iris ruisch over de nieuwe stijl van de amsterdamse fashionweek

We spraken met de directeur van AFW over haar nieuwe koers.

|
jul. 15 2017, 2:15pm

Sinds de aanstelling van Iris Ruisch als creatief directeur van de Amsterdamse modeweek anderhalf jaar geleden, is de koers van de Amsterdamse modeweek veranderd. De aandacht gaat nu vooral uit naar de nieuwe generatie ontwerpers. We spraken Iris Ruisch over de nieuwe weg die ze heeft ingeslagen en hoe zij haar rol ziet als het gaat om meer diversiteit.

Deze week is de vierde editie sinds jij creatief directeur bent, en wederom ligt de focus op de jonge ontwerpers. Is dit definitief Amsterdam Fashion Week nieuwe stijl?
Ja, ik denk wel dat het een belangrijke richting is. We zijn een klein land, maar hebben wel zeven ontzettend goede mode-opleidingen. En we leveren ook: er werken ontzettend veel Nederlanders in de mode-top in het buitenland en dat beseffen we ons eigenlijk niet zo. Ik wil dat er in Nederland meer ruimte gecreeërd wordt voor ontwerpers die zich niet meteen op het buitenland focussen. Die focus op het buitenland wordt gestimuleerd en daar sta ik ook achter. Maar er is in Nederland een happy few die het aankan om hier te ondernemen in de mode. Die groep wil ik heel graag zo zichtbaar mogelijk maken en dat kan en moet tijdens Amsterdam Fashion Week.

Ik las dat je zei dat de ontwerpers geen instap fee hoeven te betalen. Hoe kun je zoveel shows van jonge ontwerpers dan mogelijk maken?
Het is natuurlijk niet gratis. In principe betalen designers behoorlijk veel geld om te kunnen showen. Maar iedere net-afgestudeerde ontwerper heeft waarschijnlijk een studieschuld, en weinig geld. Maar ze hebben wel potentie en ik wil dat toch kunnen programmeren. De regeling die we hebben afgesproken bij Fashion LAB, waar ik jonge ontwerpers die ik interessant vind voor selecteer moet je je zo voorstellen: gedurende drie edities krijgen ze coaching, ik denk met ze mee, help ze bij de collectie samenstellen, ik breng ze in contact met de specialisten uit het veld waar ze iets aan hebben. Zo krijgen ze de juiste begeleiding en vallen ze niet in een diep gat na hun studie. De eerste keer betalen ze niet voor hun show, de tweede keer betalen ze de helft, en de derde keer betalen ze de initiële instapfee. Ze krijgen drie keer achter elkaar hun podium en begeleiding, waardoor ze ook een grotere slagingskans hebben.

Maison The Faux is aanstaande zondag weer terug, ik was even bang dat we die kwijt zouden zijn aan New York. Ben je er niet bang voor dat designers alsnog vertrekken?
Nou, ik stimuleer dat ook wel. Maison showde drie keer bij ons en ze hadden nog een presentatie hier voordat ze naar New York gingen. En ze zijn wel loyaal aan ons, ze hebben bij ons deze kans gekregen, en waar ze nu zijn daar horen ze ook. Ze gaan overigens wel iets leuks doen, ze showen het eerste deel van hun collectie hier, en het tweede deel in september in New York. Dat vind ik juist heel vet op die manier.

De Tsjechische ontwerper Jan Černý heeft deze week ook een show, is dat ook een ambitie van je? Jonge buitenlandse designers naar Amsterdam halen?
Ja, Jan is onderdeel van het exchange programma en ik vind dat wel een belangrijk onderdeel. Ik geloof heel erg in die verbinding maken. Ik denk dat zijn collectie erg interessant is.

Niet iedereen neemt deze modeweek serieus. Toch is dat beeld de laatste tijd aan het kantelen, denk ik. Heb jij dat gevoel ook?
Na de laatste editie in januari hebben wel eigenlijk alleen maar positieve pers gehad. AFW heeft toch wel het imago van een champagnefeestje, maar dat is het eigenlijk al heel lang niet meer. Maar goed, als je dat eenmaal hebt dan kom je er lastig van af. Als er veel wijzigingen zijn in een organisatie is dat nooit bevorderlijk. Dat werkt allebei tegen je. Maar dit wordt nu mijn vierde editie en nadat we in januari enkel positieve pers hebben gehad, durf ik nu wel te denken: hopelijk is iedereen wel zo'n beetje om.

Maar het werkt misschien ook niet mee dat het er een beetje uitziet als een champagnefeest, de aankleding versterkt dat gevoel in ieder geval wel. Zou die niet wat progressiever mogen?
De vorige keer hebben we alles wit gedaan, voorheen was alles altijd zwart. De openingsavond de vorige keer was The Painting, die natuurlijk helemaal in het teken stond van het onbeschilderde canvas, en dat wil je dan eigenlijk doortrekken in je styling. In de zomer is het altijd lastiger, want dan heb je comfortabele zitjes nodig. We hebben nu gekozen voor heel veel groen, en natuurlijke materialen. Het moet een open uitstraling hebben. We proberen ons campagnebeeld door te voeren in de styling, daar zit een hele grafische jas in van Bas Kosters en een hoofdtooi van Das Leben am Haverkamp in. En er zit zwart en wit in, primaire kleuren, dat probeer ik dan ook door te voeren naar buiten. Inmiddels is alles nu wel doordacht.

Er was flink wat commotie om het stuk van Anne van Laarhoven dat op jullie site verscheen, over het gebrek aan diversiteit in de mode. Vind jij dat jij een taak hebt om de industrie diverser te maken?
Ja, en ik vind ook dat wij prat gaan op die diversiteit. In januari vorig jaar, mijn eerste editie, openden we de week met Jan Hoek en Duran Lantink. Hoe divers wil je het hebben? We hebben nu ook het albinomodel Sanebe Saba dat net bij Elite heeft getekend hier, die loopt hier drie shows. Valentijn de Hingh is bij ons begonnen. En ik heb nu heel duidelijk gekozen voor een donker model voor het campagnebeeld, om die diverse boodschap over te brengen.

Heb je goede hoop dat de mode diverser gaat worden?
Ja, maar begrijp me niet verkeerd: ik ben niet degene die het moet bepalen. Het is aan de designers, het is hun mode. En hun keuze. Ik heb wel het convenant getekend, de model's health pledge, voor goede omstandigheden voor modellen, zodat ze een gezond voedingspatroon hebben bijvoorbeeld. Dat heb ik niet voor niets getekend. Dus als ik iets zie bij fittings en collectiedoorlopen, waar ik ook altijd bij ben, waarvan ik denk: dit klopt niet, dan ga ik daarvoor liggen. Van de andere kant denk ik ook: een model kan ook gezond en mager zijn. Het is best lastig. Ik vind het wel belangrijk om te benadrukken dat mijn rol adviserend is, en niet bepalend.

Credits


Tekst Olga Kortz
Fotografie Milan Gino