net nu de dad-sneaker-trend dood is verklaard val ik ervoor

Het afzweren van de praktische schoen was mijn verzet tegen de verslonzing en het eroderende esthetische moraal. Maar had ik het al die tijd mis gehad?

door Tim Fraanje
|
28 december 2018, 1:30pm

Niets leek te duiden op het naderende einde van de wereldwijde fetisj voor functionele fashion. 2018 was het jaar waarin de vadergympen als warme broodjes over de toonbank vlogen, en het normaal gesproken zo romantische Gucci zwichtte voor nota bene de bergschoen (met diamanten omgord, maar toch, de bergschoen). “Mode moet een droom zijn,” zei Anna Wintour in 2017 nog. Al slaat Anna ook weleens planken mis, was ik het hier roerend mee eens, al was het meer een wens dan een analyse. Mode leek de laatste tijd toch vooral een lachspiegel.

Een van de grootste boosdoeners daarvan was Demna Gvasalia, het meesterbrein achter Vetements en Balenciaga die de normcore introduceerde. Het is ook niet gek dat schoenenkopers, influencers en modebloggers prat gaan op de rare creaties van Demna. Roze platformcrocs zijn een vleesgeworden meme. Een beetje dada kon de serieuze modewereld wel gebruiken, zoals de kunstwereld in de jaren 1917 ook lekker werd opgeschud door Marcel Duchamp die een urinoir in een museum zette. Maar als Duchamp na het urinoir ook nog een ligbad, een bidet en marmeren douchetegels had geprobeerd te verkopen aan musea, was hij geen kunstenaar geweest, maar een ordinaire sanitairhandelaar. Droom en realiteit zijn volmaakt in elkaar overgelopen. Ik zag laatst op een feest iemand rondlopen in een cargo-broek waarvan ik niet wist of het een Demna-adept of een beveiliger was.

Opeens wordt het ook voor de meest conservatieve kantoorpikken doodnormaal om op gympen over de Zuidas te flaneren.

En iedereen die niet een altaar bouwde voor slonzige huisvaders was opeens een hypebeast geworden. Voorheen waren de hypebeasts toch een select groepje coole nerds die hun schoenen altijd netjes in de originele doos bewaarden en in de rij gingen liggen voor een winkel als er een nieuwe schoen werd gereleased, maar opeens werd het ook voor de meest conservatieve kantoorpikken doodnormaal om op gympen over de Zuidas te flaneren.

Mensen, en vooral ook in Nederland, waar normaal gek genoeg is, kopen sowieso wel crocs en vadergympen. En op het moment dat normcore en streetwear keiharde modetrends werden was iedereen blij. Natuurlijk: want ineens hoefde je geen moeite meer te doen om er fashionable bij te lopen. De inherente luiheid van de mensen werd beloond, en daarvoor beloonden zij de modemerken dan weer met een heleboel centjes. Merken konden er niet meer mee aankomen om géén sneakers te verkopen, en dat leidde tot nogal bizarre creaties, zoals de ruimteschepen die 2Chainz en Versace samen maakten.

Ik heb de praktische en sportieve schoenen sinds mijn volwassen worden afgezworen, als verzet tegen deze verslonzing, tegen het klakkeloos meegaan met dubieuze trends, en tegen het stukslaan van esthetische dromen. Trots paradeerde ik rond met klikkende hakken en krakende neuzen.

Ik voelde me een dwarse verdediger van een eroderende esthetische moraal, en was dan ook erg blij toen er dit jaar steeds meer hoopvolle berichten kwamen bovendrijven. De dad-sneakers zouden passé zijn, ugly fashion was over, en Highsnobiety, een van de blogs die het streetwearevangelie het hardst verkondigd, viel het op dat er bij de collecties voor 2019 een heleboel mooie schoenen te bewonderen waren. Vooral ook bij Balenciaga. Was 2018 dan echt het laatste jaar waarin praktisch en normaal het nieuwe mooi was?

Maar met het einde van de functionele trend in zicht dwongen omstandigheden me laatst tot een stijlwisseling. Ik zocht een vriend in Taiwan op. We zouden gaan wandelen in Taroko Gorge, een natuurgebied met duizelingwekkend steile rotswanden en een kolkende rivier. Schijnbaar een toeristische must. “Je kunt echt niet op die schoenen mee gaan wandelen bij het ravijn. Er sterven daar mensen.” zei hij. Hoewel ik tijdens een eerdere bewondering van wat ander natuurschoon prima was weggekomen op mijn leren tweedehands loafers (ik had alleen wat blaren op mijn tenen en sneeën in mijn hiel), was de angst om dood te gaan toch groter dan mijn weerzin tegen de alomtegenwoordigheid van praktisch schoeisel in het straatbeeld.

Terwijl een briesje zachtjes over mijn stijlvol sokloze kuiten streelde reed ik op een scooter mijn lot tegemoet. Totdat we bij het ravijn aankwamen en ik er écht aan moest geloven. Kokhalzend strikte ik de (synthetische, bah) veters. Ik trok de sneakers (30 euro in de uitverkoop van de Carrefour) aan.

Mijn eerste stappen op functioneel schoeisel waren geweldig. Het voelde alsof ik opeens op de maan liep, alsof er minder zwaartekracht was. Ik veerde moeiteloos door de moeilijk begaanbare bergpaden, zonder één blaar. Ik moet toegeven dat ik de sneakers niet in de kliko gegooid heb nadat ik terugkwam van vakantie. In tegendeel zelfs, ik draag ze bijna elke dag. Licht beschaamd, dat wel. Ik schaam me niet per se voor hoe het eruit ziet, of voor het feit dat ik nu de komende tien jaar wéér zo vermoeiend tegendraads lijk. Ik schaam me omdat het blijkbaar zo makkelijk is om een droom waar ik echt in geloofde op te geven voor wat gezapig comfort.