant hadden over hun problemen met vertrouwen, het vertrouwen in de regering of het vertrouwen in mensen of familie. Dit zorgde ervoor dat het voelde alsof dat een thema was dat ik moest benoemen.

Denk je dat mode een goede manier is om meer diepgaande thema’s te onderzoeken?
Mode is een manier om discussies te hebben die diepgaand, maar ook lichtvoetig en herkenbaar zijn. Iets als vertrouwen is nogal een zwaar concept, en ik denk dat mode een luchtigere manier kan zijn om problemen aan te pakken en mensen erover na te laten denken. Het gaat erom dat je ervoor zorgt dat mensen vragen stellen. Als je het goed doet, stopt het niet bij mode, maar dwingt het je om meer te willen weten. Een heleboel mensen kunnen zich aangesproken voelen tot creatieve manieren van het bespreken van problemen. Mode is altijd een goede manier geweest om discussies aan te gaan over politiek, emoties en geestelijke gezondheid. Het is belangrijk om elke manier aan te pakken om impact te hebben op mensen.

Eerder beschreef je Orange Culture al als een beweging, en als je in gedachte houdt wat je net zei over de kracht van mode om een discussie aan te gaan, wat voor een soort gesprekken probeer je aan te zwengelen door middel van je merk?
Het verhaal achter het merk was het probleem van hypermasculiniteit en hoe dat effect heeft op mannelijke relaties – iets waar ik mee worstelde toen ik klein was. Ik wilde een merk creëren dat niet alleen kleding maakte maar ook gesprekken begon en de vaststaande ideeën van mensen over wat een man is op te schudden, wat een man zou moeten dragen of hoe een man gezien zou moeten worden. Dit merk is ontworpen om een impact te hebben.

De manier waarop ik dit probeerde was door middel van het verleggen van grenzen. Niet alleen op het gebied van de vorm en snit, maar ook op het gebied van mentale verwerking en emotionele intelligentie. Ik wilde dat mannen, in het bijzonder Nigeriaanse mannen, meer zouden voelen als zij de kleding zouden zien. Ik wilde dat ze meer zouden denken. Daarom denk ik dat het beweging is. Wanneer je het merk ziet, zou je moeten zien dat er iets is wat we willen vertellen. Er is altijd een wat, waarom en hoe. Het is een poging om mensen een andere kant van Nigeriaanse mannen te laten zien, en te veranderen hoe Nigeriaanse mannen zichzelf zien. ik wil dat mannen hun emoties laten zien en kwetsbaar zijn.

Hoeveel van deze drive komt voort uit jouw ervaringen uit je jeugd?
Toen ik in Nigeria opgroeide, begrepen veel mensen niet wie ik was; ik kreeg veel vragen van, oh waarom ben je zo soft? Waarom praat je op deze manier? Waarom doe je dingen op deze manier? Mensen zeiden dingen als “je moet een man zijn, je moet harder zijn.” Er was altijd de vraag over mijn mannelijkheid, omdat ik niet de stereotiepe definitie was van wat een man zou moeten zijn. Ik ging naar een jongensschool waar het stereotiepe concept van masculiniteit erg belangrijk was. Ik voelde me hiervan afgesloten — ik stond buiten deze kliekjes — en ik was altijd alleen.

Ik had veel onzekerheden, ik voelde me niet man genoeg. Ik bleef mezelf afvragen waar dit vandaan kwam. Veel mannen voelen niet, ze tonen geen emotie, ze maken geen contact met elkaar want dat is niet mannelijk genoeg; het is niet masculien om te praten. Er waren al die dingen waarvan ik voelde dat het fout was. Ik wilde niet dat een nieuwe generatie zich zo zou voelen, of deze ideeën zouden hebben over wat een man zou moeten zijn. Ik wil dat ze vrij zijn zich te uiten en dat ze een connectie kunnen maken met elkaar op emotioneel level. Ik wil niet dat iemand die ik ken of waar ik om geef zich zo zou voelen.

Je hebt geen mode-achtergrond. Hoe heb je je eigen merk opgezet?
Ik heb een diploma in bankieren en financiën, maar mode was iets wat ik altijd heb willen doen, ook al had ik geen formele training, ik ben niet naar Parsons of Central St. Martins geweest. In plaats daarvan heb ik overal waar ik kon stagegelopen – als ik hoorde dat er een vacature ergens vrij kwam ging ik er naartoe. Ik nam zoveel mogelijk informatie in me op van wie me die informatie dan ook gaf.

Op mijn 21ste had ik wat geld gespaard en lanceerde ik mijn eigen collectie, maar toendertijd waren de reacties verschrikkelijk. Ik kreeg doodsbedreigingen — mensen vertelden me dat wat ik maakte, duivels was. In mijn eerste collectie gebruikte ik veel rood, met mensen in gekleurde pakken, en ik had ontwerpen met een rok over een broek. Het was mijn eerste collectie en iedereen maakte toen alleen maar pakken, maar dat deed ik niet. Ik wilde een merk creëren dat representeerde waar ik voor stond. Het stuitte op zoveel verzet. Ik dacht, wat ga ik nu doen? Stoppen? Of ga ik door en kan het me niks schelen van wat anderen erover zeggen?

Je kreeg toen veel lof van over de hele wereld — hielp dat mensen een ander beeld te krijgen van het merk?
Het heeft jaren geduurd voordat mannen hier kwamen om mijn ontwerpen te kopen. Toen we net begonnen waren velen bang om het merk te dragen, omdat ze niet op een bepaalde manier gezien wilden worden. Nu veranderen mensen van gedachten.

Ik denk dat het deels te maken heeft met het feit dat we op internationaal niveau het goed doen. Mensen zien ons als een Nigeriaans merk dat internationaal gegaan is en dat zorgt ervoor dat Nigerianen denken, ‘oh, misschien is het echt iets bijzonders’. Maar de strijd is nog niet afgelopen.

Dat gezegd hebbende, als je kijkt naar hoe het was toen we begonnen, is het proces zeker zichtbaar. Ik herinner me twee weken geleden dat er een stel binnen kwam, en de vrouw paste een shirt. Haar man vroeg of hij het ook kon passen. Deze man is een advocaat — geen kunstenaar, geen creatieveling. En hij zag hoe hij het shirt droeg en hoe zijn vrouw het droeg, en het was geen probleem. Hij vond het gewoon mooi.

Credits


Fotografie William Ukoh
Styling en creative direction Daniel Obasi en Adebayo Okelawal
Logistiek Precious Ugbe
Prop ontwerp Aga Concept
Make-up en haarstyling Michael

Tagged:
NIGERIA
λαγός
orange culture
adebayo oke-lawal
masculiniteit
an orange boy