Advertentie

hoe kunnen we de modewereld dekoloniseren?

Van de inheemse hoofdtooien in de shows van Victoria’s Secret, tot het veelvuldig gebruik van blackface in modebladen – hoog tijd dat we iets aan deze koloniale overblijfselen doen.

|
aug. 1 2018, 10:52am

Photography Sebastian Kim. Image courtesy of the Fine Arts Museums of San Francisco

Advertentie

Op 22 september zal de nieuwe mode-expositie van het Young Museum of Fine Art in San Francisco worden onthuld. In ‘Contemporary Muslim Fashions’ zullen tulbanden en boerka’s te zien zijn naast de hijab van Nike en de kaftancollectie van Oscar de la Renta. Zo brengt het de religieuze mode van mensen met en zonder migratieachtergrond in kaart. Maar de nieuwe expositie doet meer dan enkel een overzicht geven – het zet ons ook aan het denken over de groeiende markt voor verhullende kleding en het westerse oriëntalisme tegenover Arabische culturen.

Max Hollein, de directeur van het museum, legt uit dat er “mensen zijn die geloven dat moslimvrouwen helemaal niks om mode geven. Maar niks is minder waar: veel landen met een grotendeels islamitische bevolking kennen juist een moderne, levendige en buitengewoon interessante modecultuur.” Hoewel Hollein daar absoluut gelijk in heeft, is moslimmode in westerse landen nog vaak het doelwit van discriminatie en vooroordelen. Zo zijn sluiers in Frankrijk en België niet toegestaan in het openbaar, en is de boerka nu ook in Nederland verboden in het openbaar vervoer, de zorg, het onderwijs en overheidsgebouwen. Zo zijn er nog wel meer landen die soortgelijke verboden handhaven.

“Al sinds het Westen zich met het Oosten bezighoudt, heeft de Oriënt zichzelf niet kunnen representeren." - Edward Saïd

De bedoelingen van Hollein en het museum klinken prachtig. Toch is het belangrijk dat we ons afvragen of dit een eervolle poging is om meer diverse modeverhalen onder de aandacht te brengen, of simpelweg een ander voorbeeld van een westerse instelling die hun eigen kijk op een exotische ‘andere’ cultuur verbeeldt.

Advertentie

Deze obsessie van Europa en Noord-Amerika met het Oosten wordt door Edward Saïd in zijn beroemde essay Orientalism beschreven als een fundamenteel onderdeel van het imperialisme: “Al sinds het Westen zich met het Oosten bezighoudt, heeft de Oriënt zichzelf niet kunnen representeren. Beelden uit de Oriënt zijn voor de westerse kijker pas geloofwaardig wanneer het door de oriëntalist is bewerkt. Wij geven je een nieuwe geschiedenis, we schrijven het voor je op en passen je verleden aan.”

Het werk van Saïd vormt de basis voor hedendaagse postkoloniale theorieën. Het werpt een kritische blik op de wetenschap, geschiedenis en kunsten om te begrijpen hoe kolonialisme door de jaren heen haar macht heeft opgedrongen, door haar eigen normen en waarden rond subjectieve opvattingen voor te schrijven. Maar deze kritische blik kan ook worden toegepast op de vooroordelen over schoonheid die de modewereld tot op de dag van vandaag domineren.

Advertentie

Historisch gezien komt de westerse mode-industrie voort uit de Europese, aristocratische cultuur en haar heteronormatieve opvattingen over sociale vooruitgang. Hierdoor werden ontwikkelingen op het gebied van moderniteit en seksuele bevrijding allemaal gevolgd vanuit een wit en christelijk perspectief. Dat is ook de reden waarom elementen uit andere culturen vaak op een exotische en fetisjistische manier worden weergegeven, in plaats van op een manier die verschillende culturen laat samensmelten. “Mode vertelt altijd iets over onze kijk op de rest van de wereld, althans: over onze fantasie ervan, aangezien de meeste ontwerpers de landen waarnaar ze verwijzen nooit hebben bezocht,” zegt Alice Litscher, hoogleraar aan het Institut Français de la Mode in Parijs. “Mode is een politieke tool waarmee een bepaalde norm in stand wordt gehouden. Het suggereert dat het Westen de rest van de wereld naar een hoger niveau tilt, beschaafder maakt en verbetert. Zo wordt de koloniale mentaliteit gerechtvaardigd en voortgezet.”

