deze drie in nederland geschoolde ontwerpers kunnen hyères 2017 winnen

Aan het eind van deze week wordt de winnaar van Hyères 2017 bekend gemaakt. Maar liefst drie afgestudeerden van Nederlandse modeacademies doen mee aan de prestigieuze wedstrijd, waarvan de prijs zal worden uitgereikt in het paradijselijke Villa...

door Adriënne van der Werf
|
25 april 2017, 2:20pm

Marianna Ladreyt

Marianna Ladreyt studeerde vorig jaar af aan de Gerrit Rietveld Academie richting mode. In 2016 werd ze genomineerd voor Lichting 2016 met haar afstudeercollectie Planisphere. Momenteel woont en werkt ze in Parijs. 

De collectie refereert naar verschillende stijlen en culturen. Het is een eclectische mix van onder andere de antieke toga, het safaripak en oma-sandalen. Hoe kom je op deze opvallende keuzes?
De collectie ging in eerste instantie over de platheid en driedimensionaliteit van de toga en het effect van trompe l'eouil [een schildertechniek waarbij het lijkt alsof het schilderij driedimensionaal is] Maar ook over reizen en de rol van de flaneur - iemand die zich door de wereld beweegt en constant vragen blijft stellen. Het is een avonturier die verder kan kijken dan jij of ik.

Het trompe l'eouil-effect komt vaak terug in de kleding die je maakt, waar komt deze fascinatie vandaan?
Het gaat er voor mij om hoe je dingen ziet. Je wordt constant bedrogen en het gekke is dat we het fijn vinden om bedrogen te worden. Kijk bijvoorbeeld naar Disneyland, een omgeving waarin niets echt is. Het is vreselijk nep, maar omdat we er zoveel van houden, accepteren we het.

Welke outfit heb je ingestuurd en wat vertelt dat over jou als ontwerper?
De outfit die ik heb ingestuurd is de bombertoga. Het is eigenlijk meer een grapje, maar het werkt heel goed omdat het zo'n gekke combinatie is. Ik hou ervan om te werken met archetypes en paradoxen - dat je twee keer moet kijken. 

Mis je het paradoxale gevoel dat kleding kan opwekken in het straatbeeld?
Ik zou zelf mijn ontwerpen niet op straat dragen, maar misschien komt die gedachte voort uit mijn achtergrond in de beeldende kunsten. Ik hou van kunst omdat je constant moet reflecteren om je werk en ik hou van mode omdat het een kunstvorm is maar dan draagbaar. 

Haal je wel inspiratie van de straat?
Ik hou van hele slechte looks. Het is misschien een beetje cliché, maar ik ben gek op hoe oma's en bouwvakkers zich kleden.

Op wat voor manier heeft de studie aan het Rietveld bijgedragen aan de manier waarop je nu ontwerpt?
Op vele manieren. Ik kwam van de kunstacademie in Toulouse, waar ik ben afgestudeerd in de schone kunsten, richting ontwerp. Ik was op conceptueel vlak bezig met het lichaam en kleding. Op het Rietveld heb ik echt leren naaien, en ben ik kleding gaan maken. Het concept blijft heel belangrijk maar ik moest mezelf in het begin echt pushen om 'mode' te maken. Hoewel ik het nog steeds haat om dat woord te gebruiken - voor mij gaat het namelijk om zoveel meer dan alleen kleding. 

Danial Aitouganov

Danial Aitouganov studeerde af aan het AMFI en won Lichting 2016 met zijn afstudeercollectie The Second Sex. Sinds kort werkt Danial voor Chloé als junior ontwerper. Hij woont en werkt in Parijs.

Vertel eens wat over de inspiratie van de collectie waarmee je deelneemt. 
Het idee voor de collectie kwam naar boven toen ik de documentaire Seven Billion Others keek tijdens mijn stage in New York bij Alexander Wang. Een bepaald hoofdstuk in de film, The Women's Part, laat zien hoe de vrouw ondergeschikt is aan de man. Met dat in het achterhoofd observeerde ik het straatleven van New York - een stad vol met Kim Kardashians. In de westerse wereld vertaalt het geweld tegen vrouwen zich als de seksualisering van de vrouw.

Je collectie verwijst naar de vierde feministische beweging. Kan je eens uitleggen wat die betekent voor jou?
Zelf kom ik uit een familie waarbij de vrouw niet echt onderdrukt wordt. Ik vind het heel gek dat dit nog steeds de norm is in onze wereld. Zo verdienen vrouwen nog steeds minder en in de mode-industrie zijn er niet heel veel vrouwelijke creative directors. Dat vond ik raar. Met deze collectie kreeg ik de kans dit aan te kaarten. Sommigen zullen zeggen dat het een trend is, maar dan denk ik echt 'hoe kun je dit nou denken'. Het is geen trend, het is een noodzakelijkheid. We moeten het hier over hebben. 

En hoe vertaalde je dit naar kleding?
Ik ben een optimistisch persoon, dus ik wilde met mijn collectie de vrouw vieren. Het is daarom een kleurrijke, excentrieke en positieve collectie geworden waar mijn liefde voor kunst en grafische vormgeving in terugkomen. Het is gedurfd en 'out there' - ik vind het belangrijk om mode te pushen. Toch wil ik een draagbaar silhouet creëren, want aan het einde van de dag moet kleding gedragen worden.

