indirecte portretten van nederlandse ontwerpers, deel 1

Fotograaf Emil Pabon zat op een dag koffie te drinken met ontwerper Jan Boelo. Het gesprek kwam op waar Jan vandaan komt, en hoe het daar is. Jan komt uit Winschoten, dat ligt in Groningen. Dat fascineerde Emil en het bracht hem op het idee voor een...

door Olga Kortz
|
24 februari 2017, 11:20am

Hoe kwam je op het idee om ontwerpers in hun oorspronkelijke context te plaatsen, via hun omgeving? 
Het idee voor deze indirecte portretten kwam toen ik met de ontwerper Jan Boelo koffie zat te drinken, en we begonnen te praten over waar hij vandaan kwam; Winschoten. Ik vond het contrast tussen zijn kleding en zijn komaf heel grappig.

Wat is het contrast?
Nou, hij maakt hele high-fashion kleding, terwijl hij uit een Gronings klein dorpje komt. Dat is nogal een contrast. Ik kom zelf ook uit zo'n soort dorpje.

Waar kom je vandaan dan?
Uitgeest, dat is richting Alkmaar. Ik voel soms ook wel echt dat ik uit een dorp kom. Altijd als ik in Uitgeest ben, of in een vergelijkbare omgeving kom, merk ik dat ik ervan houd, op een vreemde manier. Mensen in Nederland doen altijd een beetje vervelend over plekken die niet de grote stad zijn, maar ik vind dat die plekken dus wel meevallen. 

Het beeld van Jan Boelo, een boers persoon die in de high fashion zit, vond ik leuk. Daar ben ik op gaan voortborduren met het idee van het contrast tussen high-fashion en de oorspronkelijke omgeving van de ontwerper. Ik besloot Bonne Reijn hier ook in te betrekken, vanwege zijn kijk op mode.

Welke kijk?
Nou, Bonne neemt eigenlijk zijn eigen vriendengroep als inspiratiebron, en dat vind ik mega-eerlijk. Veel mensen zeggen: "Mode is dood, we moeten op zoek naar nieuwe dingen." En dat voel je ook een beetje, vind ik. Je kan eigenlijk geen meer mode maken zonder op een soort meta-niveau te opereren. 

Kijk naar Engeland: dan zie je dat ze daar echt veel meer de grenzen opzoeken van wat wel en niet kan, in POP Magazine bijvoorbeeld zie je soms zulke gelikte shoots dat het eigenlijk kritiek is op gelikte shoots. In Re-Edition stond een shoot waarin de duurste jassen aan willekeurige voorbijgangers werden gegeven, dat het hele dure van high fashion compleet naar beneden haalde.

Er wordt opnieuw antwoord gegeven op de vraag wat mode precies is.
Ja, en ontwerpers zoeken dat ook op. Soms kijk je naar een catwalkshow en denk je: het is bijna lelijk wat deze modellen dragen. Het ziet er heel goedkoop uit maar wordt verkocht voor heel veel geld.

Voor Bonne's interpretatie van mode gebruikt hij zijn eigen vriendengroep. Zijn motto is: "Eerst de persoon, dan de kleding." Hij is wel bezig met kleding verkopen, maar hij wil in eerste instantie mensen gewoon leuk neerzetten.

Als ik naar mezelf kijk, maak ik foto's omdat ik van het beeld van mensen houd. We vergeten weleens dat designers kleding maken om mensen mooi te maken. Dit is uiteindelijk het echte verhaal van deze serie geworden. Maar ik hoop ook dat het een toegankelijke serie is, door het imperfecte dat je soms krijgt als je echte mensen, op niet te uitgedachte locaties, fotografeert.

Hoe is Bonne te werk gegaan?
Gesprekken die ik met Bonne had, gingen veel over de definitie van smaak en het verschil tussen 'mode' en 'fashion'. Voor hem ging dit project ook over smaak en mode, en niet over 'fashion'. Mode is voor Bonne identiteit - vinden wat je zelf het mooist vindt; fashion is wat mensen zeggen dat je mooi moet vinden. We vinden het beiden leuk als styling niet teveel is bedacht, omdat je dan de persoonlijkheid of identiteit van het model verliest. Dus als ik moet beantwoorden hoe Bonne te werk ging, dan keek hij naar de smaak van de ontwerpers en de smaak van de personen die we fotografeerden. Ze mochten vooral ook zelf uitkiezen wat ze zelf zouden dragen. Het ging niet om mooi of niet mooi - zo lang het maar 'eigen' was. 

Welke mensen ben je gaan portretteren, wie vormen het indirecte portret van Jan Boelo?
Iemand met wie hij elke vrijdag monopoly speelde, iemand met wie hij elke donderdag tapas at, zijn kickboksleraar, dat soort mensen. Gewoon vrienden en familie.

Wat kun je vertellen over de andere series? Wat zien we daar?
Hoe graag ik ook de roots van de ontwerpers wilde fotograferen, ik kon er niet omheen dat de meesten zijn verhuisd naar de stad. Joris en Tessa van Maison the Faux wonen in Arnhem, wat voor mij toeristisch en dus anders genoeg was, maar David Laport en Phillip en Rens van Schueller de Waal wonen al een tijdje in Amsterdam. Die omgeving wilde ik vermijden, dus in deze series lag de focus meer op de geportretteerde personen.

Bij David Laport heb ik nog geprobeerd de omgeving van Zeeland te betrekken in de serie; of die locatiebeelden een contrast vormen of juist een mooie toevoeging aan zijn kleding weet ik niet. Wat ik leuk vind is dat elke serie anders voelt. Ik hoop dat je dan toch een idee krijgt van wie de ontwerper is.

Hoe zou je het resultaat van deze serie omschrijven?
We hebben geprobeerd door het high-fashion-plafond heen te prikken, dat onbereikbare van die zogenaamde verkoopbare droom. Uiteindelijk zijn we allemaal mens, willen we er allemaal mooi uitzien, en houden we allemaal van grapjes. Dat zie je, als het goed is. 

Credits


Tekst Olga Kortz
Fotografie Emil Pabon
Bekijk woensdag 1 maart deel 2, met Schueller de Waal in de hoofdrol.