waarom onze eigen modeontwerpers de noodklok luiden (deel 2)

i-D interviewde vier grote namen die een succesvolle internationale carrière in de mode hadden, maar besloten het roer radicaal om te gooien. Alle vier verzetten ze zich tegen een systeem waarin sneller en meer de norm is. Alle vier stelden ze een...

door Aynouk Tan
|
25 september 2015, 11:50am

Saskia van Drimmelen (47) maakte halverwege de jaren '90 internationaal furore met een manier van ontwerpen waarin ze compleet focuste op de vorm en constructie van het kledingstuk. Na acht jaar een eigen label te hebben gevoerd, vond ze zichzelf terug met een hoop succes maar zonder datgene waar ze het meest van hield: het maken van kledingstukken. "Ik heb het geven van modeshows nooit als prettig ervaren." Sinds 2006 ontwikkelt ze onder de noemer Painted nieuwe ontwerpmethodes die alles herbergen wat ze tijdens haar succesjaren zo miste: tijd en aandacht voor het maakproces. En vooral: dat gezamenlijk doen. "Ik vind het belangrijk dat mensen zich bewust zijn van het feit dat alle kleren door handen gemaakt zijn."

In 1993 studeerde je af aan de kunstacademie in Arnhem. Je afstudeercollectie werd lovend ontvangen. Wat voor ontwerper was je toen?
Ik dacht over een kledingstuk na vanuit het patroon. Ik vroeg me af: hoe maak je vanuit een cirkelvormig stuk stof een avondjurk? Ik maakte papieren modellen om op kleine schaal vormonderzoek te doen. Dat vormprincipe vertaalde ik naar een kledingstuk. Ik herinner me een collectie die ik Inside Out had genoemd, daarin kwam de binnenkant van het kledingstuk altijd naar buiten; als een logisch gevolg van de manier waarop het patroon gevormd was. Ornamenten kwamen voort uit wat het patroon deed. Die werden er nooit zomaar opgeplakt omdat het leuk stond.

Na je afstuderen vormde je samen met Viktor & Rolf, Lucas Ossendrijver, Marcel Verheijen en Pascale Gatzen het modecollectief Le Cri Néerlandais. Jullie maakten internationaal furore. Waarom vielen jullie op?
Arnhem was een uithoek, maar juist daarom een broedkamer. We stripten de kleren van tierlantijnen, we focusten op constructieprincipes en de valling van de stof. Na ons afstuderen werd dat handschrift geprezen. i-D Magazine maakte als een van de eersten een lange reportage over ons. In de jaren erna volgden er drie shows, waarvan twee in Parijs. We deden alles zelf: we belden Suzy Menkes (modejournalist van de Britse krant International Herald Tribune red.), en die kwam gewoon, iedereen kwam. De laatste show hebben we alleen op CD- ROM uitgebracht onder de naam 'Défilé sans Public' en in limited edition de wereld over gestuurd. Daar stonden foto's op gemaakt die gemaakt waren door Rineke Dijkstra (internationaal vermaarde fotograaf red.). Het was de eerste modeshow ter wereld die geheel digitaal was.

Van 1994 tot 2003 heb je het succesvolle label Van Drimmelen gerund. Hoe kijk je terug op die periode?
Mijn vijfde collectie Double Twins presenteerde ik bij Colette (befaamde modewinkel in Parijs red.). Mijn kleren werden getoond op twee schermen. Op die manier werd duidelijk dat alle kledingstukken uit hetzelfde soort patroon voortkwamen. Ze waren gespiegeld of complementair. Een modeshow voelde voor mij nooit als de ultieme presentatievorm. Ik werkte per kledingstuk, niet zozeer vanuit een trend of een collectiebeeld. Soms leverde dat wel eens problemen op voor de stylisten. Dan bleek dat mijn stukken helemaal niet goed te combineren waren of dat ik teveel tops had gemaakt. Op een gegeven moment adviseerde mijn persagent me om toch shows te gaan geven. Dat heb ik gedaan, maar het paste niet bij subtiliteit van mijn ontwerpen, om die te zien moest je dichtbij komen.

Wat waren de belangrijkste redenen om te stoppen met je label?
Ik had de meeste moeite met het uitbrengen van twee collecties per jaar. Ik had net mijn productie verstuurd, onmiddellijk daarna was ik alweer met de volgende collectie bezig. Anderen dachten dat ik een team van tien mensen om me heen had maar dat was niet zo. Ik werkte dag en nacht. Het voelde alsof ik nooit meer kon opladen. Ik vond het ook totaal niet inspirerend meer om alles uit mijn eigen koker te halen. Ik heb lang geprobeerd om mijn label als een team te presenteren maar het ging toch altijd weer om mij. Ik vond dat helemaal niet fijn. Toen dacht ik: ik stop ermee, want ik weet niet meer hoe ik dit volhou. Zowel geestelijk als fysiek niet. Ik heb daarna twee jaar lang geen modetijdschrift meer in kunnen kijken. Zó klaar was ik ermee.

