ib kamara’s ‘soft criminal’ is een eclectische ode aan creatief afrika

De editor-at-large van i-D vertelt over zijn vernieuwende serie vol surrealistische mode.

|
21 september 2018, 9:48am

Manhattan mag dan nog steeds het decor van New York Fashion Week zijn, maar aan de andere kant van de rivier is Brooklyn zich steeds meer aan het ontwikkelen als tweede modecentrum. Het is de plek waar progressievelingen in de mode hun nieuwe ideeën tonen; de creatieve jongeren die hun gebrek aan budget ruimschoots compenseren met hun verfrissende kijk en vindingrijkheid.

Het is ook de plek waar drie Britse modetalenten afgelopen week de meest indrukwekkende expositie van de stad openden: Soft Criminal van i-D’s moderedacteur Ib Kamara, de Londense ontwerper Gareth Wrighton en fotograaf Kristin-Lee Moolman uit Johannesburg. Het project is een ode aan de bloeiende creativiteit in Afrika, afgebeeld in een surrealistisch, cinematisch modelandschap.

Ib en Gareth kennen elkaar al sinds hun studietijd aan Central Saint Martins in Londen. Ib en Kristin vonden elkaar op Instagram en werkten sindsdien samen aan een aantal ambitieuze projecten, waaronder een krachtige editorial in Zuid-Afrika voor de herfsteditie van i-D. Het trio heeft hun werk daarnaast tentoongesteld in het MoMA en heeft samengewerkt aan de 2017 Coachie zine, exclusief in elkaar gezet voor de Tate.

Aan Soft Criminal is te zien dat het drietal exact op dezelfde golflengte zit. Het werk bevraagt onze kijk op mode en waar het voor zou kunnen staan – een creatieve symbiose tussen een stylist, een ontwerper en een fotograaf.

“We hebben geleerd om compleet eerlijk tegen elkaar te zijn,” vertelt Ib over hun samenwerking in aanloop naar de tentoonstelling. “We hebben geen tijd om dingen te maken die niet goed genoeg zijn. We wilden onszelf echt uitdagen om alles uit onszelf te halen. Daarnaast waren we constant op onze eigen smaak aan het reflecteren. Als we het ergens niet over eens waren lieten we het eerst rusten voordat we erop terugkwamen en een compromis sloten. Ook hebben we dingen nooit persoonlijk opgevat.”

De kleding die in de shoot werd gebruikt is in Johannesburg gemaakt, net als rest van de serie. Het werk onderzoekt de niche tussen mode, fotografie en Afrika. Maar in de context van New York krijgt het werk ook nog eens een andere betekenis. “We komen allemaal uit Londen, dus we hadden daar makkelijk kunnen exposeren,” legt Ibrahim uit. “Maar New York is een goede uitdaging. Er zijn hier niet veel jonge, Britse mensen die op deze schaal hun werk laten zien. Daardoor zijn we een soort underdog, we hebben het onszelf zeker moeilijk gemaakt. Maar juist omdat we het onszelf zo moeilijk hebben gemaakt vonden we dat we een show moesten neerzetten die mensen echt bijblijft.”

Soft Criminal is daarnaast interessant omdat het niet alleen om fotografie draait, maar ook om de mode in de foto’s. “Voor de kleding werkten we samen met Chris, een Congolese kleermaker die zijn atelier in Johannesburg deelt met een kapper. Het was fantastisch om met hem te mogen werken.” De kleding die het trio heeft gemaakt is vernieuwend, vervreemend en intrigerend. Zo is er een paar geblingde Taleguillas te zien, de broeken die deel uitmaken van het uniform van een traditionele stierenvechter. Het zijn dit soort elementen die ervoor zorgen dat het project theatraal en surrealistisch overkomt, en tegelijkertijd de conventies rondom mannelijk- en vrouwelijkheid bevraagt.

In eerste instantie vond kleermaker Chris de onconventionele ideeën over mannenmode zorgwekkend. “We gingen met hem zitten om onze schetsen te bespreken, en hij begreep niet wat we wilden doen. Hij vroeg ons waarom we jongens korsetten wilden laten dragen,” vertelt Ib. Maar ondanks het onbegrip gebruikte Chris al snel zijn eigen kennis om het team te adviseren over stoffen en technieken. “Hij loste al onze problemen op. Hij was echt onze redder.”

Soft Criminal is daarnaast geïnspireerd op films, kunst, politiek en de wereld om ons heen. Sommige personages in de foto’s houden geweren vast, waardoor het project een gevoelige snaar raakt bij velen die in het alledaagse leven bang zijn voor mogelijk wapengeweld. “Er staan inderdaad geweren op de foto’s, maar we willen daar geen wapengeweld mee promoten. Het is eerder een artistieke keuze, net zoals je dat zou zien in werk van Tarantino. Als het publiek fan is van een Tarantino-film, zou onze tentoonstelling ook geen probleem moeten zijn.” Geweren hebben volgens hen niks te maken met glamour: ze zijn in de serie vooral een weerspiegeling van de sociale en economische verschillen in de wereld.

Nadat de serie af was, hadden Ib, Gareth en Kristin-Lee maar een berouw: het feit dat het niet mogelijk was om een van hun muzes mee te nemen naar de Verenigde Staten. “We wilden een van onze Zuid-Afrikaanse modellen hierheen vliegen, maar door problemen met visums is dat helaas niet gelukt. Ze maakten het ons echt moeilijk.” Culturele samenwerkingen zouden nooit door overheden gestopt mogen worden: het is frustrerend dat zelfs vandaag de dag artistieke projecten op deze manier kunnen worden kapotgeslagen. “Het herinnerde ons aan hoe oneerlijk de wereld in elkaar zit. Wij kunnen wel naar Afrika vliegen, maar Afrikaanse mensen mogen niet zomaar naar het westen vliegen. Dat is extra pijnlijk omdat wij daar creatief gezien alles mochten doen wat we maar wilden. Mensen waren heel gastvrij.”

Soft Criminal is uiteindelijk veel meer dan een tentoonstelling. Het is de visie van het trio in de meest pure vorm. “Maar het moet niet te serieus worden genomen. Het is vooral bedoeld als iets positiefs en inspirerends. We hebben genoten van elk moment in het maakproces.” Het resulteerde in een bepaalde unieke, rauwe creativiteit. Een persoonlijke manifest vol cinematische, surrealistische mode dat in anderhalf jaar tot stand kwam, “Voor ons voelt het als een serie van filmshots. De personages op de foto’s zijn allemaal even belangrijk.”

Is er na al die tijd nog ruimte en energie voor een tweede deel? “We willen geen druk voelen van buitenaf. Als we in de toekomst klaar zijn om nog iets te maken, zullen we dat zeker doen. Misschien dat we in de tussentijd onze individuele projecten weer oppakken, maar hoe dan ook zullen we elkaar blijven steunen.”

“Het is de Central Saint Martins manier van dingen doen: als je iets eenmaal gemaakt hebt, ga je weer verder. Je moet mensen niet vervelen door steeds hetzelfde te doen, dat is alleen maar saai. Het is belangrijk om altijd in beweging te blijven.”