het amsterdam museum viert de hiphop- en streetweartribes die de stad kleur geven

Esther Meijer, bekend van haar bonte streetwearlabel Nieuw Jurk, ontwierp speciaal een installatie waarin ze een ode brengt aan de Amsterdamse jeugd-en straatcultuur.

|
26 juni 2018, 9:54am

Beeld uit Nieuw Jurk x Ryan Hawaii look book, fotograaf: Daniel Peace

Deze zomer organiseren het Amsterdam Museum en CBK Zuidoost voor de zesde keer een tentoonstelling waarin Amsterdamse makers hun visie op de stad en stedelijke cultuur geven. Ditmaal is het de beurt aan ontwerper Esther Meijer, bekend van haar eigenzinnige label Nieuw Jurk, die speciaal voor de gelegenheid nieuw werk maakte. Met een installatie brengt ze een ode aan de Amsterdamse jeugd- en straatcultuur, en dan met name aan de jonge autodidactische rappers die steeds vaker mode omarmen als onderdeel van hun creativiteit, zoals Bokoesam en Ray Fuego. Zelf worstelde Esther eerst om haar eigen weg in de mode te vinden: “De exclusiviteit en het elitaire van de modewereld stonden me tegen. Wat me wel trok is deze vernieuwende, hybride jeugdcultuur, die ook mode omvat, waarin verschillende elementen van subculturen als hiphop, punk en underground samenkomen” – iets wat volgens Esther voorheen “ondenkbaar” was.

We vroegen haar waar die fascinatie voor hiphopcultuur toch vandaan komt en wat we mogen verwachten van de installatie.

i-D: Wat trekt je zo aan in het modegevoel van hiphopartiesten?
Esther: In de hiphopscene wordt als geen ander gebruik gemaakt van mode en stijl om iets uit te dragen. Geen hiphop zonder mode, en geen mode zonder hiphop. Vaak gebeurt dit op een extravagante manier, niet zelden met humor. De zelfverzekerdheid waarmee hiphopartiesten op een speelse manier een achterban inspireren prikkelt mij als ontwerper. Zeker de jonge garde bouwt weldoordacht maar met een schijnbaar gemak hun imperium op, een manier van branding waarbij vooral social media een grote rol spelen. De esthetiek en de snelle ontwikkeling van trends binnen deze subcultuur vind ik fascinerend. En ik hou natuurlijk gewoon van de muziek.

Welke ontwikkelingen heb jezelf waargenomen op het gebied van Amsterdamse streetwear?
High- en lowbrowcultuur mengen zich steeds meer en piepjonge creatieven veroveren de stad. Amsterdam is toonaangevend door collectieven van autodidactische creatieven, zoals SMIB. Iedereen binnen zo’n collectief heeft een andere rol en het zijn allemaal idolen voor hun vooral jeugdige volgers. Ze zijn niet alleen een stijlvoorbeeld voor hun fans, maar ook een uithangbord voor hun eigen kledinglijn of winkel. Hun opkomst betekende het einde van een vrij nietszeggende, kleurloze periode in de Amsterdamse jeugdcultuur en streetwear. Er is niet meer alleen plek voor de gevestigde witte orde, maar ook voor jonge ‘selfmade’ artiesten met verschillende achtergronden. Grote internationale sterren worden steeds meer uitgesproken in hun manier van kleden, maar ook iemand als Ray Fuego is door zijn unieke look echt een Amsterdamse superster. Dat is een heel nieuw fenomeen.

Je maakte eerder al drie korte docu’s met Bokoesam, SoulTrash en ANBU Gang in de hoofdrol. Wat leerden zij je over mode?
Naast dat deze artiesten trendsetters zijn gebruiken ze mode allemaal op een andere manier. Bokoesam is een stijlicoon, voor een rapper grensverleggend in zijn imago en manier van kleden. SoulTrash verkoopt merchandising, zoals T-shirts, die hun loyale achterban draagt en weet hiermee hun naam in Amsterdam en omstreken te verspreiden. De artiesten van Anbu Gang maken niet hun eigen merch; een van de frontmannen, Jiri1, heeft een editorial-waardige instagrampagina waar hij ook de merch weer pusht. De spontane en organische manier van werken, en van niets iets weten te maken, spreekt me erg aan. Ze spelen allemaal met het begrip mode om hun imago te kneden en fans aan zich te binden. En ze hebben er plezier in, iets wat in de modewereld vaak een beetje mist.

Waar zal je installatie over gaan?
Mijn projecten bestaan altijd uit meerdere onderdelen. Mijn huidige project Yung Yurk omvat een collectie, een documentaire en nu dus ook een installatie – mijn allereerste echte ‘kunstwerk’ ooit. Ik wil niet teveel verklappen, maar het zal een mini-collectie bevatten, waaronder de merchandise T-shirts van eerder genoemde rappers en collectieven. Verder zullen de documentaires met Bokoesam, SoulTrash en Anbu Gang weer te zien zijn en hebben twee jonge creatieven naar mijn concept een ‘fanboy’-kamer gebouwd in het museum. Ook zal bij de opening Chun Sensei optreden. Daarnaast is in de aansluitende zaal een overzicht te zien van de collaboration-pakken van Bonne Suits. Zeker de moeite waard dus om een langs te komen!

‘Streetwear en identiteit’ opent woensdag 27 juni om 17.30 uur in het Amsterdam Museum. Kijk hier voor meer informatie.