de wereld van drag: londen versus new york

Hoe komt het dat New Yorkse en Londense dragqueens zo verschillen in filosofie en schoonheidsbeeld? Een Londense drag geeft antwoord.

door Amrou Al-Kadhi
|
01 december 2015, 10:06am

Mijn relatie met drag is altijd verbonden geweest met mijn liefde voor drama. Lang voordat ik een 'echte' dragqueen werd uitte ik mijn alterego door vrouwelijke hoofdrollen te spelen in schooltoneelstukken. Mijn huidige optredens worden daar nog steeds door beïnvloed. Het is ook een uitgangspunt van mijn draggroep Denim, waarmee ik drag en genderclichés ter discussie stel - een soort metadrag, die niet alleen een komisch is maar ook de nodige vragen opwerpt. Die theatervorm ligt ten grondslag van de Londense dragscene.

In New York is het anders. Toen ik daar afgelopen zomer was, stond ik te springen om Glamrou, mijn alterego, tevoorschijn te halen. Ik was verbaasd hoe anders deze kunstvorm aan de andere kant van de oceaan wordt benaderd. Drag in Londen gaat om de performance, maar veel New Yorkse queens voelen zich vooral thuis in sjieke nachtclubs. Een dragdag in Manhattan ziet er ongeveer zo uit:

1. De hele dag werken aan de meest geweldige look ooit.

2. Rond middernacht aankomen in een nachtclub.

3. Een uur lang gefotografeerd worden door beroemde nachtclubfotografen.

4. NIET DANSEN.

5. Naar huis gaan

6. Hopen dat je foto de volgende dag op een prominente plek in de nachtclubblaadjes staat.

Elementen van de dominante cultuur, waarvan je verwacht dat de New Yorkse dragscene zich ertegen afzet, zijn juist een onderdeel van de scene. Er zijn VIP-areas voor de beroemdste queens en de Club Kids, er is een invloedrijke homopaparazzikliek en een VIP-lijst met mensen als Amanda Lepore, die nog steeds haar centen verdient door in nachtclubs te verschijnen.

Het mainstream hiërarchische keurslijf van de kapitalistische celebritycultuur wordt in New York dus niet verworpen, maar nagebootst met een gay randje. Heteronormatieve ideeën zorgen binnen de gemeenschap voor eenzelfde afgebakende, champagne nippende elite. In andere woorden: niet uitgenodigd voor de rode loper? Jammer dan, schatje.

De New Yorkse homoscene is al decennia verweven met de mainstream cultuur. In de jaren zestig, toen het nog lastig was om homoseksueel te zijn, spande Andy Warhol zich in om plekken binnen de mainstream cultuur te maken waarin gays hun ding konden doen. Hij leende de taal van het Amerikaanse kapitalisme en herschreef het tot een raamwerk waarbinnen gays succes konden boeken in de mainstream - de bekende 'fifteen minutes of fame'. Zijn legendarische Factory, hartje Manhattan, was een vrijplaats voor homo- en transseksuele 'beroemdheden' die speelden in zijn films en televisieshows (die vaak doordrongen tot de grote zenders). Met zijn bekende Marilynprints deed hij eigenlijk hetzelfde. In principe stal Warhol een typisch mainstreambeeld, ontworpen voor mannelijk plezier, en bewerkte het tot een kleurrijk symbool. De Marilyn van Andy was net zozeer een dragqueen als een schermmuze.

Dankzij Warhol vonden in de jaren negentig de Club Kids, geleid door Michel Alig en James St James, hun weg naar de mainstream. Club Kids was een verzameling clubpersoonlijkheden die berucht waren om hun gestoorde kostuums en feestcultuur. Ze werden bekend door in clubs te verschijnen en in feite niets te doen. De film Party Monster portretteert de groepering treffend in een scène waar de Club Kids hun opwachting maken. In plaats van een optreden te geven staan ze op het podium en roepen ze de woorden "Money, success, fame, glamour". Het was kapitalisme op zijn puurst.

De geschiedenis van de New Yorkse gayscene zit vol met directe verwijzingen naar mainstream succes. In Paris is Burning, een documentaire over de queer ballroomcultuur in de jaren tachtig en negentig in New York, zie je verkiezingen voor wie het best de mainstream idealen uitbeeldt. Denk aan de ideale zakenvrouw, of het ideale supermodel. De term die ze gebruiken is 'echtheid'. Hoewel er tot op zekere hoogte sprake is van een parodie, proef je ook het verlangen om heteronormatief succes na te bootsen, alsof ze willen laten zien dat de mensen in de ballscene ertoe doen. Dorian Corey, huispoes van de ballcultuur, legt uit: "Het idee van echtheid is om er zo veel mogelijk uit te zien als je heteroseksuele tegenhanger. Je bent geen directeur, maar je laat de heteronormatieve wereld zien dat je er wel een zou kunnen zijn."

Ik vond het spannend om de uitbundige organisatie van de New Yorkse scene mee te maken, maar ik miste de rebellie, ik miste het idee van een alternatief cultureel model voor kapitalistisch succes. Je kunt het wel vinden in New York, maar in Londen vormt het de basis voor de dragscene. Onze dragqueens zijn diepgeworteld in theater, van mime tot Shakespeare, en ze zijn dol op het toneel. We houden van de theatrale rebellie, die bijvoorbeeld ook ten grondslag ligt aan iets als Absolutely Fabulous. Vandaar ook dat de scene zich niet zozeer afspeelt in nachtclubs, maar vooral op podia: The Royal Vauxhall Tavern, Molly Mogs, The Glory, The Bethnal Green Working Men's Club, The Admiral Duncan en de ter ziele gegane Madame Jojo's & Black Cap. Er is niet zozeer een hang naar 'echtheid' of een perfect imago, maar er is een feestelijk, politiek en uiteindelijk theatraal gebrek aan 'finesse' (Jonny Woo, Scottee, Jon Sizzle, enzovoorts…)

En het gaat verder: niet uitgenodigd op de rode loper? Fuck de rode loper! Scheur 'm doormidden, maak 'm ranzig en drapeer 'm om je schouders. Dat is Londen.

@glamrou

Credits


Tekst Amrou Al-Kadhi
Still via Paris Is Burning

Tagged:
DRAG
Londen
dragqueen
Cultuur