In de zeventiende eeuw werden verwijzingen naar verre landen al gebruikt als modetrends: chinoiserie verhief in Europa en Amerika verschillende voorwerpen in ‘Aziatische’ stijl tot kunst. Hetzelfde werd met Turquerie en Indiennerie gedaan, waarbij visuele elementen uit het Ottomaanse Rijk en India werden overgenomen. Wie vandaag de dag een blik op de geschiedenis van de mode werpt, zal zien dat onze toe-eigeningen van andere culturen meer zeggen over de manier waarop het Westen zichzelf ziet, dan over de culturen waaruit de elementen worden overgenomen. Denk maar aan de kimono’s van Jeanne Lanvin, de fascinatie van Elsa Schiaparelli voor “het exotische lichaam,” en natuurlijk de harembroeken en tulbanden van Paul Poiret. Deze ‘geleende’ stukken creëerden vaak nieuwe normen binnen de modewereld. “Harembroeken waren een subtiele manier om vrouwen broeken te laten dragen en kimono’s waren een excuus om geen korset aan te hoeven,” zegt Alice Litscher. “Helaas werd de cultuur waaruit de stukken zijn overgenomen vaak volledig genegeerd.”

Advertentie

Ook in de twintigste en eenentwintigste eeuw blijven ontwerpers hiermee doorgaan. De vele reisjes van Yves Saint Laurent naar Marokko brachten hem op het idee om Sahariennes te ontwerpen – wijde, zandkleurige outfits met zakken, gemaakt voor trips door de Sahara. John Galliano imiteerde de make-up van Geisha’s op zijn modellen en Jean Paul Gaultier bracht in 2005 een Afrikaanse collectie uit die volgens Vogue “meer te maken had met rumba, dan met Rwanda”. Zo zijn er nog ontelbaar veel andere voorbeelden. Het is een oneindige stroom van culturele ‘inspiratie’ – van de inheemse hoofdtooien in de shows van Victoria’s Secret, tot het veelvuldig gebruik van blackface in modebladen en de ‘slavenoorbellen’ van Mango.

Toch worden we ons langzaam maar zeker steeds bewuster van de mate waarin we andere culturen toe-eigenen. Nu de jeugd zich hier steeds meer mee bezighoudt, kunnen de grote modehuizen niet anders dan hierin meegaan. De ‘woke’ jeugd is immers hun doelgroep. Dit is dus het perfecte moment om mode op een andere manier te gaan zien. Het is tijd om de modewereld te dekoloniseren.

Advertentie

Theoreticus Walter Mignolo heeft veel geschreven over wat hij de “gedekoloniseerde esthetica” noemt. Volgens hem is het belangrijk om kritisch na te denken over de grens tussen, onder andere, hoge en lage kunst, en het academische en het decoratieve. Dat zouden we ook moeten doen bij mode, stelt Mélody Thomas, die vanuit Parijs schrijft over mode en cultuur en de inclusieve nieuwsbrief What’s Good opzette. “Een klassiek voorbeeld van de westerse dominantie in de modewereld is dat ‘buitenlandse’ kleding als ‘kostuum’ of simpelweg als ‘kleding’ worden gezien. Het wordt pas ‘mode’ op het moment dat een wit label of persoon het heeft overgenomen en er een bepaalde waarde aan geeft,” zegt ze, waarna ze onder andere de vlechtjes van Kylie Jenner als voorbeeld noemt. “Als je ergens naar verwijst, moet je je altijd afvragen of de mensen naar wie verwezen wordt wel de kans krijgen om erop te reageren en hun mening te geven over de representatie. Ze moeten deel kunnen nemen aan het proces. Daarom is het belangrijk om aan te geven waar je je inspiratie vandaan haalt, anders is het geen design, maar diefstal.”

