europese clubkids op de dansvloer

Jesús Madriñán legt de magie en de kracht van nachtclubs vast.

door Sarah Moroz
|
21 oktober 2016, 4:20pm

Jesús Madriñan doet het anders dan de rest: portretfotografie in nachtclubs. Zijn ouders handelden in antiek, en zo groeide hij op tussen oude kunstwerken en klassieke schilderijen. Later studeerde hij ook kunstgeschiedenis in Barcelona en Londen. Met zijn fotografie laat hij zien dat een nachtclub meer is dan een plek waar je kan feesten; het is een plek waar je jezelf kan zijn. Dat spreekt hem aan, omdat hij zijn identiteit leerde kennen in het nachtleven.

Met zijn nieuwe pop-upstudio legt hij de mensen vast die net een donkere club uitkomen. Zo schoot hij de serie 'Good Night London' in 2011 en volgde daarna de serie 'Boas Noites' uit 2013, geschoten in Spaanse dorpen van Galicia. Momenteel is hij bezig met 'Dopo Roma' ('Na Rome'). Het zijn beelden die in de schemering buiten de club zijn geschoten. Onlangs schoot hij portretten in Rome en liet hij ze deze herfst exposeren bij Unseen in Amsterdam.

Het concept achter alle serie foto's komt overeen: een studie van lichaamstaal en percepties van jezelf tijdens het uitgaan - bewust of niet.

Waar kwam het idee van 'Good Night Londen' vandaan? Waarom was je als fotograaf zo aangetrokken tot het nachtleven?
Het nachtleven was voor mij een plek waar ik kon schuilen omdat ik als homoseksueel opgroeide in een omgeving waar het niet werd geaccepteerd. Maar ik voelde me er niet altijd even comfortabel bij. De kans van het ontmoeten van iemand, jezelf kunnen zijn, gaf me hoop . Maar aan het einde van elke avond voelde ik me gefrustreerd. Ik was heel erg aangetrokken tot het nachtleven, maar tegelijkertijd begreep ik het niet helemaal. Ik weet nog dat ik een keer alleen in een club was en alleen om me heen zat te kijken. Het beeld van al die jonge mensen die aan het dansen waren, ontroerde en inspireerde me tegelijkertijd. Dat was het begin van alles.

Wat is jouw proces van foto's maken in clubs?
Ik heb de portretseries geschoten in verschillende nachtclubs waar ik op regelmaat kwam met mijn vrienden. Deze gecreëerde omgevingen zijn belangrijk voor jongeren die bezig zijn met het vormen van hun identiteit, en dat vind ik interessant. Ik gebruik een vrij grote camera en zet midden op de dansvloer een studio op. Het is dus allesbehalve de studiofotografie die je kent. Er is luide muziek van de club in plaats van de stilte in een studio, en de mensen die komen zitten poseren op wat voor manier zij willen. Het zijn altijd vreemden, en hun poses staan voor hoe zij gezien willen worden. Voor mij persoonlijk is het portretteren een intieme relatie tussen de gefotografeerde en de lens, die samenkomt met het publiek.

Wat is het verschil tussen het maken van een privé-portret of een een portret in het openbaar?
Dat is het leuke eraan. Mijn werk draait om het vastleggen van spontaniteit in het leven, maar wel met het gebruik van technieken uit de studio. Het is een contrast tussen zorgvuldige vaardigheid en chaotische situaties. Een bepaalde techniek of belichting kan de realiteit veranderen. Ik denk aan de woorden van Hiroshi Sigumoto: "Hoe nep het onderwerp ook mag zijn, het is zo goed als echt als het gefotografeerd is", maar ik sta daar helemaal anders in. Hoe echt de situatie zou kunnen zijn, het maakt het bijna kunstmatig als het is gefotografeerd.

Je hebt in verschillende steden gewoond; verschillen de houdingen van de mensen bij het gefotografeerd worden?
De reacties van mensen zijn per stad net iets verschillend. Maar omdat ik altijd heb gewerkt in Westerse steden, is dat verschil aan het einde van de dag toch kleiner dan ik dacht. Als ik iemand gefotografeerd heb, geef ik daarna mijn kaartje. Een voorbeeld van het verschil is dat bijna niemand uit Groot-Brittannië en Spanje mij daarna hebben gevraagd naar zijn of haar portret, terwijl bijna iedereen in Italië dat wel deed.

Welke fotograferen en artiesten zijn jouw voorbeelden?
Ik hou van het werk van Felix González-Torres, en dat van Angela Strassheim, Alec Soth, Marlene Dumas, Nadav Kander, Nikolay Bakharev, en dat van Sophie Calle. Ook hou ik van schilders zoals Emile Friant, Antonio Gisbert en Sánchez Cotán.

Je voert met 'Dopa Roma' de thema's door van 'Good Night Londen' en 'Boas Noitas' maar dan buiten en na het uitgaan. Waarom?
Ja, met 'Dopa Roma' heb ik buiten de clubs, na afloop van het feestje, onderwerpen voorgelegd aan het publiek. Ik wilde met ze spelen door vraagstukken aan te kaarten terwijl de zon op komt, ook al ik wist ik wel dat ze geen duidelijke antwoorden zouden geven. 

In de introductie van 'Boas Noitas' beschrijf je je werk als het verbeelden van "de jeugd zonder dromen". Wat bedoel je daarmee?
Er zit geen droom of ideaal achter mijn werk. Ik leg de idealen van anderen vast, omdat ik anderen fotografeer. 

Portretteren staat ook in je commerciële werk centraal. Waarom is dat zo van belang voor jou?
Voor mij is het portretteren van mensen een manier om de kenmerken van een samenleving in een moment vast te leggen. Je krijgt heel veel ruimte om dingen over te dragen in een portret. Daarbij zie ik ook een deel mezelf in al mijn portretten, en daardoor begrijp ik mezelf steeds meer.

jesusmadrinan.com

Credits


Tekst Sarah Moroz
Fotografie Jesús Madriñán

Tagged:
Interviews
Cultuur
jesús madriñán