subculturen zijn dood (en dat geeft niet)

We grijpen constant terug op subculturen uit het verleden en blijven de bijbehorende kleding- en muziekstijlen steeds weer opnieuw uitvinden. Ondertussen lijken zich geen nieuwe subculturen te vormen. Wat is er gebeurd?

door Channa Brunt
|
07 augustus 2015, 11:20am

Wanneer je in de jaren negentig een rondje door welke Nederlandse stad dan ook maakte, herkende je in één oogopslag een gabber, kon je hiphoppers zonder moeite onderscheiden van skaters en wist je precies waar de alto's hingen. Als je vandaag de dag datzelfde rondje maakt, kom je nog steeds evenveel jongeren tegen, maar zijn die labels ver te zoeken.

Die gabbers, hiphoppers, skaters en alto's vormden allemaal hun eigen subcultuur, en elke subcultuur kwam met z'n eigen tijdschriften, clubs en ontmoetingsplekken. Dat waren ook de plekken waar ze alles leerden over de in's en out's van hun subcultuur naar keuze - hoe baggy een broek moest zijn, welke kleur je je haar moest verven, wat de meest opwindende nieuwe band was...

Om die kennis vervolgens om te zetten in de juiste looks, reisden ze stad en land af. "Voor een zwarte Levi's of Doc's moest je met de boot naar Londen, bij die ene sportzaak op het Zuidplein in Rotterdam kwamen er per week twee of drie nieuwe Aussies-designs binnen - mits de post uit Italië geen problemen had - en voor die ene skate-tee van Donna Karan moest je echt in New York zijn geweest," vertelt fotograaf Ari Versluis, de man die als geen ander de subculturen van de jaren negentig heeft weten vast te leggen in zijn serie Exactitudes. "In de jaren negentig moest je echt moeite doen om een bepaalde look te kunnen rocken."

Deel uitmaken van een subcultuur vergde de nodige toewijding. Dat had tot gevolg dat je hart in die subcultuur lag, dat je je ermee verbonden voelde en dat je daardoor niet alleen op zaterdag als je stond te hakken in de Thunderdome een gabber was, maar ook op maandag als je naar school of werk ging. Het draaide om een gevoel van saamhorigheid. Het draaide om trots.

Die toewijding werd overbodig met de komst van het internet - waar je in de jaren negentig magazines, videoclips en leeftijdsgenoten moest uitpluizen om achter dé looks van jouw subcultuur naar keuze te komen, win je dergelijke informatie nu met een paar minuten rondklikken op het internet in. Vervolgens is het een kwestie van de juiste online webwinkels opzoeken en wachten op je pakketje. Het gevolg: ons hart ligt er niet in, we zijn sneller weer verveeld met een look en ruilen die dan ook zonder enige wroeging in voor een nieuwe. Waar je vroeger zowel in het weekend als doordeweeks gabber was, zijn we nu elke dag iemand anders.

De komst van het internet droeg op die manier bij aan de vervaging van de grenzen tussen subculturen. Tegelijkertijd maakt het internet dat het vormen van nieuwe subculturen zowel onmogelijk als overbodig is geworden. Onmogelijk omdat bands en trends die in voorgaande decennia het startpunt van een nieuwe subcultuur hadden kunnen zijn, nu sneller worden opgepikt dan ooit. Vervolgens reizen ze razendsnel de wereld over en vinden ze hun weg naar de mainstream voordat ze überhaupt kunnen uitgroeien tot een subcultuur. Onnodig omdat jonge internetgebruikers op het internet de ene na de andere community vormen, waardoor online al zo'n gevoel van verbondenheid heerst dat offline groepsvorming niet langer nodig is om dat gevoel van saamhorigheid te krijgen waar de jeugd altijd al zo'n behoefte aan heeft gehad.

Jongeren van nu hebben geen subculturen meer nodig. In 2015 zet de jeugd zich op een compleet nieuwe manier af tegen de mainstream. Hun underground bevindt zich online en is complexer dan ooit. "Online is de underground dieper dan ooit tevoren. Ondanks dat het voor handen is, moet je steeds meer moeite doen om door alle afgekochte, gepromote mainstream heen te komen om daar terecht te komen," zegt de Rotterdamse filmmaker Mike Redman, die momenteel tot aan zijn nek in gabber zit voor een nieuwe film. De kunst is je een weg banen door de online mainstream om vervolgens de plekken in de uithoeken van het internet te vinden, zoals het voorheen de kunst was om dat ene optreden van die ene band in die ene underground club te vinden (stel je eens een leven voor zonder facebookevents). Achter die voorgekauwde media zitten de communities, blogs en Tumblr's waar jij de nieuwste trends vindt voordat de mainstream dat doet.

En zo kennen we in 2015 een compleet nieuw straatbeeld ten opzichte van voorgaande decennia. "In deze tijd wordt het straatbeeld gedomineerd door snel opeenvolgende transities op het vlak van gender, leeftijd, culturele afkomst en design. Deze overgangen lijken meer vrijheid te geven om te experimenteren met verschillende looks en de daaruit voortvloeiende experimentele identiteitsopbouw," zegt Versluis. "Gender neutral en unisex shopping in Selfridges, uberfitte grannies in outdoorwear versus Sapeur Kids, djellabas, sportgoths en hightech moslima's, om maar iets te noemen."

Juist die experimentele identiteiten zijn het hedendaagse antwoord op subculturen. Het is het antwoord op de vraag hoe de jeugd van nu zich af gaat zetten tegen de mainstream - omdat nieuwe generaties zich altijd zullen willen onderscheiden van de massa, en er op die manier altijd sprake zal blijven van protest en provocatie. Punk zijn in 2015 betekent dat jongeren hun looks zo snel inwisselen dat de mainstream het niet meer kan bijbenen. Dit is de jongerenbeweging van de jaren tien. Dit is punk 2.0.

Credits


Tekst Channa Brunt
Still en video uit Lola Da Musica - Gabbers (Ari Versluis 1995 / VPRO)
Met dank aan René van Zundert en Gyz La Rivière.

Tagged:
gabber
SUBCULTUREN
digitale generatie
digitale tijdperk