Janette Beckman, Women Rappers NYC, 1988.

de britse fotograaf die exclusieve toegang kreeg tot new yorkse rappers

Janette Beckman legde in de jaren tachtig en negentig rijzende sterren vast als Salt-N-Pepa en Run-DMC.

door Sarah Moroz
|
05 september 2019, 11:51am

Janette Beckman, Women Rappers NYC, 1988.

In de jaren tachtig en negentig woonde de Engelse fotograaf Janette Beckman in East Village in New York, en fotografeerde ze meerdere concerten per week voor de Britse pers. Ze maakte portretten van de ontluikende hiphopwereld, die haar sterk deed denken aan de punkwereld die ze in de jaren zeventig in Engeland had vastgelegd: beiden waren ontstaan uit ruwe gemarginaliseerde gemeenschappen die hun onvrede op een creatieve manier kanaliseerden.

Beckman was een van de zestig fotografen – en een van de enige vrouwen – in het boek Contact High: A Visual History Of Hip-Hop, waarin alternatieve varianten van de meest iconische hiphop-portretten te zien zijn. De muziek van Biggie, Aaliyah en Dr. Dre veranderde het muzieklandschap, maar ook hun stijl had een gigantische invloed. Beckman maakte levendige foto’s van Salt-N-Pepa ­– met felrode lippen, gouden kettingen, felle lycrapakken en veel te grote leren jassen – en elegante, intieme zwart-witportretten van mensen als Queen Latifah, Gang Starr en Big Daddy Kane. Ze bracht iets verfrissends tussen de hypergestileerde foto’s die meestal van grote beroemdheden werden gemaakt. We spraken haar vanuit haar studio in New York over haar frustraties over imagobeheer, authenticiteit, en een magisch moment in 1988 waarbij een groep vrouwelijke rappers bijeenkwam in een Mexicaans restaurant.

i-D: Hoe heb je besloten om fotograaf te worden?
Janette Beckman: Ik ben opgegroeid in Londen en ging naar de kunstacademie, ik studeerde fotografie. Toen ik eind jaren zeventig afstudeerde begon de punk net op te komen. Op een dag liep ik binnen bij een muziektijdschrift met mijn portfolio ­­– ik had nog nooit een muzikant gefotografeerd, maar toch. Ik ontmoette Vivien Goldman, ondertussen een beroemde schrijver. Ze vroeg: “Wat doe je vanavond? Heb je zin om foto’s te maken van Siouxsie and the Banshees?” Daar ging ik, zonder ooit een optreden te hebben vastgelegd. Na afloop rende ik, midden in de nacht, terug naar mijn doka om de foto’s te ontwikkelen en af te drukken. De volgende dag kwam ik ermee terug. Vivien zei: “O dit is te gek!”, en ze gaf me meteen nog een opdracht.

1567169684194-5-Salt-N-Pepa-from-the-cover-shoot-for-Shake-Your-Thang-contact-sheet-1987-Photo-by-Janette-Beckman
Salt-N-Pepa, van de covershoot voor Shake Your Thang (1987). Foto door Janette Beckman.

Hoe was het om de stap van Britse punk naar Amerikaanse hiphop te maken?
Toen er voor het eerst een hiphopgroep naar het Verenigd Koninkrijk kwam op een tour, stak ik mijn hand op tijdens een vergadering: ik wilde ze graag fotograferen. Ik ging naar hun hotel, en zag ze in de lobby. Ik vroeg of ik ze mocht fotograferen. Achteraf bleken het heel belangrijke mensen in de hiphopwereld te zijn: Futura, Rammellzee, Afrika Bambaataa, Grandmixer DST, Fab Five Freddy. Ik ging die avond naar het concert, en ze stonden allemaal samen op het podium. Ik had nog nooit zoiets gezien. Een paar maanden later was ik op bezoek bij een vriend in New York, en toen ben ik er gebleven.

Hoe bekend was je met de muziek van de artiesten die je fotografeerde? Was dat belangrijk om een goed portret te kunnen schieten?
Dat was zeer belangrijk, en dat is het nog steeds. Hoe meer je van iemand weet, hoe beter je ze vast kan leggen. Vroeger trok ik als ik iemand moest fotograferen altijd een tijdje met ze op, of ging ik mee naar een concert, dus toen kende ik hun muziek altijd. Soms was ik mee op tour, en dan hing ik een beetje backstage. Soms moest ik wel drie dagen wachten voordat ik foto’s kon maken, want een fotograaf van een of ander muziekblad stond natuurlijk vrij laag in de pikorde. We hadden toen geen idee hoe belangrijk hiphop ging worden. Ik zat er middenin, dus dan heb je amper door wat er gebeurd. Maar de Britse pers was erdoor geobsedeerd.

Tegenwoordig worden de imago’s van artiesten strak geregisseerd. Het klinkt alsof je in jouw tijd echt nog toegang had, in plaats van dat je een gecureerd beeld voorgeschoteld kreeg. Hoe heb jij die overgang ervaren?
Punk en hiphop komen voort uit de onderklasse, de artiesten zagen geen toekomst voor zichzelf, er waren geen banen. New York was straatarm toen ik er kwam, en Londen ook toen ik er wegging. Niemand had geld: er waren geen stylisten, geen haar- en make-upmensen. De managers hielden zich bezig met managen, en niet met dicteren hoe hun artiesten eruit moesten zien. Begin jaren negentig begon dat in de hiphop te veranderen, en hadden PR-mensen ineens een mening over waar je wel en niet mocht komen. Toen ik op het Newport Jazz Festival aan het werk was, mocht ik bands alleen tijdens hun eerste nummer fotograferen, wat gestoord is; iedereen ziet er juist op z’n best uit tijdens het laatste nummer, als mensen bezweet zijn en er helemaal in opgaan. Als je nu iemand als Beyoncé in een tijdschrift ziet staan, die van zichzelf al extreem knap is, weet je gewoon dat elk beeld goedgekeurd is door allerlei mensen. Voor de shoot moet je tegenwoordig een contract tekenen waarin staat dat je niets publiceert zonder hun goedkeuring. En dan heb je natuurlijk ook nog Photoshop. Voor mij is de authenticiteit van de muziekwereld grotendeels verloren gegaan. Je kan geen verhaal meer vertellen, want de verhalen worden bepaald door de bands zelf.

