Advertentie

met deze indringende serie rouwt fotograaf hellen van meene om haar moeder

“In onze maatschappij is het niet zo vanzelfsprekend om het over de dood te hebben. Maar ik ben blij ik dat ik mijn moeders creativiteit heb geërfd, zodat ik het op deze manier wel kon doen.”

|
sep. 6 2018, 2:06pm

Vanaf dit weekend is het werk van Hellen van Meene te zien in Huis Marseille. Aan i-D vertelt ze hoe de bijzondere serie tot stand kwam, en welke impact het project heeft gehad op haar persoonlijke leven.

Advertentie

“Na de dood van mijn moeder had ik een tijd geen energie en zin om dingen te ondernemen. Omdat ik uit een gezin kom met nogal een sterke arbeidsethos, voelde ik me daar bezwaard over. Maar een keer op een regenachtige woensdagmiddag dacht ik: ik ga gewoon spijbelen. Ik ga overdag voor de televisie zitten en een kostuumdrama kijken. Dat werd een film over Lady MacBeth. De scène waarin haar schoonvader overlijdt, en de manier waarop ze hem openbaarden maakte diepe indruk op me. Blijkbaar was het rond 1834 gebruikelijk om mensen rechtopstaand te herdenken. In die tijd was de dood veel meer aanwezig dan bij ons – kinderen stierven bijvoorbeeld vaak op jonge leeftijd al. Tegenwoordig leven we bijna in het andere extreme: we kunnen mensen soms maar moeilijk loslaten, zelfs als ze aan hun einde zijn. Op een manier denk ik dat we nu eigenlijk onnatuurlijker met de dood omgaan dan toen.

In die tijd hadden mensen vaak geen foto’s van elkaar. De fotograaf was duur en het proces duurde gewoon heel lang. Dus op het moment dat er iemand overleed, werden er foto’s gemaakt; het was vaak de laatste kans. Er waren speciale studio’s waar je met de overledene naar toe kon gaan, waar ze opgebaard werden alsof ze nog in leven waren. Het lichaam werd dan aangekleed en opgemaakt, de kist rechtop gezet en de overledene ging dan met de rest van het gezin op de foto. Mensen wilden de dood zo minder aangrijpend maken. Ik raakte zo ontroerd door dat gebruik, dat ik vond dat ik er iets mee moest doen.

Advertentie

Zelf vond ik begrafeniskisten altijd griezelig, ook al zijn het eigenlijk maar een paar planken. Maar om de serie te maken had ik toch een kist nodig. Ik belde de begrafenisondernemer van mijn moeder om te vragen of ik er een mocht lenen en zij was meteen welwillend – zij heeft ook de kunstacademie gedaan. Ik haalde de kist op met mijn vader, maar pas twee dagen later zou ik aan de serie beginnen. In die tussentijd ben ik ook nog naar de supermarkt geweest met dat ding in mijn auto. Het is heel bizar om dat te doen als je een jaar eerder je moeder hebt begraven. Toen ik boodschappen had gedaan zette ik de tassen ernaast. Toen dacht ik wel even: waar ben ik mee bezig? Maar op een gegeven moment werd het normaal; ik heb in de maanden dat ik aan de serie werkte zoveel gesjouwd met die kist, dat het ook therapeutisch werkte. Op een gegeven moment dacht ik: het is maar hout.

Tijdens het maken van de serie moesten we ook vaak lachen. Het is bizar hoe verdriet en pijn zich kan vermengen met gezelligheid. Nu ik in zo’n kist heb gestaan heb ik er ook meer vrede mee dat ik er ooit niet meer zal zijn. Het heeft ervoor gezorgd dat de dood bespreekbaarder is geworden. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, en dat is het eigenlijk ook. Creatief zijn bleek voor mij de beste therapie, en ik vind het fantastisch dat Huis Marseille me een podium geeft om m’n moeder zo te eren. Ik ben blij dat ik mijn moeders creativiteit heb, want zo kan ik er iets mee doen. Dan is het niet helemaal voor niets geweest.”

Het werk van Hellen van Meene ‘En alles blijft bestaan wanneer je sterft’ is vanaf 8 september te zien in Huis Marseille.

more from i-D