ulay gebruikte polaroids als spiegel

De performancekunstenaar praat over zijn Polaroidfotografie, die nu wordt geëxposeerd in Rotterdam.

door Raymond van Mil
|
27 januari 2016, 12:30pm

Ik hou intens veel van Polaroidfotografie. Het lijkt alleen wel alsof er naast het werk van Andy Warhol en Helmut Newton alleen maar middelmatige erotiek en oneindig veel snapshots bestaan, die fotografisch gewoon niet zo interessant zijn. Ik was dan ook blij toen ik het werk van Ulay ontdekte, die begin jaren zeventig 'photo consultant' voor Polaroid was, en onbeperkt toegang kreeg tot camera's en films om mee te experimenteren. Voordat hij in de jaren tachtig beruchter en bekender werd met de performancekunst die hij maakte met zijn toenmalige geliefde Marina Abramović, maakte hij duizenden instant foto's van zichzelf waarin hij zijn identiteit en zijn verhouding tot gender en lichamelijkheid onderzoekt. Het zijn krachtige Polaroids, die hij vaak zelf manipuleerde met getypte tekst of versneed tot collages. In het geval van de bizar grote 40 x 80 inch Polaroid (dat is ruim 1 bij 2 meter) klom hij zelfs in zijn camera en bewerkte hij de negatief. In het Rotterdamse fotomuseum is nu een verzameling van zijn werk te zien. Ik ging erheen om Ulay te interviewen (en te fotograferen). Omdat Frank Uwe Laysiepen - zoals hij echt heet - op zijn 21e naar Amsterdam verhuisde, bleek hij prima Nederlands te spreken.

Polaroid van Ulay door Raymond van Mil.

Hoe kwam je ertoe om begin jaren zeventig Polaroids van jezelf te maken en te experimenteren met genderidentiteit?
In de periode '71-'74 heb ik veel 'auto-Polaroids' gemaakt. Daarbij richt je de camera op jezelf en gebruik je hem als spiegel om jezelf te leren kennen, het heeft met identiteit te maken. Ik had een sterke anima - de vrouwelijke ziel - in tegenstelling tot de animus - de mannelijke ziel. In principe ging het erom dat ik niet veel wist van mijn afkomst, van mijn identiteit, want ik was wees vanaf mijn vijftiende. Ik weet niet eens hoe mijn grootouders heetten. Op een bepaald moment krijg je de behoefte om jezelf te plaatsen, en daarvoor gebruikte ik mijn camera. In vier jaar tijd heb ik zo duizend foto's gemaakt. Je kunt je fotografische identiteit op oneindig veel manieren veranderen. Het probleem is dat fotografie altijd aan de oppervlakte blijft. Toen ben ik begonnen met zelfmutilatie als onderzoek. Snijden, tattoo's, transplantatie, om onder de huid te gaan en nog dichter bij mijn vermoedelijke identiteit te komen. En dat werkte dus ook niet. Uiteindelijk ben ik na veel zelfonderzoek gestopt met performatieve fotografie. Als laatste deed ik weer evenementen in de Appel in Amsterdam.

Ja daar las ik over, analoge prints die niet gefixeerd waren en die langzaam door het licht verdwenen.
Niet langzaam, behoorlijk snel. Ik had een negental foto's over drie wanden gehangen. Er was alleen gedimd licht, het licht wat je in een donkere kamer gebruikt zodat mensen die binnenkwamen zich wel ruimtelijk konden oriënteren. Toen de mensen binnen waren ging de deur dicht en gingen de hallogeenlampen aan, en waren de beelden in 15 seconden verdwenen. Ik noemde dat foto-dood (fototot). Ik nam vanaf het balkon foto's van dat moment, die ik later ook weer exposeerde in een zwarte portfoliomap. Die foto's waren ook weer niet gefixeerd. De negen zwarte foto's hingen er nog. Ik had er een leeslamp neergezet met de map er dichtbij. De mensen kwamen binnen en niemand durfde iets aan te raken. Op een gegeven moment begon wel iemand te bladeren en toen verdween die documentatie ook. 

De Polaroid is 110 bij 220 cm en de camera bestond uit twee kamers met een gat in de muur met een enorme lens ertussen. Voor deze foto heeft Ulay direct met een zaklamp op de negatief gewerkt. "Nog nooit klom er iemand in een camera!" zegt hij zelf trots over dit werk, dat hij zelf zijn beste werk vindt.

Heb je de vraag naar wie jij bent op een andere manier beantwoord na deze periode?
Op een gegeven moment ben ik overgestapt op performance. Het lichaam is het medium par excellence en als je jezelf tot een subject en kunstwerk maakt middels performance, dan heb je iets heel unieks. Er is geen enkel kunstwerk dat een bewustzijn heeft. Een kunstwerk kan niet horen, niet voelen, niet ruiken, niet zien. Maar als je jezelf tot een kunstwerk maakt dan ben je zo rijk, dan krijg je ook mee wat mensen over je zeggen, wat ze van je werk denken. Je kan van een schilderwerk vinden wat je wil zonder dat er iets verandert. Jezelf als kunstwerk ervaren is heel bijzonder.

Is fotografie toen helemaal naar de achtergrond verdwenen?
Ik heb wel alles gedocumenteerd met foto's en video. Dat heb ik wel onder controle gehad. Gelukkig maar, want ondanks dat het niet relevant is in verhouding tot de performances staan die foto's nu wel in schoolboeken. En er waren ook vaak niet meer dan dertig mensen aanwezig. Zelfs in de jaren tachtig, de beste tijd voor performance art, terwijl er nu een miljoen mensen over kunnen praten. 

S'he, 1973, uit de serie Renais sense, Auto-Polaroid type SX-70, 7.9 x 7.9 cm © Ulay / collectie kunstenaar (Een editie uit de serie S'he is onderdeel van de Rabo Kunstcollectie)

Wat doe je nu nog met fotografie?
Ik weiger om digitaal te werken maar ik heb nog wel een Leica. Ik heb vorig jaar in Berlijn nog een serie gemaakt met foto's waarbij ik delen van lichamen uitwisselde met die van andere en daar een collage van maakte. Ik heb twaalf vrouwen tussen de 16 en 70 systematisch gefotografeerd, van boven tot beneden gescand eigenlijk, en ze dus onderling gecombineerd en zo weer een lichaam in elkaar gezet. Ik heb dit in 1975 ook met Polaroid gedaan (dat is te zien op de expo) voor Avenue magazine, maar voor dit laatste project heb ik het levensgroot uitgewerkt.

Je kan zijn werk tot 1 mei bekijken in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. 

Self-Portrait, 1990, Polagram, type Polacolor 2, 288 x 122 cm © Ulay / Rabo Kunstcollectie / MB Art agency

Credits


Tekst en fotografie Raymond van Mil
Overig beeld eigendom van Ulay 

Tagged:
Interviews
Polaroid
Cultuur
Ulay