Advertentie

in gesprek met de nederlandse mode-activist janice deul

De modejournalist zet zich al lange tijd in voor een inclusievere mode-industrie, lang voordat het kwartje bij de grote publicaties viel.

door Rolien Zonneveld
|
14 december 2017, 11:27am

Foto: David Meulenbeld

i-D spreekt mensen uit de Nederlandse mode-industrie om erachter te komen of we er al echt zijn op het gebied van diversiteit en stelt daarbij misstanden aan de kaak. Lees er hier meer over.

De afgelopen weken zijn we in gesprek gegaan met allerlei ervaren mensen uit de Nederlandse mode-industrie over het netelige onderwerp ‘diversiteit’. In deze gesprekken doorklonk nogal wat scepticisme. Zo vond stylist JeanPaul dat wat nu gevierd wordt meer een vorm van symboolpolitiek is dan oprechte bereidwilligheid, en was model Aminanta het zat om zich als zwart model steeds te moeten afvragen om welke reden zij op de cover wordt gezet. Een belangrijk persoon die zich met dit onderwerp bezighoudt, is creative consultant Janice Deul. Sinds 2014 noemt zij zich mode-activist, maar zelf is ze al achttien jaar werkzaam in de mode- en lifestylebranche als schrijver en eindredacteur. Daarnaast staat zij bekend om haar online platform Diversity Rules, dat zich sterk maakt voor meer diversiteit in de mode en tijdschriftenbranche. Mede dankzij haar input stond diversiteit voor de eerste keer ooit nadrukkelijk op de agenda in de bladenwereld: zo prijkten er zwarte modellen op de septembernummers van drie toonaangevende titels en organiseerde Vogue

een diversiteits-symposium. Met haar maken we op de valreep van een bewogen jaar, de balans op.

i-D: Je noemt je zelf mode-activist. Hoe is dat zo ontstaan?
Janice: Ik ben van oorsprong neerlandicus en ben via een omweg terecht gekomen in de bladenwereld als freelance eindredacteur. Met heel veel plezier heb ik daar altijd in gewerkt, zonder me echt bezig te houden met issues als kleur, diversiteit en etniciteit. Sterker nog, wanneer dit soort zaken aan de orde kwamen, dacht ik altijd: dit gaat niet over mij. Dit veranderde op een dag toen ik me in de kantine van de Telegraaf omdraaide en geconfronteerd werd met hoe wit al mijn collega’s eigenlijk wel niet waren. Dat was echt een kippenvelmoment. In de daaropvolgende jaren ben ik toen via Facebook steeds meer dingen die me opvielen in de mode gaan delen. Daar werd veel op gereageerd, met name door vrouwen van kleur. Ik ben vervolgens als antwoord op dat idee ‘dat er geen modellen van kleur zijn’, een maand lang elke dag een zwart model in de spotlight gaan zetten. En dat werd breed opgepikt, onder meer door RTLZ. Zo is het balletje aan het rollen geraakt. Ik werd in 2014 uitgenodigd om een TED Talk te geven over de kracht van mode, startte in datzelfde jaar mijn online platform Diversity Rules, en ben steeds vaker over dit thema gaan schrijven en spreken. Simpelweg omdat ik ervan overtuigd ben dat we de kracht van mode en bladen kunnen gebruiken om de wereld inclusiever te maken.

Ik was verbaasd om te zien dat je in januari 2016 in de NRC al een opiniestuk schreef waar je precies de vinger op de zere plek legde, maar dat het toch pas dit jaar tot ‘explosie’ kwam. Had je het idee dat mensen toen naar je luisterden?
Ik heb toen niet per se gedacht dat niemand het hoorde, maar met name het afgelopen jaar willen steeds meer mensen echt luisteren – opvallend genoeg juist buiten de bladenwereld. Maar afgezien van een workshop over diversiteit om die de LINDA. me naar aanleiding van dat stuk vroeg te houden, is er vanuit de andere bladen toen eigenlijk nauwelijks reactie gekomen of commotie ontstaan. En zelfs na die uitzending met Pauw, waarin ik samen met model Jessica Gyasi in gesprek ging met Cécile Narinx van Harper’s Bazaar, is het nog best stil gebleven. En dat verbaasde me. Idealiter was de uitkomst van die uitzending geweest dat we samen de aanzet hadden kunnen geven, en elkaar hadden kunnen vinden. Ik had het super tof gevonden als die bladen tenminste voor het diversiteitsnummer een ‘divers’ team hadden aangesteld en mij bijvoorbeeld gevraagd hadden een verhaal te schrijven, of mij hadden geïnterviewd. Ik denk dat bladenmensen zich nog steeds niet realiseren dat ik een bondgenoot ben.