Wanneer besloot je weer terug te keren naar die modecontext?
Ik merkte dat ik het maken van kleren heel erg miste. Toen ik Van Drimmelen runde, was ik alleen maar bezig met het ontwerpen van patronen die anderen moesten uitvoeren, terwijl ik daar zelf erg van houd. Ik zocht naar een vorm waarop ik dat kon blijven doen, maar wel op een manier waarop dat voor mij goed zou voelen. Ik bezocht een concert van de band The Flaming Lips. Zij trokken hun fans spacepakjes aan en lieten ze de hele avond op het podium meedansen. Dat was één groot feest. Ik dacht: zo wil ik het ook. Ik wil dat er meerdere mensen betrokken zijn bij wat ik doe, ik wil dat er een spelelement in het werk zit. Ik vond die hele mode zo serieus, ik voelde me zo geketend aan hoe het allemaal moest van iedereen.

In 2005 heb je het hybride modecollectief Painted opgericht. Wat houdt dat collectief precies in?
Ik kwam met een boek in aanraking waarin Bulgaarse kostuums waren afgebeeld. Die kostuums raakten me. Er zat een enorme gevoeligheid en gelaagde handmatigheid in.
We hebben naar masters gezocht in bijzondere naaldkanttechnieken, en zijn met ze gaan samenwerken. Ik wilde dat het samenwerken centraal zou komen te staan. Bij Van Drimmelen voelde het werken altijd zo statisch, alsof ik er niet aan kon ontsnappen. Het idee van Painted is dat er nooit vast team van makers of ontwerpers is, maar dat mensen steeds voor specifieke projecten worden uitgenodigd. Ik vond het mooi aan de kledingstukken in Bulgarije dat er per generatie dingen aan toegevoegd zijn. Dit vormde het uitgangspunt voor een hele nieuwe ontwerpmethode waarbij ieder zijn eigen intuïtie en talent gebruikt, maar ook altijd onderdeel is van een groep. Ik vind het een spannende manier van werken, want de kledingstukken van Painted Series komen nooit van één iemand of uit één moment.

Hoe moeilijk was het om zo'n nieuw alternatief van de grond te krijgen?
Painted werd enthousiast ontvangen. Vooral door mensen die echt van kleren houden - die voelden dat het door de tijd gerijpte stukken waren. Het was moeilijk om die unieke stukken aan de man te brengen. De vraag is ook, kan dat wel? Hoeveel arbeid mag en kan je nog in een kledingstuk stoppen? Willen mensen nog betalen voor de arbeid en tijd die in een kledingstuk wordt gestoken? En zo ja, hoeveel? Het blijft zoeken naar antwoorden. Eigenlijk zitten we continu in een onderzoeksfase, maar dat geeft me meer voldoening dan vast te zitten aan een vastomlijnd systeem. Soms vinden mensen dat verwarrend, ze weten niet wat we nu precies doen. Dat is de keerzijde.

Jij en mede oprichter van Painted, theatermaker Margreet Sweerts, zijn onlangs het modelabel Golden Joinery begonnen. Wat is de gedachte achter dat label?
Golden Joinery is een initiatief dat voortkomt uit Painted. We nodigen een kleine groep mensen uit om een middag te werken aan een versleten kledingstuk dat hen dierbaar is. Je lievelingsshirt bijvoorbeeld. Samen repareren we dat met gouddraad. Die handeling is gebaseerd op de eeuwenoude Japanse reparatietechniek Kinsugi waarbij kapot aardewerk wordt gerepareerd met goud. Wij passen dit principe toe op kleding zodat de imperfectie zichtbaar en gevierd wordt. Door dat goud krijgen 'oude' kledingstukken weer waarde. Die waarde wordt ook bevorderd door de tijd en aandacht die je aan dat maken besteedt. Op een gegeven moment geef je jouw kledingstuk door aan iemand anders van de groep. Zo verzamelen zich letterlijk meerdere handschriften in een kledingstuk. Niet alleen die van de makers hier, maar ook van degene die het ooit als eerste in elkaar heeft genaaid. Zo vormt zich via deze dragers, die makers worden, een eindeloos doorgroeiende collectie, herkenbaar aan de gouden littekens. Ik vind het belangrijk dat mensen zich bewust zijn van het feit dat alle kleren door handen gemaakt zijn.

Wat zou je willen adviseren aan onlangs afgestudeerde ontwerpers die hun eigen label willen opstarten?
Ik word zelf heel blij van goede producten die ik nog eens kan kopen. Ik haat het als ik iets goed vind en het is er niet meer. Dan denk ik: waarom? Het was toch goed? Waarom is alles alweer waardeloos na een half jaar, of na een week? Ik vind het dodelijk vermoeiend en ook totaal niet nodig. Ik zou zeggen: focus je op dat waar je echt goed in bent en breng dat tot een hoge kwaliteit. Iets specifieks is sterker dan ieder seizoen het wiel opnieuw uit te vinden.

http://www.paintedseries.com
http://goldenjoinery.com

Lees hier ook de andere delen:

Deel 1: Alexander van Slobbe

Deel 3: Bruno Pieters

Credits


Tekst Aynouk Tan 
Beeld via Saskia van Drimmelen

Tagged:
Painted
mode interviews
saskia van drimmelen
van drimmelen