1567169734185-9-Slick-Rick-1989-Photos-by-Janette-Beckman
Slick Rick (1989). Foto door Janette Beckman.

Wanneer begon dit voor jou echt een probleem te worden?
Toen ik in 1983 naar New York kwam had ik twee albumcovers voor The Police geschoten, en allerlei shoots gedaan met The Clash, Boy George, The Sex Pistols, noem maar op. Ik ging langs wat platenlabels met mijn portfolio, met het idee dat ik wel wat nieuwe covers zou mogen schieten. Maar zelfs toen in 1983 zeiden ze al dat mijn werk “te ruw” was. “Je kan hun huid zien.Wij airbrushen alles.” De eerste albumcover die ik weer mocht schieten was voor de Fearless Four, een nieuwe hiphopgroep. Ze droegen felgekleurde leren pakken, hun haar in een jericurl. Ik vond het geweldig, maar het was wel een gevalletje van “We geven je dit wel, maar eigenlijk ben je verder niet helemaal wat we zoeken.”

Hoe doe je je werk nog als iedereen zijn imago zo onder controle probeert te houden?
Gelukkig zijn er nog genoeg mensen die wel van authenticiteit houden. Ik heb dit jaar voor Dior geschoten in Londen. Maria Grazia wilde dat ik de modellen op straat schoot in Kentish Town, een beetje zoals een punkband, ook al waren ze volledig in couture gekleed. We moesten de perfecte muren vinden, net zoals ik vroeger altijd op zoek was naar goede muren om een punkgroep voor te zetten. Ik heb ook met Gucci en Dapper Dan gewerkt, en vorig jaar de wereldwijde campagne voor Levi’s gedaan. Dat was omdat de creative director dol was op mijn oude werk. We hebben toen een blockparty gegeven en de modellen gewoon op straat gecast.

Eigenlijk absurd dat merken nu juist meer vrijheid bieden dan de pers.
Ik zie het als mijn taak om modellen eruit te laten zien als normale mensen. Hoe meer je eruitziet als jezelf, hoe beter. Los daarvan doe ik ook vrij werk dat heel anders is. Ik heb rodeorijders gefotografeerd in Omaha, een illegaal damesgevecht in Brownsville, motorcrossers in Harlem, een Nascar-race in Indiana, een gigantisch EDM-festival. Ik ben altijd op zoek naar onalledaagse dingen.

1567169794995-19-Run-DMC-1984-Photo-by-Janette-Beckman
Run-DMC (1984). Foto door Janette Beckman.

Heeft het feit dat je vrouw bent ooit in je voor- of nadeel gewerkt?
Het klinkt misschien gek, maar ik heb nul slechte verhalen. Ik kwam hier als een jonge Britse vrouw. Als ik dan in de Bronx kwam fotograferen zeiden mensen: “Jij komt hier niet vandaan!”, dan zei ik “Klopt, ik kom uit Londen!”. Mensen hadden geen geld en waren nog nooit in Europa geweest, dus mijn accent was een ijsbreker. Ik was niet de standaard witte Amerikaanse man, maar iemand uit een ver land, en ze vroegen zich af waarom ik überhaupt geïnteresseerd was in waar ze mee bezig waren. Dat hielp enorm.

Hoe was het om die de shoot met al die vrouwelijke rappers te doen? Uitzonderingen daargelaten is rap nog steeds een behoorlijk mannelijke wereld, maar dit was 1988, dus dat lijkt best baanbrekend.
Dat was voor Paper Magazine, dat door twee vrienden van me was opgezet, Kim Hastreiter en David Hershkovits. Zij wisten dat ik veel hiphop fotografeerde. Rappers als Salt-N-Pepa en MC Lyte kwamen toen met een vrouwelijk tegengeluid, dat was erg interessant. We besloten om een shoot te doen met alleen maar vrouwen. Het was in een Mexicaans restaurant op Broadway, waar ook een klein podiumpje was – de locatie had ik niet zelf bedacht. Alle vrouwen kwamen met hun vriendjes, en de redacteuren zeiden: “Sorry, maar vandaag zijn mannen hier niet welkom, dus jullie zullen een paar uur wat anders moeten gaan doen.” Dat vond ik briljant. Toen de jongens weg waren, zetten we alle dames op het podium – ze kenden elkaar allemaal al omdat het een kleine gemeenschap was. Zelfs Millie Jackson was erbij, de godmother van de vrouwelijke rappers. Iedereen zag er piekfijn uit, veel vrouwen hadden Dapper Dan-outfits aan. Ik wist toen niet eens wie dat was. Ze vonden het allemaal erg leuk om zo samen te komen, en er ontstond een soort rondetafeldiscussie. Ik wou dat ik die editie van Paper nog had, zodat ik op kon zoeken waar ze het over hadden. Dit zijn legendarische vrouwen.

1567181185878-JUST-ICE-cJanetteBeckman
Just Ice. Foto door Janette Beckman.
1567181232832-Run-DMC-and-POsse-1984
Run-DMC en hun posse. Foto door Janette Beckman.
Tagged:
Hip-Hop
Janette Beckman
Salt n Pepa