Dat is eigenlijk een pijnpunt dat ik tot dusver in al mijn gesprekken hierover terug hoor: dat geen publicatie daadwerkelijk mensen van kleur in de arm heeft genomen om die nummers te maken.
Wat je ziet bij de bladen is dat ze dan voor zo’n diversiteitsnummer persoonlijke verhalen van modellen opnemen om het verhaal mee te vertellen, zoals bijvoorbeeld een zwart model dat over racisme spreekt. Maar de discussie gaat niet alleen om dat soort persoonlijke gekwetstheid. Dat kun je wel gebruiken ter illustratie, maar we moeten het ook hebben over de grotere lijn, de maatschappelijke impact. En dat is het verhaal wat ik wil vertellen.

En het blijft lastig om te bepalen of de bladen nu modellen van kleur inzetten omdat ze het echt voelen en echt willen, of omdat ze in willen haken op een trendje. En als je mij nu vraagt wie op dat gebied mega door de mand is gevallen, dan noem ik Vrouw met hun recente Zwarte Pieten-cover plus serie van zes pagina’s. Zij waren altijd redelijk inclusief, qua kleur maar ook qua lichaamstypen. Als je dan met zo’n black face-cover komt, ben je totaal niet meer geloofwaardig in je streven naar inclusiviteit.

Ik was verrast dat ze dan precies op zo’n moment, wanneer het zwartepietendebat op z’n gevoeligst is, zo’n keuze maken.
Het kan geen misstap zijn geweest, dit is doelbewust gegaan.

Wat denk je dat de motivatie erachter was? Het blijft natuurlijk speculeren.
Ik denk dat ze gewoon een statement hebben willen maken. En als je dan al die keren ziet dat ze zogenaamd voor diversiteit gingen en ‘alle’ vrouwen vierden, dan is dat toch niet oprecht geweest. Ik vind dat verdrietig om te moeten constateren, want ik ga doorgaans uit van ieders integriteit. Maar ik moet dus bekennen dat ik me in Vrouw heb vergist, want dit is zo ‘in your face’, zo kwetsend naar een grote groep mensen toe. Ik vind het daarnaast op z’n zachtst gezegd onkies om dan ook nog eens een Doutzen-lookalike te gebruiken, iemand die fel tegen Zwarte Piet is en bovendien een man en kinderen van kleur heeft. Ik heb daar geen woorden voor.

Vrouw is dus wat jou betreft door de mand gevallen, maar uit mijn gesprekken van de afgelopen tijd blijkt dat iedereen ook tegenover de grote modepublicaties erg sceptisch blijft. Vind je die houding dan terecht?
Ik snap die afwachtende houding wel. We hebben nu deze stappen gezet, maar de tijd moet leren hoe het uit gaat pakken. Bij Cécile Narinx lijkt het kwartje te zijn gevallen sinds onze gedachtewisseling bij Pauw, maar over de manier waarop de mainstream media dit soort ontwikkelingen coveren valt nog het nodige te zeggen. Lonneke Genugten schreef hier onlangs in de Volkskrant een treffende column over, waarin ze constateerde dat Narinx voor haar bijdrage over inclusiviteit is genomineerd voor een Mercur [de Mercurs zijn de belangrijkste jaarprijzen van de tijdschriftenbranche, red.], terwijl ik nergens wordt genoemd. Je ziet natuurlijk wel vaker dat ‘klokkenluiders’ – zoals je mij wellicht kunt zien – nooit gehonoreerd worden binnen de betreffende branche of organisatie. Maar dat is niet het enige. Intellectuelen, experts en influencers van kleur worden stelselmatig door de mainstream media gemarginaliseerd of onzichtbaar gemaakt door hen geen podium te geven – om vervolgens dan weer hard te gaan roepen dat ze 'niet te vinden zijn’.