Het kleurenschema en de prints van de collectie zijn gebaseerd op werken van COBRA-kunstenaar Karel Appel. Hoe heb je het element van spel toegevoegd aan je ontwerpen?
Zelf ben ik een kleurrijk persoon. Onder mijn vrienden ben ik vaak de grapjas en ik vind het belangrijk om diezelfde humor door te trekken naar mijn ontwerpen. Wat ik aan Karel Appel heel tof vond is dat hij na de Tweede Wereldoorlog, waarin het beeld heel grauw was, het naïeve en kinderlijke liet zien. Het was een nieuwe beweging die heel rebels was. Dat rebelse wilde ik graag meenemen in de collectie.

Je bent net begonnen als junior ontwerper bij Chloé, wat zijn de overeenkomsten tussen beide ontwerpfilosofieën?
De focus op het type vrouw dat vrijgevochten is. Diezelfde vrouw staat ook centraal in mijn eigen ontwerpen.

Chloé is de hoofdsponsor van Hyères, en jullie moeten ook een Chloé-outfit maken. Voelt dat nu niet vreemd?
Ik had me al voor Hyères opgegeven voordat ik op gesprek ging bij Chloé. Na een paar weken niets te hebben gehoord van Chloé, gingen we met de deelnemers van Hyères op bezoek bij het modehuis om de archieven te bekijken. Dat was best ongemakkelijk. Uiteindelijk heeft het bezoek geleid tot een tweede gesprek en boden ze me een baan aan. Het was een kwestie van geluk want ik was op het juiste moment op de juiste plaats. Ik pak de wedstrijd zo eerlijk mogelijk aan. De andere deelnemers zijn maar één keer naar de archieven geweest, dus daar houd ik mij ook aan. 

Waar hoop je volgend jaar te staan?
Hopelijk nog steeds bij Chloé, maar mijn grote droom is natuurlijk om een eigen merk op te zetten. Ik heb geen haast en ik wil zoveel mogelijk leren. Ik weet dat er zoveel bij komt kijken, uiteindelijk is het ontwerpen maar twintig procent van het werk. 

Lotte van Dijk

Lotte van Dijk studeerde aan het AMFI en volgde een master aan het ArteZ. Voor haar collectie Atelier werkt ze met technieken uit de schilder- en ontwerppraktijk. Lotte woont, werkt en runt haar label Atelier vanuit Utrecht.

Welke vragen stel je jezelf voordat je met een creatief proces begint?
Ik vraag me af wat ik op dat moment interessant vind, of wat me fascineert. Vaak gaat dat heel organisch. Je gaat naar een museum. Je leest wat en legt linken met andere dingen die je bezighouden.

Kom je dan uit op een bepaald idee?
Eerder op een bepaald proces. Zo was ik voor deze collectie gefascineerd door de manier waarop kunstenaars stoffen afbeelden. Marlene Dumas was één van mijn grote inspiratiebronnen omdat ze in haar werk iets fragiels schildert op een hele grove manier. Ik ben toen intuïtief veel grote doeken gaan schilderen van kleding die ik verzamelde. Vervolgens begon ik ze op de pop te mouleren, met altijd de vraag mijn achterhoofd: Wat is nu mooi? 

Welke outfit heb je ingezonden voor Hyères en waarom?
Het stuk met de weefsels dat ik heb ontwikkeld in het TextielLab in Tilburg. Het is een spannend proces, omdat je iets vanuit het niets opbouwt en omdat het volledig je eigen materiaal is.Ik fotografeerde de schilderingen en werkte ze daarna uit in een patroon met acht garens. Om tot verschillende kleuren te komen moet er worden gemengd en daar was ik dus ook het meeste tijd aan kwijt. Het voordeel is dat als de code eenmaal geprogrammeerd is, je meters stof kunt produceren. Ik vind textiel ontwerpen eigenlijk het leukste aan modeontwerpen en ik denk dat het mijn sterkste punt is. 

Je werkt met een enorme verscheidenheid aan stoffen. Van zijde tot bouwtextiel, vanwaar deze eclectische combinatie?
Dat was eigenlijk heel per ongeluk. Ik was op dat moment bezig met een super stug materiaal bezig. Als test gebruikte ik wat zeil wat ik in de kelder vond, wat er iets van weg had. Toen ik zag dat het werkte heb ik hem opnieuw gemaakt en heb ik hem mooier afgewerkt.

Welke raakvlakken tussen kunst en mode interesseren jou?
Mode is een soort kunstvorm. Het verschil met andere kunstvormen alleen is dat het een relatie aangaat met het lichaam - dat maakt het interessant.

Waarom denk je dat er dit jaar drie Nederlands geschoolde ontwerpers zijn genomineerd?
Puur toeval. Ik denk niet dat het per se aan het onderwijs ligt, maar aan de verscheidenheid van de ontwerpers. Hyères selecteert nu eenmaal ontwerpers met verschillende inspiratiebronnen. Zo ben ik dit jaar toevallig een ontwerper die vanuit textiel werkt.

Waar zie je jezelf over tien jaar?
Ik hoop mijn label Atelier succesvol te runnen. Naast het ontwerpen van mijn eigen kleding wil ik me gaan focussen op het ontwerpen en produceren van stoffen. Ik wil vooral laten zien hoe belangrijk het proces is voor mij als ontwerper.

Credits


Tekst Adriënne van der Werf
Fotografie Louise Desnos

Tagged:
Cultuur
Marianna Ladreyt
Hyères
daniel aitouganov
lotte van dijk