Een ander project dat de mode probeert de dekoloniseren is Mille, een avantgardistisch online blad gericht op de Arabische jeugd. De editors zijn de Tunesische Sofia Guellaty, een voormalig redacteur van de Arabische Style.com, en Samira Larouci, een Marokkaanse schrijver die momenteel in Londen woont. Mille schrijft vanuit een Arabisch perspectief over mode, schoonheid en underground cultuur. “Arabieren merken dat ze agressief en opportunistisch worden getarget door westerse luxemerken, terwijl deze merken niet eens de tijd nemen om de verschillende behoeften van mensen te begrijpen. Ze dringen enkel hun eigen ideeën en schoonheidsnormen op,” legt Sofia uit. Ze voegt toe dat concepten als emancipatie, feminisme, zelfuiting en rebellie afhankelijk van de locatie anders geïnterpreteerd zouden moeten worden. Alleen zo kan er rekening gehouden worden met verschillende religieuze en culturele verwachtingen, “in plaats van de extreem witte kijk op rebellie en vrijheid op iedereen toe te passen”.

Advertentie

Het doel van het drietalige magazine (dat zowel in het Frans, Arabisch als Engels te lezen is) is om een nieuwe media- en modetaal te creëren waarmee een nieuw licht op de heersende normen wordt geworpen. Het idee van zo’n nieuwe taal kan vrij letterlijk worden opgevat. Zo slaat ‘cheveux normaux’ (normaal haar) in het Frans op stijl haar en wordt make-up voor donkerdere huidskleuren beschreven als ‘peaux ethniques’ (etnische huid), terwijl ‘nude’ voor beige staat. Een nieuw vocabulaire is dus hard nodig.

Zoals Zadie Smith in On Beauty schrijft: “Kunst is een westerse mythe waarmee we onszelf troosten en vormgeven”

Maar er zijn meer creatievelingen die de mode proberen te vernieuwen en dekoloniseren. Zo ontwierp de Marokkaanse ontwerper Amine Bendriouich een collectie genaamd Touaregs du Futur, waarin Noord-Afrikaans futurisme met traditionele kleding en moderne stoffen wordt gecombineerd. “Dit is mijn droom van hoe Noord-Afrika had kunnen zijn als we niet eeuwenlang onder kolonialisme hadden geleden. Het is een manier om de verschillen van ‘de ander’ te verenigen en te vieren. Ik ben een Berber, ik ben Afrikaans – er zijn miljoenen verschillende variaties op wat het betekent om Arabisch te zijn,” zegt hij. Op zijn website schrijft hij: “Bedankt voor je stereotypes, maar ik creëer mijn eigen esthetiek.”

En dan is er nog het Franse merk Aswad (wat ‘zwart’ betekent in het Arabisch). Het label werd opgericht door de Frans-Marokkaanse Sonia Ahmimou en produceert hoogwaardige lederwaren. Het is een mix van brutalisme en Islamitische kunst en architectuur, waarmee de scheidslijn tussen hoge en lage kunst, en aristocratisch en functioneel in twijfel wordt getrokken.

Advertentie

Dit moet allemaal worden toegepast op de manier waarop we mode benaderen, stelt Alice Litscher. “Het is een kwestie van nadenken over hoe discoursen en machtsverhoudingen ontstaan en worden overgedragen. Om hier verandering in aan te brengen kun je helpen de lokale industrieën te ontwikkelen, maar het allerbelangrijkste is om kritisch naar jezelf te kijken. Wie ben je en wat zijn je privileges? Alleen zo kan er een respectvol ontwerpproces ontstaan.”

Zoals Zadie Smith in On Beauty schrijft: “Kunst is een westerse mythe waarmee we onszelf troosten en vormgeven”. Laten we hopen dat er veel nieuwe, niet-westerse mythes en kunstvormen voortkomen uit deze projecten.

more from i-D