Kun je daar voorbeelden van noemen?
Neem bijvoorbeeld professor Gloria Wekker die in Buitenhof over haar boek White Innocence vertelde en dan niet met een andere wetenschapper van gedachten kan wisselen, maar tegenover een willekeurig VVD-kamerlid wordt gezet. En Hasna El Maroudi, van Joop, die al een paar keer bij De Wereld Draait Door aan tafel heeft gezeten en mega is ingevoerd in de #metoo-discussie, maar niet wordt geïnterviewd wanneer er een stuk over deze kwestie in een kwaliteitskrant wordt geschreven; dan worden alleen witte vrouwen als ‘deskundig’ opgevoerd. Of onlangs nog met de Time Person of the Year-verkiezing. Deze werd gewonnen door de #metoo-beweging, maar de zwarte vrouw die deze startte, Tarana Burke, staat niet op de cover. Het is is belangrijk dat je credits geeft, wanneer die terecht zijn. Als ik lees in kranten dat Pauw Cécile de ogen heeft geopend, dan vraag ik me af: Pauw, hoezo Pauw? Noem onze namen. Dat heeft niets te maken met ijdelheid, maar alles met zichtbaarheid.

Waar ik me overigens zelf wel een beetje zorgen om maak is dat hoewel diversiteit een breed begrip is – dat niet alleen over etniciteit maar ook over leeftijd, gender, et cetera gaat – ik zelf merk dat ik toch met name steeds weer bij diversiteit in kleur uitkom. Is dat iets waar we vanaf moeten?
Ik vind het niet zo raar dat dat gebeurt. Kijk, ik maak me sterk voor diversiteit op alle vlakken: leeftijd, kleur, lichaamsbouw, gender – ik wil het allemaal vertegenwoordigd zien in de bladen en op de catwalks. Dat gezegd hebbende, blijft ook voor mij diversiteit in kleur – en dan met name zwart – de focus, omdat de manier waarop naar zwarte mensen gekeken wordt een grote maatschappelijke impact heeft. Iemand met overgewicht wordt niet geweigerd als hij of zij een huis wil huren, mensen van kleur wel. Stewardessen met rood haar krijgen niet te horen dat hun haar niet representatief is; hun collega’s met een afro wel. Wereldwijd staan zwarte mensen onder aan in de beauty-hiërarchie. Het is daarom belangrijk een bredere visie van schoonheid te blijven promoten. Die verandering is gaande, maar komt zeker niet vanzelf.

Hoe zouden tijdschriften het volgens jou beter kunnen doen in de toekomst?
Door het niet een kwestie van ‘windowdressing’ te maken door een zwart model op de cover te knallen, maar door ook je hele team een diversiteitsboost te geven. En als hoofdredacteuren zeggen: "Ik wil wel, maar heb een vacaturestop", denk ik: oké, maar er zijn genoeg freelance fotografen, stylisten en journalisten van kleur die je kunt inhuren.

En wat kunnen we van jou op dit gebied verwachten de komende tijd?
Ik ben nu bezig met het oprichten van de Dutch Diversity Council samen met [modeontwerper] Peet Dullaert. Wat wij willen is het gesprek aangaan met iedereen in de bladenbranche en de creatieve industrieën in het algemeen. De council heeft een vierledige functie: informeren, inspireren, researchen en connecten. Het is een onderzoekscentrum en adviesorgaan, een ‘safe space’ waar we het met alle betrokkenen kunnen hebben over inclusiviteit, diversiteit en verwante thema’s als culturele toe-eigening. Ik denk dat we dat heel erg nodig hebben: informatie uitwisselen, met elkaar praten. Met open vizier en zonder camera’s.