Advertentie

hoe dylan rieder een brug sloeg tussen mode en skaten

Wat je ook van hem vond, één ding was altijd heel duidelijk: het boeide hem totaal niet wat mensen van zijn stijl vonden. Hij deed wat hij leuk vond, hij skatete hoe hij wilde en hij droeg wat hij wilde.

door Oliver Lunn
|
25 oktober 2016, 10:50am

De dood van de 28-jarige Dylan Rieder heeft veel indruk gemaakt. Al snel werd Instagram overspoeld met hulde voor de skater en het model. "Je was mijn favoriet omdat je gewoon jezelf was. Ik hou van je en ik mis je ontzettend!" zei pro-skater Alex Olson. "Hij was een van de aardigste, nuchterste en geweldigste mensen die ik ooit heb ontmoet," zei Cara Delevinge, die ooit met Dylan modellenwerk gedaan heeft. Zelfs Ozzy Osbourne wilde iets aardigs delen: "Hij was een van meest getalenteerde en dapperste mensen ooit. Ik voel me vereerd dat ik je mocht leren kennen."

Het overlijden van Rieder, als gevolg van een tweejarige strijd tegen leukemie, is een ontzettend groot verlies voor de skatewereld. Niet alleen omdat hij zonder twijfel een van de beste skaters op de planeet was, of omdat hij er zo ontzettend mooi uitzag op een skateboard, maar omdat hij een brug sloeg tussen twee verschillende culturen: mode en skaten. Deze twee werelden hebben een lange tijd gebotst, maar Dylan zorgde er op een unieke manier voor dat de twee verbonden werden. Hij was een stille rebel. Hij omarmde de mode niet alleen zonder gêne, maar hij zorgde er ook voor dat andere skaters zich met mode bezig gingen houden.

Alleen al met zijn rol in de beroemde Gravis-video uit 2010 inspireerde hij een hele generatie skaters om de broekspijpen op te rollen en nette overhemden te dragen.

Rieder, die onder meer werd gesponsord door Supreme en HUF, schuwde wat betreft zijn kledingkeuzes de controverse niet. In het 2010 werden zijn Gravis-loafers niet warm onthaald. "Toen ze net uitkwamen werd er denk ik veel over geroddeld," vertelde hij in een aflevering van Epicly Later'd. "Ik kreeg zeker veel haat over me heen maar ik ben dol op die schoenen."

Loafers waren zeker geen traditionele skateschoenen, maar eerder het soort schoenen dat je aandoet naar een kunstexpositie. Je hebt lef nodig om met ze aan te komen zetten bij een skatepark. Volgens Jason Dill, een van zijn Supreme-collega's, was dat juist wat Dylan zo bijzonder maakte. "Kijk eens naar deze originele klootzak," zegt hij, "die een beetje rondrijdt met zijn opgerolde pijpen en zijn dichtgeknoopte overhemden met kettinkjes en shit. Hij ziet er geweldig uit!"

Zijn interesse in mode lijkt hem in de richting van met modellenwerk te hebben geduwd. Een memorabel moment was dan ook zijn aanwezigheid in de DKNY-campagne uit 2014 met Cara Delevinge. Voor Rieder waren de skatewereld en de modewereld helemaal niet zo verschillend als men altijd dacht. Hij verlegde de grenzen toen hij de reclame voor zijn eigen HUF-schoenen regisseerde. Het stijlvolle zwart-witfilmpje werd geschoten in Berlijn. Je ziet dromerige beelden van Dylan in een kamer met een naakt meisje op een stoel achter hem. En natuurlijk ontbreken de slowmotionshots van een skatende Dylan niet. Ja, hij was daadwerkelijk in staat om tegelijkertijd skater én model te zijn. Hierdoor begon iedereen natuurlijk meteen opnieuw met discussiëren. Een reactie op YouTube vatte het debat goed samen: "Mensen zijn aan het haten omdat dit niet is wat normaal voorgeschoteld krijgen. Probeer eens voor jezelf te bepalen wat je leuk vindt, stelletje meelopers."

Wat je ook van hem vond, één ding was altijd heel duidelijk: het boeide hem totaal niet wat mensen van zijn stijl vonden. Hij deed wat hij leuk vond, hij skatete hoe hij wilde en hij droeg wat hij wilde, en niet wat van een skater verwacht werd. Tot het bittere einde bleef hij zichzelf.

Hij heeft er wel voor gezorgd dat skatekleding begon te veranderen. Kort na de video voor Gravis gingen skaters massaal witte T-shirts met een V-hals dragen en rolden ze hun broekspijpen op, terwijl ze zijn moeilijke tricks na probeerden te doen in het park. Deze look stond een tijdje in de spotlight, maar al snel nam een andere trend het weer over: de jaren negentig. Skaters gingen weer voor baggy broeken, maar Dylan bleef trouw aan zijn eigen stijl. Hij zag er altijd uit alsof hij nonchalant een peukje ging roken na een modeshow: veel cooler kan bijna niet. Zoals altijd sprong hij er weer uit als een - zoals Dill het zei - "originele klootzak."

Zijn originaliteit nooit zo overduidelijk als toen hij, tot iedereens verbazing, meedeed aan de Street League, een internationale skatewedstrijd. Tussen de skaters met petjes van Monster Energy en de overdaad aan sponsoren op beeldschermen, viel Dylan onmiddellijk op. Hij droeg een simpel wit T-shirt en donkere spijkerbroek. Hij droeg als enige geen logo's. Tijdens een van de evenementen stak hij een middelvinger op naar de camera, ogenschijnlijk om uit te drukken hoe absurd de situatie daar eigenlijk was. Zijn grijns zei voldoende: I don't give a fuck. 

Het valt niet te ontkennen dat mode invloed heeft gehad op skateboarden - en andersom - of skaters het nou leuk vinden of niet. Toen Vogue bijvoorbeeld een 'skate week' organiseerde, zorgde dat voor veel verontwaardiging. Sommige skaters hebben het idee dat de modewereld zich te veel bemoeit met de skate-cultuur. Alsof je geen shirt van Trasher mag dragen als je niet kan skaten. Maar eigenlijk hebben we hier te maken met een wisselwerking: skaters raken geïnspireerd door mode, net zoals mode geïnspireerd wordt door skaters. Pro-skater Eric Koston is het hier in ieder geval mee eens: "of skaters het nou leuk vinden of niet," zei hij tegen i-D, "ze zijn wandelende lookbooks […] de skatescene neemt ook dingen van de modewereld over. Dus wat mij betreft is het prima."

Rieder was de belichaming van dit idee. Hij sloeg een brug tussen mode en skaten. En hij was een rebel. Hij liet zich niet leiden door hoe hij zich als skater zich zou moeten gedragen, of wat hij zou moeten dragen. Het is gissen wat hij allemaal nog meer zou hebben gedaan, maar het zouden zeker dingen zijn waar we het allemaal over zouden hebben. Rust zacht, Dylan Rieder. 

Credits


Tekst Oliver Lunn
Screenshot via YouTube